MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP
Vacante betrekking van inspecteur secundair onderwijs, groep wiskunde-wetenschappen, subgroep socio-economische wetenschappen, bij de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap
Aan alle personeelsleden van het onderwijs via de instellingshoofden van de onderwijsinstellingen;
Aan de laureaten van het bekwaamheidsbewijs van inspecteur;
Aan de leden van de pedagogische begeleidingsdiensten via de koepels van de inrichtende machten;
I. Vacature.
In toepassing van artikel 11 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, wordt u ter kennis gebracht dat volgende betrekking van inspecteur te begeven is bij de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap :
1 betrekking van inspecteur secundair onderwijs, groep II : wiskunde-wetenschappen, subgroep 5 : socio-economische wetenschappen.
II. Gestelde vereisten (voorwaarden).
A. Voor de toegang tot het ambt van inspecteur wordt een proef georganiseerd.
Onverminderd de toepassing van artikel 7 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten moet de kandidaat, om tot de proef te worden toegelaten :
1° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;
2° van goed gedrag zijn, zoals dat blijkt door een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan drie maanden tevoren werd uitgereikt;
3° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
4° ten minste tien jaar dienstanciėnniteit hebben.
Deze dienstanciėnniteit wordt berekend overeenkomstig artikel 24, § 1, artikel 25 en artikel 26 van het genoemd decreet;
5° in vast verband benoemd zijn in een van de categorieėn zoals bepaald in artikel 7 van het genoemd decreet :
- bestuurs- en onderwijzend, paramedisch, sociaal en psychologisch personeel van het onderwijs;
- personeel van de pedagogische begeleidingsdiensten.
Ingevolge de toepassing van artikel 8 van het genoemd decreet en van artikel 9 van het uitvoerend besluit van de Vlaamse regering worden enkel kandidaturen van personeelsleden uit het gesubsidieerd vrij onderwijs in aanmerking genomen;
6° een dossier overleggen houdende zijn curriculum vitae, met opgave van alle elementen waardoor de kandidaat zijn onderwijskundige inzichten, agogische vaardigheden en vakdidactische deskundigheid heeft uitgebreid en verdiept.
Genoemde proef omvat :
1. Een schriftelijk gedeelte bestaande uit de behandeling van een onderwijskundig onderwerp.
2. Een mondeling gedeelte bestaande uit :
a) een onderhoud waaruit moet blijken of de kandidaat de menselijke eigenschappen, alsmede de nodige aanleg en beroepskennis bezit vereist door de waardigheid en de verantwoordelijkheid eigen aan het ambt van inspecteur. Bovendien moet uit het onderhoud blijken in hoeverre hij op de hoogte is van de hedendaagse pedagogische vraagstukken;
b) een bespreking over de oplossing van een administratief probleem steunend op de geldende wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen;
c) een rapportering in verband met de analyse van een school, via een simulatie;
d) een beoordeling van een gesimuleerd onderwijskundig probleem.
B. Overeenkomstig de bepaling van artikel 109 van genoemd decreet dient de commissie bij haar voordracht eveneens in aanmerking te nemen :
De personeelsleden die laureaat zijn van een bekwaamheidsexamen voor een ambt van inspecteur georganiseerd ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast zijn met het toezicht op deze inrichtingen, en de personeelsleden, die houder zijn van een bevorderingsbrevet van inspecteur, uitgereikt op grond van hetzelfde koninklijk besluit van 22 maart 1969 en van het koninklijk besluit van 7 maart 1978 betreffende het examen tot het verkrijgen van het getuigschrift van bekwaamheid voor het ambt van kantonnaal inspecteur in het basisonderwijs (Nederlands taalstelsel).
De commissie steunt zich hierbij op de elementen van het vroeger afgelegde examen en hoort de betrokkenen.
III. Indienen van de kandidaturen (vorm en termijn).
De kandidaturen en het dossier moeten op straffe van nietigheid uiterlijk op 19 januari 1998 bij een ter post aangetekende brief gezonden worden aan onderstaand adres :
Departement Onderwijs,
Afdeling PMS-navorming-leerlingenvervoer,
Koningsstraat 138, lokaal 603,
1000 Brussel.
Dit dossier bevat minimaal een curriculum vitae en een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan drie maanden tevoren werd uitgereikt.
Alle elementen van het ingestuurd dossier worden toegevoegd aan het persoonlijk administratief dossier, dat door de administratie ter beschikking van de examencommissie wordt gesteld.
Niet in de vorm noch binnen de termijn ingediende sollicitaties worden niet aanvaard.
« De vereisten van behoorlijk bestuur nopen ertoe dat u als instellingshoofd overwijld deze omzendbrief ter visering voorlegt aan alle personeelsleden, in actieve dienst of met verlof, verbonden aan uw instelling. »
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. Van Den Bossche.




begin (#top) Publicatie : 1997-12-18
Een dienst aangeboden door
Telenet