<oktnovember 1997dec>
madiwodovrzazo
     
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
Publicatie (pdf) van
donderdag 6 november 1997
Printversie.
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
Vaststelling van de procedure en de modaliteiten voor de toekenning en de intrekking van het attest van toezicht voor particuliere opvanginitiatieven
Een besluit van 30 juli 1997 van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn bepaalt :
HOOFDSTUK I. - Toekenning van een attest van toezicht
Artikel 1. § 1. Een opvanginitiatief dat voldoet aan de minimale voorwaarden inzake kwaliteit, zoals vastgelegd in het ministerieel besluit van 25 juli 1997 tot vaststelling van de algemene voorwaarden voor toezicht van Kind en Gezin voor de particuliere opvanggezinnen en particuliere opvanginstellingen, kan bij Kind en Gezin op een daartoe bestemd formulier een aanvraag om toezicht indienen.
§ 2. Met dit formulier bevestigt het opvanginitiatief dat het voldoet aan de algemene voorwaarden voor toezicht.
§ 3. Om ontvankelijk te zijn moeten de gegevens op de aanvraag volledig zijn ingevuld en moet de aanvraag ondertekend zijn.
Art. 2. Kind en Gezin stuurt na ontvangst van de volledige en ondertekende aanvraag een ontvangstmelding.
Art. 3. De hiertoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaren doen een onderzoek ter plaatse, om na te gaan of voldaan is aan de algemene voorwaarden voor toezicht.
Art. 4. Na het onderzoek wordt het dossier van een particulier opvanginitiatief voorgelegd aan de hiertoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaar, die een beslissing neemt met betrekking tot het attest van toezicht.
Van de genomen beslissing wordt kennis gegeven aan het bureau van de raad van beheer van Kind en Gezin en aan het provinciaal comité.
Art. 5. Voor de particuliere opvanginstellingen kan de hiertoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaar vooraf het advies inwinnen van het provinciaal comité
Art. 6. § 1. De beslissing met betrekking tot de toekenning van het attest van toezicht wordt genomen binnen een termijn van 90 dagen vanaf de aanvraag om toezicht;
§ 2. Na deze termijn van 90 dagen en als er geen beslissing van de hiertoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaar is, wordt het attest van toezicht geacht toegekend te zijn.
Art. 7. § 1. Kind en Gezin stelt het opvanginitiatief schriftelijk in kennis van de genomen beslissing uiterlijk dertig dagen na de beslissing.
§ 2. Bij weigering van een attest van toezicht wordt de met redenen omklede beslissing aan de aanvrager meegedeeld.
§ 3. Kind en Gezin kan het plaatselijk college van burgemeester en schepenen hiervan op de hoogte brengen.
Kind en Gezin kan ook de ouders op de hoogte brengen van de beslissing.
Art. 8. Het attest van toezicht is drie jaar geldig en is hernieuwbaar.
Art. 9. Als het particulier opvanginitiatief verhuist, houdt het attest van toezicht op te bestaan op de datum van de verhuizing.
Wanneer de opvangactiviteiten worden voortgezet op een ander adres, dient een nieuwe aanvraag om toezicht te worden ingediend, als men een attest van toezicht van Kind en Gezin wenst.
Art. 10. Als er een andere verantwoordelijke persoon in een particulier opvanginitiatief komt, houdt het bestaande attest van toezicht op te bestaan.
De nieuwe verantwoordelijke persoon dient een nieuwe aanvraag om toezicht in te dienen als men een attest van toezicht van Kind en Gezin wenst.
HOOFDSTUK II. - Verlenging van een attest van toezicht
Art. 11. Een attest van toezicht voor een particulier opvanginitiatief wordt verlengd door de hiertoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaar, met kennisgeving aan het provinciaal comité.
Art. 12. Als een attest van toezicht van een particuliere opvanginstelling niet verlengd wordt, wordt ook het bureau van de raad van beheer van Kind en Gezin hiervan in kennis gesteld.
Art. 13. § 1. Kind en Gezin stelt het particulier opvanginitiatief schriftelijk in kennis van de genomen beslissing met betrekking tot de verlenging van het attest van toezicht.
§ 2. Als het attest van toezicht niet wordt verlengd, wordt de met redenen omklede beslissing aan het opvanginitiatief meegedeeld.
§ 3. Kind en Gezin kan het plaatselijk college van burgemeester en schepenen hiervan op de hoogte brengen.
Kind en Gezin kan ook de ouders van de genomen beslissing op de hoogte brengen.
HOOFDSTUK III. - Aanvraag tot capaciteitsuitbreiding
Art. 14. § 1. Een opvanginitiatief dat onder toezicht staat van Kind en Gezin, kan op een daartoe bestemd formulier een aanvraag tot capaciteitsuitbreiding indienen.
§ 2. Het opvanginitiatief bevestigt met dit formulier dat het voldoet aan de algemene voorwaarden voor toezicht voor de aangevraagde capaciteit.
§ 3. Om ontvankelijk te zijn moeten de gegevens op de aanvraag volledig zijn ingevuld en moet de aanvraag ondertekend zijn.
Art. 15. Na ontvangst van de volledig ingevulde en ondertekende aanvraag om capaciteitsuitbreiding, stuurt Kind en Gezin een ontvangstmelding.
