|  |  |  |  | | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |  |  | | 4 NOVEMBER 1997 | | Noodplan t.b.v. hulpverlening bij extreme weersomstandigheden Omzendbrief Wel/97/09 |
| Aan de voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Ter kennisgeving : Aan Mevrouw en de heren provinciegouverneurs, Aan de colleges van burgemeester en schepenen, Aan de erkende instellingen voor algemeen welzijnswerk, Mevrouw de voorzitter, Mijnheer de voorzitter, Bij de jaarwisseling werd uw bijzondere aandacht gevraagd voor mensen die door de extreme en langdurige koude bedreigd werden. Er werden in die periode door OCMW's en tal van andere initiatiefnemers heel wat spontane en georganiseerde acties ontwikkeld. Het waren lovenswaardige initiatieven, die voor vele mensen die in problemen geraakten een oplossing boden. Ondanks de veelheid van deze initiatieven zijn er toch nog telkens vereenzaamde burgers die door de mazen van het hulpverleningsnet vallen. 1. Situering. Sommige bevolkingsgroepen zijn bij extreem slechte weersomstandigheden kwetsbaarder dan andere : thuislozen, vereenzaamden en meer bepaald bejaarden, mensen met een laag inkomen, minder mobiele personen, generatie-armen, eenoudergezinnen met kinderen... De welzijnsnoden zijn in die gevallen meestal zowel van financieel-materiële aard (bv. toevoer van brandstoffen) als van technische aard (bv. herstellen van bevroren waterleidingen). Ook kan medische en praktische bijstand (b.v. regeling boodschappen) vereist zijn. De hulpverlening bestaat dan voornamelijk uit het direct en snel voldoen aan basisbehoeften zoals het uitdelen van kleding, dekens en voedsel en het aanbieden van onderdak en verwarming. Artikel 28, § 3 van de OCMW-wet biedt de voorzitter de mogelijkheid om dringende hulp te verlenen. Daarnaast vormt preventie (signalisatie en detectie) een belangrijk luik van de eerstelijnshulpverlening. Uit een navraag naar de opvangactiviteiten tijdens de voorbije winter bleek dat er vooral behoefte is aan een betere coördinatie bij het verlenen en organiseren van deze noodhulp. Hoewel vele OCMW's al een aanbod hebben uitgebouwd in samenwerking met andere hulpverleningsdiensten, willen we toch een appèl doen op de OCMW's om verder werk te maken van maatregelen die tegemoet komen aan de specifieke welzijnsnoden die deze slechte weersomstandigheden in de komende winterperiode met zich kunnen meebrengen. Heel in het bijzonder willen we uw aandacht vragen voor de coördinatie en de preventieve planning. 2. Coördinatie Op basis van artikelen 61 en 62 van de OCMW-wet heeft het OCMW de juridische mogelijkheid om deze noodhulp te coördineren. Om de coördinatie bij het organiseren van deze noodhulp te ondersteunen kan een stappenplan gevolgd worden. Dit is een handig hulpinstrument om oplossingsscenario's op te stellen en acties te ontwikkelen in uitvoering van de bestaande opdrachten. Deze planning wordt gerealiseerd in samenwerking met andere diensten en voorzieningen. Het lijkt ons wenselijk dat elk OCMW een dergelijk stappenplan ontwikkelt of, indien er reeds een noodplan bestaat, het verder verfijnd wordt. De hiernavolgende suggesties en het model in bijlage kunnen daarbij behulpzaam zijn. 2.1. Het bereik van de doelgroep. Een aantal van de reeds genoemde groepen maken al gebruik van het aanbod van het OCMW en van andere diensten. Anderen, zoals b.v. bepaalde groepen van bejaarden en campingbewoners worden extra kwetsbaar bij slecht weer of zijn niet zo vertrouwd met de geboden dienstverlening. Extra-inspanningen dienen dus geleverd te worden om diegenen te bereiken die geïsoleerd dreigen te geraken. Doelgroepgerichte informatie over opvangmaatregelen, bekendmaking via de media en het verrichten van extra huisbezoeken is van essentieel belang. Ook kan een samenwerking worden opgezet met andere diensten, bv. met de gemeente of de post, om zo contact te houden met personen in risicosituaties. Dit kan b.v. resulteren in het aanwijzen van flattoezichters en buurt- of straatverantwoordelijken. Er kan ook een beroep gedaan worden op de algemene solidariteit van de bevolking om personen in risicosituaties te signaleren aan het OCMW of andere diensten. Via de lokale kranten en de lokale media zal de burger geïnformeerd worden over meldingspunten die ter plaatse georganiseerd zullen worden om deze noodsignalen te centraliseren. Op grond van artikel 60bis van de OCMW-wet is het OCMW er trouwens toe verplicht initiatieven te nemen met het oog op de bekendmaking van de verschillende vormen van dienstverlening die worden verstrekt. 