 |  |  | | MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN |  |  | | 10 OKTOBER 1997. Omzendbrief betreffende de vreemdelingen die tengevolge van buitengewone omstandigheden en onafhankelijk van hun wil voorlopig geen gevolg kunnen geven aan een bevel om het grondgebied te verlaten dat ten opzichte van hen getroffen werd in het kader van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen |
| Aan de Dames en Heren Burgemeesters van het Rijk, De bedoeling van deze omzendbrief is klaarheid te scheppen aangaande de procedure die toepasselijk is op personen die tengevolge van buitengewone omstandigheden en onafhankelijk van hun wil voorlopig geen gevolg kunnen geven aan een bevel om het grondgebied te verlaten dat genomen werd in het kader van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. I. Inleiding Elke vreemdeling die op illegale wijze in het Rijk verblijft of het voorwerp uitmaakt van een bevel om het grondgebied te verlaten -bijvoorbeeld omdat hij zonder gemachtigd of toegelaten te zijn tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk, hier verblijft zonder houder te zijn van de vereiste documenten (artikel 7, eerste lid, 1°, van de wet van 15 december 1980)- heeft de plicht om zelf zijn vertrek naar het land van herkomst of een derde land te organiseren. Dit houdt in dat de illegale vreemdeling steeds zelf moet instaan voor de organisatie van zijn vertrek en zelf de kosten hiervan moet dragen. Een illegale vreemdeling kan nooit als argument inroepen dat hij (nog) niet verwijderd werd van het Belgisch grondgebied of dat een eerdere verwijderingspoging mislukt is om zijn onwettig verblijf op het Belgisch grondgebied te rechtvaardigen. Het loutere feit dat men gedurende korte of lange tijd op illegale wijze op het Belgisch grondgebied heeft verbleven of het loutere feit dat men werd vrijgelaten uit een gesloten centrum of een gevangenis heeft geen gevolgen voor de verblijfstatus : men blijft een illegale vreemdeling. Nochtans wordt in de praktijk vastgesteld dat een aantal personen om bijzondere redenen én duidelijk onafhankelijk van hun wil, niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst of zich niet kunnen begeven naar een derde land. Voor deze personen wordt er onder strikte voorwaarden een tijdelijke oplossing geboden voor wat hun verblijf op het Belgische grondgebied betreft, namelijk de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten. Elk dossier zal individueel onderzocht worden rekening houdend met de bijzondere situatie van elke vreemdeling. Er zullen dus in principe geen algemene maatregelen voor specifieke groepen of nationaliteiten worden genomen. Er dient te worden benadrukt dat deze regeling enkel geldt voor vreemdelingen die zich, onafhankelijk van hun wil, in de absolute onmogelijkheid bevinden het Belgisch grondgebied te verlaten én die reeds effectieve pogingen hebben ondernomen om het grondgebied te verlaten. Daarbij is ook van essentieel belang dat men zich verbindt tot een vrijwillig vertrek, zodra de omstandigheden het toelaten. II. Ontvankelijkheid van de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten Naast het overmaken van gegevens van algemene aard (zie infra punt IV, A) moeten de hieronder vermelde stukken allen overgemaakt worden opdat de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten ontvankelijk verklaard zou worden door de Dienst Vreemdelingenzaken. A. Het overleggen van een bewijs aangaande de nationaliteit en de identiteit De nationaliteit en de identiteit kunnen in principe slechts worden bewezen door een geldig nationaal paspoort of een officieel identiteitsbewijs. De bewijslast aangaande de nationaliteit en de identiteit ligt volledig bij de persoon die een aanvraag indient tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten. Voor wat betreft afgewezen asielzoekers dient nog gepreciseerd te worden dat de verklaringen aangaande de identiteit en de nationaliteit die zij afgelegd hebben tijdens de asielprocedure, niet