|  |  |  |  | | MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN |  | Raad voor de Mededinging Beslissing van 11 augustus 1997 nr. 97-C/C-17 In zake : 1. MAAS INTERNATIONAL EUROPE, Postbus 1600, 5062 BP Eindhoven, Nederland 2. LEKKERLAND EZ HOLDING Gmbh/C.D.K. Biesland B.V., Elisabethstrasse 2, 50266 Frechen, Duitsland Gezien de aanmelding van een concentratie, gezamenlijk ingediend op 9 juli 1997. Gezien de stukken van het dossier en het verslag van de Dienst voor de Mededinging overgemaakt aan de Raad op 30 juli 1997. Gehoord de heer Lepoutre P. in zijn verslag namens de Dienst voor de Mededinging. Gehoord de aanmeldende partijen in hun toelichting. De bij de transactie betrokken vennootschappen Maas zijn voornamelijk in de Benelux actief op de markt van verkoop van voedingsmiddelen, dranken, zoetwaren en tabakswaren. De vennootschappen Lekkerland zijn voornamelijk in Duitsland en Nederland actief op de verkoopsmarkt van voedingsmiddelen, dranken, zoetwaren en tabakswaren. De aanmeldende partij C.D.K. Biesland behoort tot de Lekkerland Duitsland groep, dewelke los staat van Lekkerland België. Bij de transactie is eveneens betrokken Maas Logistics BV/Lekkerland Benelux NV. Deze vennootschap is de oorspronkelijke vennootschap Maas Logistics BV die na de inbreng van de activiteiten door Lekkerland Nederland BV (dochter van C.D.K. Biesland-dochter van Lekkerland Europa Holding Gmbh, voorheen Lekkerland E.Z. Holding Gmbh) en de kapitaalinbreng van Maas International BV wordt omgevormd tot Lekkerland Benelux BV. De maatschappelijke zetel van Lekkerland Benelux NV bevindt zich te Ekkersrijt 7601,5692 HR Son, Nederland. Al deze ondernemingen zijn ondernemingen in de zin van artikel 1 van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging (hierna de wet genoemd). De aangemelde operatie omvat een aantal herschikkingen binnen de Maasgroep die resulteren in een concentratie tussen Maas International Europe BV-Lekkerland EZ Holding Gmbh en CDK Biesland BV waarbij laatstgenoemde Lekkerland Nederland BV inbrengt in Lekkerland Benelux NV en hiervoor (.) van de aandelen van Lekkerland Benelux NV bekomt terwijl Maas (.) van de aandelen van Lekkerland Benelux verwerft. De aangemelde concentratie kan niet worden beschouwd als een acquisitie van activa door Maas. (...) Onderhavige transactie betreft een concentratieve joint-venture. De onderneming voldoet aan de voorwaarden van een « full function » joint-venture, m.a.w. het betreft een duurzame onafhankelijke zelfstandige economische eenheid. Anderzijds hebben de betrokken partijen zich teruggetrokken uit de betrokken markten zodat er geen sprake kan zijn van gecoördineerd gedrag, hetzij tussen de oprichtende ondernemingen, hetzij tussen de oprichtende ondernemingen en de joint-venture. Partijen hadden, gezien de toenemende concentratie in de sector en andere ontwikkelingen in de markt, behoefte aan een partner om de noodzakelijke investeringen te kunnen doen en effectief te blijven concurreren. (...) Er bestaat geen betwisting over het feit dat de omzetdrempels werden bereikt. Betreffende de marktaandeeldrempel besluit de Dienst dat Maas via Sügro een marktaandeel van (.) op de markt van de distributie van zoetwaren (in ruime zin) heeft, terwijl het marktaandeel van Custers, een bedrijf overgenomen door Maas, op deze markt (.) bedraagt, zodat het marktaandeel van Maas hoger is dan (.). De Dienst kan hierin evenwel niet worden gevolgd. Ook weze opgemerkt dat Custers in principe tot Maas behoort, maar de aandelenoverdracht die hiertoe heeft geleid op dit ogenblik nog steeds het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke procedure. De Dienst kan wel worden gevolgd daar waar wordt gesteld dat de markt van de distributie van zoetwaren, zonder dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de distributie van snoepgoed en « accessoires » (dranken, kleine snacks, sandwiches en een beperkt aantal uiteenlopende producten), als relevante produktenmarkt, afgesplitst van de distributie van tabakswaren moet worden beschouwd, daar waar de distributie van tabakswaren en zoetwaren niet noodzakelijkerwijze via dezelfde kanalen gebeurt. Het is evenwel niet ten genoege van recht bewezen en vaststaand dat de aanmeldende partijen hierop een marktaandeel van 25 % behalen. Lekkerland is niet actief op de Belgische markt van zoetwaren. Bij het bepalen van de marktaandeeldrempel blijkt de Dienst te zijn uitgegaan van de marktomvang van de vier grote zoetwarenhandelaars, ( . . . . . ) (zie bl. 25 en 26 van de aanmelding). Nochtans blijkt naast de vier grote zoetwarenhandelaars ook nog andere zoetwarenhandelaars te bestaan, wier marktaandeel, blijkens de antwoorden van leveranciers en klanten in het dossier, door de aanmeldende partijen terecht op 10-15 % wordt geschat. De grijze markt (de verkooppunten zoals tabakszaken, benzinestationsshops, kantines, scholen, kiosken en gespecialiseerde kleinhandelszaken) kopen ook in bij de leveranciers van de F3 (winkels van het type night-shop, buurtwinkels, winkels zoals Battard) en F2 (deels niet-geïntegreerde detailhandel type Spar, Unic...) en F1-winkels (geïntegreerde detailhandel). Desbetreffend stelt de Dienst in haar verslag : "zij (= de Dienst) is er van overtuigd dat de totale aankopen (van zowel grotere als kleinere klanten) aan F1, F2 en F3 wellicht de 20 % niet overschrijden." De antwoorden van een aantal klanten in het dossier bevestigen dat klanten van de grijze markt ook rechtstreeks bij fabrikanten en F1-winkels aankopen. De desbetreffende schatting door aanmeldende partijen van 5 à 10 % komt als aanvaardbaar voor. Rekening houdend met deze correcties op de door de Dienst voor de Mededinging weerhouden cijfers bekomt men aldus een marktaandeel van ongeveer (..........). In elk geval is niet bewezen dat de marktaandeeldrempel van 25 % werd bereikt. Er dient dan ook besloten dat de concentratie niet aanmeldingsplichtig is. OM DEZE REDENEN De Raad voor de Mededinging Gelet op de voorhanden zijnde gegevens zegt dat de concentratie niet onder het toepassingsgebied valt van de wet van 5 augustus 1991. Aldus uitgesproken bij beslissing van 11 augustus 1997 door de kamer van de Raad voor de Mededinging samengesteld uit de heren Huyghe M., Kamervoorzitter, Van Ooteghem J., Van Cayseele P., en Dabin L., leden van de Raad.
begin (#top) Publicatie : 1997-11-29
|
|
|