2.2. Preventie. Om het preventieve luik te organiseren kunnen specifieke acties worden ontwikkeld. Een aandachtsschema kan onder andere de volgende aspecten bevatten : - een afspraakregeling met de energiemaatschappijen voor het behoud en het verzekeren van de normale energietoevoer; - een afspraakregeling met stookolieleveranciers (levering kachels, facturatie); - een regeling van de dringende financiële steun voor de verwarmingskosten en een interne normering ervan; - een regeling rond de maaltijdbedeling, eventueel extra distributierondes en het toekennen van maaltijdcheques; - specifieke voorbereidingen van de eigen interne diensten zoals de aankoop van extra technisch materiaal, sneeuwkettingen of de installatie van bijkomende permanentielijnen; - dagopvangmogelijkheden; - een regeling voor opvangmogelijkheden met andere centra, nachtasiel; - het opzetten van seizoensgebonden projecten b.v. een karweiploeg, preventief nazicht van kachels voor de winter, de levering van noodkachels, informatiesessies met technische tips; - ter beschikking stellen van interne diensten : poetsdienst, klussendienst, technisch personeel, enz. 2.3. Samenwerking. Er wordt zoveel mogelijk gezocht naar samenwerking tussen de diverse diensten en voorzieningen. Deze samenwerking kan leiden tot taakafspraken rond een aantal activiteiten : b.v. een 7 X 24 uur bereikbaarheid en opvang, preventieve activiteiten, signalisatie van de noden. Een organisatorisch samenwerkingsverband op lokaal, intergemeentelijk of regionaal niveau is dan van belang. Naast de welzijnssector zijn immers ook andere sectoren van betekenis zoals : de post, de stedelijke diensten, de energiemaatschappijen enz. Regelmatig overleg en samenwerking kan dan voldoen aan een aantal behoeften zoals : veldonderzoek, een oproepcentrale, een permanent georganiseerd opvangnetwerk, voortgangsbewaking van de structurele aspecten van deze problematiek. Zo kan op basis van deze samenwerking een permanentieregeling getroffen worden om de opvang goed gestructureerd en gecoördineerd te laten verlopen. Het is immers van belang dat zowel de noodbehoevenden als de hulpverleners, vrijwilligers of diensten dag en nacht met de noodsituatie waarmee ze worden geconfronteerd terechtkunnen bij een georganiseerde dienst, b.v. in de vorm van een permanente oproepcentrale met een oproepsysteem dat zeven dagen op zeven en vierentwintig uren bereikbaar is. Dergelijke systemen zijn zowel ter ondersteuning van preventieve acties als bij onmiddellijke interventie van belang. Zo een dergelijke centrale wordt best bemand door professionelen, dient de meldingen te centraliseren en verdere dispatching te realiseren. Voor de organisatie ervan kan eventueel de sociale dienst van het OCMW instaan. Daarnaast is permanente informatie over de beschikbare opvangmogelijkheden een vereiste. Die opvang kan verscheidene vormen aannemen : opvangtehuizen voor thuislozen, nachtasiel, systeem met crisisbedden, openstellen van eetplaatsen van rusthuizen, enz. Ook informatie over technische hulp moet voorhanden zijn. Met de centra algemeen welzijnswerk kunnen er afspraken gemaakt worden rond opvangmogelijkheden en -voorwaarden. De dagprijsregeling is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het OCMW en de sector van de onthaaltehuizen. Het is wenselijk dat zulk een noodplan operationeel is voor de komende winter `97-'98 en afgestemd wordt op de lokale situatie. OCMW's die een dergelijke noodplan nog niet ontwikkeld hebben, worden aangespoord er dringend werk van te maken. De andere OCMW's kunnen hun noodplanning optimaal tot ontwikkeling brengen. Een lokaal noodplan wordt immers jaarlijks geactualiseerd en bijgestuurd. Op Vlaams niveau wordt een projectgroep geïnstalleerd. De bedoeling ervan is om op basis van de lokale noodmaatregelen te komen tot een handleiding met praktijkvoorbeelden. In deze projectgroep zullen een aantal piloot-OCMW's kunnen participeren. OCMW's die aan een dergelijk initiatief wensen mee te werken, kunnen dit doen door hun ervaring ter beschikking te stellen van de projectgroep. Zij