voldoen als bewijs van identiteit of nationaliteit (zelfs indien deze niet in twijfel werden getrokken door de bevoegde instantie). Enig ander document dan een geldig nationaal paspoort of een officieel identiteitsbewijs volstaat in het algemeen niet. Slechts indien het voor de aanvrager absoluut onmogelijk is om een paspoort of een officieel identiteitsbewijs over te maken, dit tengevolge van uitzonderlijke omstandigheden, kan de identiteit of de nationaliteit door andere documenten worden aangetoond. Bij het beoordelen van deze omstandigheden zal worden rekening gehouden met de specifieke reden die betrokkene ertoe noopt niet naar zijn land van herkomst terug te keren. De Minister of zijn gemachtigde (de Dienst Vreemdelingenzaken) zal steeds de echtheid van het document onderzoeken. Eventueel zal de betrokkene zich op eenvoudig verzoek van de Dienst Vreemdelingenzaken aan een bijkomend onderzoek (bijvoorbeeld een taaltest) moeten onderwerpen. Voor wat betreft de staatloze personen dient te worden benadrukt dat zij enkel zijn vrijgesteld van de plicht hun nationaliteit aan te tonen indien hun staatloosheid op een officiële wijze werd vastgesteld. Eenzijdige verklaringen van staatloosheid uitgaande van de betrokkene volstaan in dit kader dus niet. B. Het overleggen van een bewijs waaruit blijkt dat het in hoofde van de betrokkene absoluut onmogelijk is om terug te keren naar zijn land van herkomst of om zich te begeven naar een derde land Dit betekent dat de vreemdeling in kwestie moet bewijzen dat hij alle mogelijkheden om te vertrekken heeft uitgeput zodat het manifest duidelijk is dat hij het Belgisch grondgebied niet kan verlaten. Zo zal hij het bewijs dienen te leveren dat hij zelf alle mogelijke stappen heeft gezet om zijn vrijwillig vertrek te organiseren, al dan niet in samenwerking met de Internationale Organisatie voor Migratie (I.O.M.). Al de ondernomen initiatieven dienen gedetailleerd uiteengezet te worden. Bij de aanvraag dient bovendien gedetailleerd weergegeven te worden waarom het vertrek ondanks alle gedane inspanningen absoluut onmogelijk bleek. Het feit dat de vreemdeling in de onmogelijkheid verkeert om te vertrekken moet duidelijk te wijten zijn aan een omstandigheid of omstandigheden onafhankelijk van zijn wil. Het volstaat niet om op algemene wijze op deze omstandigheden te wijzen : de betrokkene moet kunnen aantonen dat het voor hem persoonlijk onmogelijk is om te vertrekken naar het land van herkomst of om zich te begeven naar een derde land. De vreemdeling kan zich in dit kader niet steunen op gronden van vervolging in het land van herkomst of op enig ander element dat reeds eerder werd opgeworpen in de loop van de asielprocedure aangezien deze elementen reeds eerder werden beoordeeld door de bevoegde instanties (Dienst Vreemdelingenzaken, Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen of de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen) en door deze instantie(s) onontvankelijk of ongegrond werd(en) bevonden. Onder geen enkel beding zal er een herbeoordeling van het dossier plaatsvinden. Het feit dat de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen in geval van bevestiging van de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken waarbij de betrokkene het verblijf in het Rijk in de hoedanigheid van kandidaat-vluchteling geweigerd wordt, aangeeft dat de betrokkene onmogelijk kan teruggeleid worden naar de grens van het land waar volgens zijn verklaring, zijn leven, fysieke integriteit of zijn vrijheid in gevaar zou verkeren (artikel 63/5, vierde lid, van de wet van 15 december 1980) kan de bewijslast voor de betrokkene verlichten. Er wordt aan herinnerd dat de niet-terugleidingsclausule die opgenomen werd in de hierboven vermelde beslissing van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen een niet-bindend advies uitmaakt, gericht aan de Minister of zijn gemachtigde die de bevoegdheid heeft om de vreemdeling te verwijderen. Een niet-terugleidingsclausule