Art. 16. De hiertoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaar doet een onderzoek ter plaatse om na te gaan of voor de uitgebreide capaciteit voldaan is aan de algemene voorwaarden voor toezicht.
Art. 17. Na het onderzoek wordt het dossier van een particulier opvanginitiatief voorgelegd aan de daartoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaar, die een beslissing neemt met betrekking tot de capaciteitsuitbreiding.
De beslissing wordt eveneens meegedeeld aan het provinciaal comité.
Art. 18. De beslissing met betrekking tot de toekenning of weigering van een capaciteitsuitbreiding wordt genomen binnen een terrnijn van 90 dagen vanaf de aanvraag.
Na deze termijn van 90 dagen en als er geen beslissing is, wordt de capaciteitsuitbreiding geacht toegekend te zijn.
Art. 19. Kind en Gezin stelt het opvanginitiatief schriftelijk in kennis van de genomen beslissing uiterlijk 30 dagen na de beslissing.
Art. 20. Als de capaciteitsuitbreiding niet wordt toegekend, wordt vanaf de datum van de aanvraag een nieuw attest van toezicht gegeven voor de capaciteit zoals die bestond voor de aanvraag tot capaciteitsuitbreiding.
HOOFDSTUK IV. - Intrekking van het attest van toezicht en opgelegde capaciteitsvermindering
Art. 21. Als wordt vastgesteld dat niet meer voldaan is aan een of meer voorwaarden van de algemene voorwaarden voor toezicht, of wanneer ter uitvoering daarvan door Kind en Gezin gegeven richtlijnen niet worden nageleefd, kan het attest van toezicht te allen tijde worden ingetrokken of kan de capaciteit worden verminderd.
Art. 22. De beslissing tot intrekking van het attest van toezicht of tot vermindering van de capaciteit, wordt genomen door de hiertoe door Kind en Gezin aangestelde ambtenaar, met kennisgeving aan het provinciaal comité van Kind en Gezin en aan het bureau van de raad van beheer van Kind en Gezin.
Art. 23. § 1. Kind en Gezin stelt het opvanginitiatief schriftelijk en uiterlijk binnen dertig dagen na de beslissing in kennis van de beslissing tot intrekking van het attest van toezicht of tot capaciteitsvermindering, en van de redenen die hiertoe hebben geleid.
§ 2. Kind en Gezin kan hiervan het plaatselijk college van burgemeester en schepenen op de hoogte brengen.
Kind en Gezin kan ook de ouders op de hoogte brengen van de beslissing.
HOOFDSTUK V. - Beroepsprocedure
Art. 24. § 1. Een particulier opvanggezin kan bij aangetekend schrijven binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing met betrekking tot het attest van toezicht beroep aantekenen bij het provinciaal comité van de provincie van Kind en Gezin waar het opvanggezin gevestigd is.
De datum van de poststempel geldt als bewijs.
§ 2. Een particuliere opvanginstelling kan bij aangetekend schrijven binnen 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing met betrekking tot het attest van toezicht beroep aantekenen bij de raad van beheer van Kind en Gezin.
De datum van de poststempel geldt als bewijs.
Art. 25. Het ingediende beroep schorst de genomen beslissing niet.
Art. 26. § 1. De voorzitter van het provinciaal comité van Kind en Gezin of zijn/haar vervanger, zal het betrokken particulier opvanggezin horen en hierover verslag uitbrengen bij het provinciaal comité.
§ 2. De voorzitter van de raad van beheer van Kind en Gezin of zijn/haar vervanger, zal de verantwoordelijke persoon van de betrokken particuliere opvanginstelling horen en hierover verslag uitbrengen bij de raad van beheer.
§ 3. Het particuliere opvanggezin of de verantwoordelijke van de particuliere opvanginstelling kan op zijn/haar verzoek voor de hoorzitting inzage krijgen van het administratief dossier, en zich tijdens de hoorzitting laten bijstaan door een raadsman.
§ 4. De betrokkene wordt, binnen 30 dagen vanaf het indienen van het beroep, maximaal twee keer uitgenodigd door Kind en Gezin om gehoord te worden.
Als de betrokkene niet ingaat op de uitnodiging zal het beroepsdossier zonder hoorzitting worden voorgelegd voor beslissing.
Art. 27. § 1. Het provinciaal comité van Kind en Gezin voor een particulier opvanggezin en de raad van beheer van Kind en Gezin voor een particuliere opvanginstelling, beschikken over een termijn van 90 kalenderdagen vanaf het indienen van het beroep om een beslissing te nemen.
§ 2. Na deze termijn en als er geen beslissing is, wordt het beroep geacht te zijn gegrond en het attest van toezicht te zijn toegekend.
Art. 28. § 1. Kind en Gezin stelt het opvanginitiatief schriftelijk in kennis van de genomen beslissing uiterlijk 30 dagen na de beslissing.
§ 2. Kind en Gezin kan het plaatselijk college van burgemeester en schepenen hiervan op de hoogte brengen.
Kind en Gezin kan ook de ouders op de hoogte stellen van de beslissing.
Art. 29. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 1997.




begin (#top) Publicatie : 1997-11-06