kunnen contact opnemen met de administratie Gezin en Maatschappelijk Welzijn, afdeling Welzijnsbevordering van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Markiesstraat 1 in 1000 Brussel. We wensen u veel succes bij het uitwerken van een aangepast hulpverleningsaanbod voor deze acute noodsituaties. Bijlage : het stappenplan waarmee een dergelijke noodplan tot stand kan komen. Brussel, 4 november 1997. L. MARTENS, Vlaams minister van Cultuur, Gezin en Welzijn L. PEETERS, Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting Bijlage bij de omzendbrief m.b.t. een noodplan t.b.v. hulpverlening bij extreme weersomstandigheden Op basis van de inventaris van ervaringen in een aantal OCMW's zijn een reeks elementen bij elkaar gebracht die kunnen helpen bij het ontwikkelen of verder verfijnen van een noodplan. Deze worden hier schematisch weergegeven. 1. Uitgangspunten en doelgroep. 1.1. situering van het noodplan : - het betreft hier een lokaal initiatief onder leiding van het OCMW; - de opvang is een lokale (OCMW)verantwoordelijkheid; - het initiatief moet worden onderscheiden van meer omvangrijke plannen zoals het provinciaal rampenplan. 1.2. uitgangspunten. Het gaat om een OCMW -coördinatie van de eerstelijnshulpverlening, gekenmerkt door : - zorg op maat; - directe hulpverlening; - aandacht voor het structurele in het aanbod; - een organisatiemodel afhankelijk van lokale mogelijkheden en middelen; - integrale opvang op lokaal niveau, die gebeurt in het kader van een ruimere samenwerking : zowel lokaal als intergemeentelijk, binnen de welzijnssector als met relevante belendende sectoren. 1.3. doelgroep : de lokale bevolking met specifieke aandacht voor kwetsbare groepen : thuislozen, vereenzaamde bejaarden, sociaal uitgeslotenen, vereenzaamden, generatie-armen... 2. Strategie en stappen in de opbouw van een noodplan. Volgende suggesties zijn opgemaakt op basis van een inventaris van ervaringen. Zij zijn voor verdere aanvulling vatbaar, maar kunnen als dusdanig reeds dienstig zijn voor de opbouw van een noodplan. De stappen laten toe systematisch en op voorhand te onderzoeken wat georganiseerd moet worden, zodat er niets over het hoofd gezien wordt bij onverwachte situaties. Fase 0 : het initiatief wordt genomen door het OCMW als organisator, dat daartoe een opdracht heeft op basis van de OCMW-wet. Fase 1 : opsporen van de noden : de volgende categorieën van noden kunnen worden onderscheiden : - financieel-materiële :b.v. toevoer van brandstoffen; - technische : b.v. in geval van bevroren waterleidingen; - medische : b.v. eerste hulp bij ongevallen; - praktische : b.v. regeling boodschappen; Op basis van bestaande ervaringen met betrekking tot dit soort hulpvragen, van bevoorrechte getuigen, en op basis van de aanwezige mogelijkheden kunnen deze noden gerangschikt worden en er kan een prioriteitsbepaling met betrekking tot het aanbod worden opgemaakt. Fase 2 : hoe de doelgroep bereiken en informeren m.b.t. het aanbod dat voorhanden is? kanalen binnen de eigen diensten aanspreken /kanalen via media creëren : - via huisbezoeken van bijvoorbeeld de 60+'ers; - bekendmaking via de radio, tv-spotje op de regionale zender, folders; - tijdschriften en reclamebladen, seniorenraden, verenigingsleven... Fase 3 : de organisatie van de hulpverlening en van de samenwerking met andere diensten. Hierbij kan het nuttig zijn om de organisatie van rondetafelgesprekken met een aantal partners te organiseren. 3.1 preventief : 3.1.1 seizoengebonden projecten : - de organisatie van specifieke projecten b.v. een karweiploeg, preventief nazicht van kachels in het najaar, de levering van noodkachels, informatiesessies met technische tips. 3.1.2 de organisatie van het bereiken van de doelgroep en van de mogelijkheid om signalen te geven : - telefonisch; - via de postbode; - naaste omgeving en familie; - andere diensten (b.v thuisverzorgingsdiensten....); - via huisbezoeken van bv de 60+ers onder de cliënten. 3.1.3 een regeling m.b.t. energievoorziening : - overleg met de energiemaatschappijen m.b.t. het behoud van de minimale energievoorziening; - een afspraakregeling met stookolieleveranciers (levering kachels, facturatie....); - afspraken m.b.t. dringende financiële hulpverlening (systeem bijzondere verwarmingstoelagen en een mandaatregeling maatschappelijk assistent). 