houdt op zich geen enkel recht in op verder verblijf op het Belgisch grondgebied. De niet-terugleidingsclausule zal niet per definitie leiden tot de inwilliging van de aanvraag. Elke aanvraag wordt immers individueel beoordeeld door de Dienst Vreemdelingenzaken die op het moment van de behandeling van de aanvraag de niet-terugleidingsclausule zal beoordelen, rekening houdend met de op dat moment geldende omstandigheden. Om de mogelijkheid van verblijf in een derde land te beoordelen is het voorts van belang om in de aanvraag de landen op te sommen waar men doorheen gereisd is (om België te bereiken) en/of verbleven heeft. Tenslotte dient nog benadrukt te worden dat het feit dat de staatloosheid op officiële wijze werd vastgesteld niet als gevolg heeft dat de betrokkene een recht op verblijf krijgt in het Rijk. Het betekent evenmin dat de betrokkene de facto in de onmogelijkheid verkeert om te vertrekken naar zijn land van herkomst of zich te begeven naar een derde land. C. Het overleggen van het bewijs dat de pogingen tot vrijwillig vertrek ten laatste binnen de vier weken na de betekening van het bevel om het grondgebied te verlaten hebben plaatsgevonden Een vreemdeling die zich op het Belgisch grondgebied bevindt, moet niet het einde van zijn legaal verblijf in het Rijk afwachten om de nodige stappen te ondernemen voor zijn vertrek uit het Rijk. De initiatieven die nodig zijn in het kader van het vrijwillig vertrek moeten dus in principe genomen worden alvorens het bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend. Voor wat betreft asielzoekers, zij dienen de nodige stappen te ondernemen onmiddellijk nadat zij een uitvoerbaar bevel om het grondgebied te verlaten betekend hebben gekregen of geacht werden daarvan kennis gekregen te hebben. In ieder geval moeten ten laatste binnen de vier weken na de betekening van het eerste bevel om het grondgebied te verlaten alle mogelijke stappen voor de organisatie en de uitvoering van een vrijwillig vertrek zijn gezet. In uitzonderlijke gevallen kan evenwel een langere termijn dan vier weken aanvaard worden. Een bevel om het grondgebied te verlaten dat voortvloeit uit een weigering tot inoverwegingname van een vluchtelingenverklaring n.a.v. het indienen van een tweede (of meerdere) asielaanvra(a)g(en) (bijlage 13quater bij het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen] doet geen nieuwe termijn van vier weken lopen. Het bewijs dat de nodige stappen binnen de bovenvermelde termijn werden genomen moet op gedetailleerde wijze uiteengezet worden bij de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten. Het bewijs dat de pogingen tot vrijwillig vertrek ten laatste binnen de vier weken na de betekening van het bevel om het grondgebied te verlaten hebben plaatsgevonden, dient niet voorgelegd te worden door diegenen aan wie een bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend op een datum voorafgaand aan de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad van deze omzendbrief. D. Het ondertekenen van een document waarin de betrokkene zich verbindt tot een vrijwillig vertrek en tot het verlenen van zijn volledige medewerking hiervoor De vreemdeling moet zich uitdrukkelijk en schriftelijk verbinden tot een vrijwillig vertrek van zodra daartoe een mogelijkheid bestaat of van zodra de reden die aanleiding gaf tot de verlenging van het bevel om het grondgebied te verlaten is weggevallen. De vreemdeling moet zich eveneens verbinden tot een volledige medewerking voor de organisatie van zijn vertrek, dit zowel t.a.v. niet-gouvernementele organisaties (I.O.M., Rode Kruis,...) als t.a.v. overheidsinstanties (bijvoorbeeld zich tesamen met een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken naar de ambassade of het consulaat van zijn land van herkomst begeven om een laissez-passer af te halen). De vreemdeling moet zich dus actief inzetten om zijn vertrek mogelijk te maken. De verbintenis tot vrijwillig vertrek wordt opgemaakt overeenkomstig het bij deze omzendbrief gevoegd model. III. Omstandigheden die op zich aanleiding geven tot de ongegrondheid van de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten Eenmaal de aanvraag tot het bekomen van een verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten werd overgemaakt met de noodzakelijke gegevens en de aanvraag ontvankelijk bevonden werd, zal de Dienst Vreemdelingenzaken nagaan of de daarin vermelde elementen gegrond zijn. Bepaalde omstandigheden zullen echter op zich aanleiding geven tot de ongegrondheid van de aanvraag. A. