<janfebruari 2004mrt>
madiwodovrzazo
      
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
Publicatie (pdf) van
donderdag 19 februari 2004
Printversie.
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof
Bij vonnis van 30 oktober 2003 in zake D. Nuelant tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 19 december 2003, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Gent de volgende prejudiciėle vraag gesteld :
« Schendt artikel 260 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1964 (thans artikel 355 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992) het gelijkheidsbeginsel zoals vastgelegd in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat deze bepaling de administratie de bevoegdheid verleent zelfs nadat de aanslagtermijnen zijn verstreken een nieuwe, vervangende aanslag te vestigen wanneer de oorspronkelijke aanslag hetzij door de gewestelijke directeur, hetzij door de rechter nietig werd verklaard, zodat de administratie aldus in de gelegenheid wordt gesteld een door haar begane onregelmatigheid te herstellen, terwijl de gewone rechtsonderhorige lastens wie de bevoegde instantie een rechtshandeling vernietigt wegens door hem begane onregelmatigheden deze onregelmatigheid niet kan herstellen, maar de gevolgen van de vernietiging dient te ondergaan, onder het enkele voorbehoud van zijn recht van verhaal tegen de beslissing tot vernietiging, en terwijl de bevoegdheid tot het vestigen van een vervangende aanslag enkel de belastingplichtige in de inkomstenbelastingen treft en niet de belastingplichtige in andere belastingen of heffingen ? »
Die zaak is ingeschreven onder nummer 2875 van de rol van het Hof.
De griffier,
L. Potoms.


begin (#top) Publicatie : 2004-02-19