<augseptember 2004okt>
madiwodovrzazo
  
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
   
Publicatie (pdf) van
donderdag 9 september 2004
Printversie.
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof
Bij vonnis van 22 juli 2004 in zake de n.v. Axa Bank Belgium tegen M. Heyvaert, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 26 juli 2004, heeft de vrederechter van het zevende kanton Antwerpen de volgende prejudiciële vragen gesteld :
« In de mate artikel 82 van de faillissementswet ruimte laat aan de schuldeiser om de kosteloze borg of verbonden echtgenoot in rechte aan te spreken en tegen hen uit te voeren vóór het tijdstip van sluiting van het faillissement met de gebeurlijke verschoonbaarverklaring van de hoofdschuldenaar, worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet geschonden; het onderscheid met de kosteloze borg of verbonden echtgenoot, geplaatst na het tijdstip van verschoonbaarverklaring, berust niet op een objectief criterium en is niet redelijk verantwoord;
Het onderscheid dat thans bestaat tussen, enerzijds, de kosteloze borg en de verbonden echtgenoot - zoals geviseerd door artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet - en, anderzijds, de hoofdelijke schuldenaar die zich kosteloos of belangeloos verbonden heeft - niet geviseerd door artikel 82, tweede lid, van de faillissementswet - berust evenmin op een objectief criterium en is evenmin redelijk verantwoord; artikel 82 van de faillissementswet houdt in die zin eveneens schending in van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet ? »
Die zaak is ingeschreven onder nummer 3066 van de rol van het Hof.
De griffier,
L. Potoms.


begin (#top) Publicatie : 2004-09-09