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid Wanneer het dossier elementen bevat waaruit duidelijk blijkt dat betrokkene als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid kan worden beschouwd, wordt de aanvraag ongegrond verklaard. B. Fraude Wanneer uit het dossier duidelijk blijkt dat betrokkene onder welke vorm dan ook fraude heeft gepleegd, zal de aanvraag ongegrond worden verklaard. Voorbeelden van fraude zijn : - gebruik van een vals of vervalst paspoort, identiteitsbewijs of een ander document, tenzij men uit eigen beweging gewezen heeft op het vals of vervalst document; - afleggen van manifest bedrieglijke verklaringen tijdens de asielprocedure; - het veinzen van de onmogelijkheid tot verblijf in een derde land; - poging tot het aangaan van een schijnhuwelijk. C. Een asielaanvraag werd reeds ingediend in een derde land of er werd reeds tijdelijk verbleven in een derde land Wanneer blijkt dat de vreemdeling reeds eerder een asielaanvraag heeft ingediend in een ander land of in een ander land een verblijf heeft gehad dat meer was dan een louter oponthoud, en er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die het vertrek naar deze landen onmogelijk maken, zal de aanvraag ongegrond worden verklaard. Indien evenwel in België de asielaanvraag werd behandeld van een vreemdeling die een asielaanvraag heeft ingediend in een land dat gebonden is door een overeenkomst betreffende de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, zal de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten niet ongegrond verklaard worden. IV. Procedure. A. Het indienen van de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten De aanvraag moet door de vreemdeling worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar betrokkene zijn feitelijke verblijfplaats heeft. Het heeft geen zin dat de vreemdeling een kopie van dit schrijven aan de Dienst Vreemdelingenzaken overmaakt, omdat die stukken per kerende post zullen worden teruggezonden. Deze procedure vormt dus een afwijking van de algemene regel dat een verzoek tot (kort) uitstel van de uitvoering van een bevel om het grondgebied te verlaten rechtstreeks aan de Dienst Vreemdelingenzaken kan worden gericht. Opdat de aanvraag ontvankelijk zou zijn dient zij te bevatten : - het dossiernummer bij de Dienst Vreemdelingenzaken (het vroegere Openbaar Veiligheidsnummer) (zo mogelijk); - alle relevante gegevens aangaande de betrokkene (naam, voornaam, geboorteplaats, geboortedatum, burgerlijke stand met een kopie van de vereiste identiteits- en reisdocumenten (het paspoort met desgevallend het visum); - de vermelding van de feitelijke verblijfplaats van de aanvrager; - een overzicht van de familiale situatie; - het bewijs dat men persoonlijk in de absolute onmogelijkheid verkeert om vrijwillig te vertrekken; - het bewijs dat de nodige stappen voor de organisatie van het vrijwillig vertrek werden genomen binnen de voorgeschreven termijnen; - een beschrijving van de afgelegde reisroute om België te bereiken; - de ondertekende en gedagtekende verbintenis tot vrijwillig vertrek overeenkomstig het bij deze omzendbrief gevoegd model. Bijkomende stukken kunnen door de vreemdeling later steeds rechtstreeks overgemaakt worden aan de Dienst Vreemdelingenzaken. B. Rol van het gemeentebestuur Binnen een termijn van tien dagen na het indienen van de aanvraag dient er overgegaan te worden tot een controle van de feitelijke