3.1.4 een regeling i.v.m. maaltijdbedeling : - eigen maaltijdbedeling vanuit het OCMW; - eventueel extra distributierondes voor huis aan huisbedeling (inschakeling van vrijwilligers); - samenwerking met : dienstencentra, sociale of privé -restaurants; - in voorraad houden van vacuümmaaltijden bij een noodoproep. 3.1.5 een boodschappenregeling : - inschakeling vrijwilligers m.b.t. voeding en medicatie; - specifieke aandacht : bejaarden, mindermobiele personen, alleenstaande moeders met kinderen. 3.1.6 een regeling voor dringende hulpverlening : - regeling noodkas met mandaatregeling voor de maatschappelijk assistent inclusief de financiële hulpverlening en een systeem voor bijzondere verwarmingstoelagen; - eventueel inschakeling van een mindermobielencentrale : tijdelijke vervoerregeling voor dringende hulpverlening. 3.1.7 een regeling voor opvang en onthaal : - opvangmogelijkheden doorgeven aan andere diensten (brandweer, politie); - opvang (bv : rustoord, dienstencentrum, RVT's, centra algemeen welzijnswerk). 3.2 Uitwerken van een permanentieregeling : - wie is verantwoordelijk : mandaatregeling maatschappelijk assistent; - kan voorzien worden in een vierentwintigurenpermanentie, zeven dagen op zeven (dag- en nacht-permanentie)? Daartoe dienen regelingen getroffen zowel tijdens als buiten de diensturen. Voor de permanentie buiten de diensturen is er een mogelijkheid tot samenwerking met andere OCMW's via een convenantenregeling; - centralisatie sociale dienst OCMW (permanent bereikbaar); - regeling mogelijke noodinterventie. 3.3 Samenwerkingsverbanden met instellingen uit de welzijnssectoren en met relevante andere sectoren : - uitwerken van een communicatieplanning (intern/extern) : implementatie in fase 3.1 en 3.2. - formeel noodoverleg organiseren; - samenwerkingsakkoorden met de gemeente : bij veiligheidsproblematiek is b.v. de gemeente bevoegd; - coördinatie van het geheel: OCMW. Takenlijst - organiseren van overleg op gemeentelijk vlak met andere diensten om deze planning te concretiseren; - eventueel uit te nodigen diensten : posterijen, politie, het wit-gele kruis, brandweer, rust- en verzorgingstehuizen, dienstencentra, mutualiteiten, enz; - verbintenis als partner in de samenwerking, verbintenis op taakniveau; - formaliseren van het samenwerkingsverband; - regeling van engagementen, financiële repercussies; - bij gemeenteoverschrijdende interventies : regeling van toelating, convenantenregeling met andere OCMW's en financiële implicaties; - tijdsplanning : van de verschillende activiteiten, regeling van de verschillende procedurefases en de beslissingsbevoegdheid. Het resultaat van het geheel : een concreet noodplan. Fase 4 : evaluatie van initiatief. Een minimale registratie als hulpmiddel is erg nuttig : het is de basis om de hulpverlening in de toekomst eventueel aan te passen en te verbeteren. De registratie van de meldingen omvat minimaal bv : datum en uur oproep, door wie, naam en voornaam van de cliënt, adres, aard van de aanvraag, naam van de hulpverlener van wacht, omschrijving van de uitgevoerde hulpverlening en door wie ze verricht is, nazorgaspecten... 3. Succes- en faalfactoren bij het opzet : Bij de aanpak van dit alles dient oog te zijn voor : factoren die het opzet kunnen doen lukken : - kanaliseren en mobiliseren van de aanwezige solidariteit in de gemeenschap (burgerzin); - bestaand welzijnsoverleg, permanent armoedeoverleg op het terrein; - duidelijke afspraken; - formuleren van een concreet project; - evalueren en optimaliseren van vroegere praktijkervaring met noodopvang; - stimuleren van mantelzorg; - aanduiden van signaalwachters (postbode, ...); - betrekken van relevante instanties bv de energiemaatschappijen; - ontwikkelen van tijdelijke dienstverlening (bv. technische ploeg,...); factoren die het opzet kunnen doen mislukken : - onduidelijkheid omtrent de meerwaarde van het opzet; - ingewikkelde procedures; - langdurige en ingewikkelde besluitvorming; - ontbreken van een afstemming in de werkzaamheden van het noodplan; De projectgroep, waarvan sprake in de omzendbrief, heeft tot doel, op basis van concrete ervaringen, de hierboven vermelde aandachtspunten en aspecten verder uit te werken tot een werkbare handleiding met praktijkvoorbeelden.
begin (#top) Publicatie : 1997-12-09
|
|
|