verblijfplaats van de betrokkene door de burgemeester of zijn gemachtigde. Na controle van de feitelijke woonplaats wordt aan de betrokkene een bewijs van inontvangstname van de aanvraag (zie model gevoegd bij deze omzendbrief) door de burgemeester of zijn gemachtigde overhandigd. Het overhandigen van dit bewijs opent geen enkel recht op verblijf. De aanvraag dient door de gemeente, na het uitoefenen van de controle inzake de feitelijke verblijfplaats, onverwijld te worden overgemaakt aan de Dienst Vreemdelingenzaken, Bureau C, North Gate II, E. Jacqmainlaan 152, 1000 Brussel. Indien de betrokkene niet woonachtig is op de opgegeven feitelijke woonplaats, dient dit bij het overmaken van de aanvraag uitdrukkelijk vermeld te worden. Verder staat het de burgemeester of diens gemachtigde vrij om bij de overhandiging van de aanvraag, elke andere inlichting die hij nuttig acht over te maken aan de Dienst Vreemdelingenzaken. De gemeente dient voorts de feitelijke verblijfplaats van de betrokken vreemdeling regelmatig te controleren en elke wijziging onverwijld door te geven aan de Dienst Vreemdelingenzaken. De aandacht dient er tenslotte op gevestigd te worden dat het enkel de Minister of diens gemachtigde is die beslissingsrecht heeft over de betrokken aanvraag. De gemeenten hoeven zich dus niet uit te spreken over de inhoud van de voorgelegde bewijzen. C. Gevolgen van het indienen van de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten Het indienen van een aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten schorst een getroffen bevel om het grondgebied te verlaten niet en heeft geen enkel gevolg voor de verblijfstatus van de betrokkene. Dit betekent dat een illegale vreemdeling op een onwettige wijze op het grondgebied blijft verblijven totdat er door de Dienst Vreemdelingenzaken een positieve beslissing aangaande zijn aanvraag werd genomen. In afwachting van deze beslissing kan de betrokkene, zoals elke andere illegale vreemdeling, op elk ogenblik worden opgepakt en vastgehouden met het oog op zijn gedwongen verwijdering van het Belgisch grondgebied. D. Beslissing aangaande de aanvraag tot het bekomen van de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten De aanvraag wordt beoordeeld op basis van het dossier dat aan de Dienst Vreemdelingenzaken wordt overgemaakt. Zo nodig zal de Dienst Vreemdelingenzaken de gemeente of de betrokkene uitnodigen om bijkomende informatie te bezorgen. Voor de beoordeling van de aanvraag is het niet nodig dat de betrokkene of zijn raadsman de aanvraag mondeling komen toelichten op de Dienst Vreemdelingenzaken of er worden gehoord. Verzoeken in die zin zullen in beginsel worden afgewezen. Bijkomende inlichtingen kunnen steeds per brief of per faxbericht worden overgemaakt aan de Dienst Vreemdelingenzaken. De aanvragen zullen zo snel mogelijk worden onderzocht.Principieel zal de Dienst Vreemdelingenzaken een beslissing nemen binnen een periode van twee maanden na het doorzenden van het dossier door de burgemeester of zijn gemachtigde. Indien de betrokkene via de gemeente uitzonderlijk binnen die termijn geen antwoord heeft ontvangen, kan hij per brief naar de stand van zaken vragen. In antwoord op dit schrijven zal de Dienst Vreemdelingenzaken binnen de vijftien werkdagen een beslissing nemen of een stand van zaken meedelen. De Dienst Vreemdelingenzaken kan drie soorten beslissingen treffen : - de aanvraag is onontvankelijk : het dossier bevat niet de noodzakelijke gegevens; - de aanvraag is ontvankelijk doch ongegrond : het dossier bevat de noodzakelijke gegevens, maar er is sprake van fraude of een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid of de overgemaakte gegevens zijn niet gegrond; - de aanvraag is ontvankelijk en gegrond : het dossier bevat de noodzakelijke gegevens, er is geen sprake van fraude of een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid en de overgemaakte gegevens zijn gegrond. De door de Dienst Vreemdelingenzaken getroffen gemotiveerde beslissing zal steeds schriftelijk overgemaakt worden aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zijn feitelijke verblijfplaats heeft. Deze beslissing zal de nodige instructies bevatten. Indien de aanvraag ontvankelijk en gegrond verklaard wordt, zal in eerste instantie de termijn van het bevel om het grondgebied te verlaten met drie maanden worden verlengd. Indien de betrokkene een nieuwe verlenging wenst, dien hij dit ten laatste vier weken voor de afloop van de verlengde termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten, aan te vragen via de gemeente van zijn feitelijke verblijfplaats. De gemeente maakt deze aanvraag tot verlenging, na controle van de feitelijke verblijfplaats, ten laatste binnen de tien dagen over aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Betrokkene dient alleen te bewijzen dat de eerder ingeroepen en gegrond bevonden reden nog aanwezig is. De Dienst Vreemdelingenzaken zal hierover voor het verstrijken van de termijn om het grondgebied te verlaten haar beslissing aan de gemeente overmaken. Na één jaar kan eventueel een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 afgeleverd worden, dit op uitdrukkelijke instructie van de Dienst Vreemdelingenzaken. E. Beroepsmogelijkheden Er kan geen bijzonder beroep ingediend worden tegen de door de Dienst Vreemdelingenzaken getroffen beslissing. Overeenkomstig de artikelen 14 en 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tegen de beslissing een beroep tot schorsing en tot nietigverklaring bij de Raad van State worden ingediend. Dit beroep heeft geen schorsende werking. Elke inlichting betreffende het onderwerp van deze omzendbrief kan bij de Dienst Vreemdelingenzaken bekomen worden (tel. 02/205.54.11) : - voor de individuele gevallen : bureau C; - voor elke vraag van juridische aard : het studiebureau. Brussel, 10 oktober 1997. De Minister van Binnenlandse Zaken, J. Vande Lanotte KONINKRIJK BELGIE Provincie : Arrondissement : GEMEENTE : Ref. : ATTEST VAN INONTVANGSTNAME Van een aanvraag tot het bekomen van een verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten dat getroffen werd op grond van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. De vreemdeling . . . . . (naam en voornamen), van . . . . . nationaliteit, geboren te . . . . . , op (in) . . . . . . zich ophoudende in de gemeente . . . . . . heeft zich heden bij het gemeentebestuur aangemeld om een verlenging te bekomen van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten, getroffen op . . . . . . (datum). Dit attest is geen verblijfsdocument, Opgemaakt te . . . . . , op . . . . . . Handtekening van de vreemdeling, Handtekening van de burgemeester of zijn gemachtigde, STEMPEL KONINKRIJK BELGIE Provincie : Arrondissement : GEMEENTE : Ref. : VERBINTENIS TOT VRIJWILLIG VERTREK De vreemdeling . . . . . (naam en voornamen), geboren te . . . . . , op (in) . . . . . , van . . . . . nationaliteit, zich ophoudende in de gemeente . . . . . Verbindt zich ertoe vrijwillig en zo snel mogelijk België te verlaten van zodra daartoe een mogelijkheid bestaat of van zodra de reden die aanleiding gaf tot de verlenging van de termijn vermeld in het bevel om het grondgebied te verlaten is weggevallen /(1) voordat de termijn van kort uitstel van de uitvoering van het bevel om het grondgebied te verlaten verstreken is, om : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze verklaring geldt ook voor de echtgeno(o)t(e) en de volgende leden van het gezin : 1. . . . . . , geboren op . . . . . 2. . . . . . , geboren op . . . . . 3. . . . . . , geboren op . . . . . 4. . . . . . , geboren op . . . . . Betrokkene verbindt zich tot een volledige medewerking voor de organisatie van zijn vertrek t.o.z. van niet-gouvernementele organisaties en overheidsinstanties. Opgemaakt te . . . . . op . . . . . Handtekening van de vreemdeling, Handtekening van de burgemeester of zijn gemachtigde, STEMPEL
begin (#top) Publicatie : 1997-11-14
|
|
|
|
Een dienst aangeboden door
 |
|