<augseptember 2004okt>
madiwodovrzazo
  
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
   
Publicatie (pdf) van
dinsdag 21 september 2004
Printversie.
MINISTERIE VAN HET WAALSE GEWEST
28 JULI 2004
Besluit van de Waalse Regering tot goedkeuring van het gemeentelijke programma voor plattelandsontwikkeling van de gemeente Lontzen
De Waalse Regering,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 1, § 3;
Gelet op het decreet van 6 juni 1991 betreffende de plattelandsontwikkeling;
Gelet op de beraadslaging van de gemeenteraad van Lontzen van 2 maart 1998 waarbij werd beslist zijn actie voor plattelandsontwikkeling aan te passen volgens het programma bepaald in de bij dit besluit gevoegde documenten;
Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 20 november 1991 betreffende het plattelandsontwikkeling;
Gelet op het advies van de Gewestelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening van 17 december 2003;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën van 9 juni 2004;
Overwegende dat de gemeente Lontzen de kosten van de nodige aanschaffingen en werkzaamheden niet alleen kan dragen;
Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
Besluit :
Artikel 1. Het gemeentelijke programma voor plattelandsontwikkeling van de gemeente Lontzen wordt goedgekeurd op de datum van zijn ondertekening voor een periode van 10 jaar te rekenen van deze datum.
Art. 2. De gemeente kan toelagen verkrijgen om haar programma voor plattelandsontwikkeling uit te voeren.
Art. 3. Deze toelagen worden verleend binnen de perken van de daartoe jaarlijks beschikbare begrotingskredieten en onder de voorwaarden die bij overeenkomst vastgesteld zijn door de Minister tot wiens bevoegdheden de Plattelandsontwikkeling behoort.
Art. 4. De toelagen bedragen 80 % van de kosten van de aanschaffingen en werkzaamheden die nodig zijn om het programma uit te voeren, bijkomende kosten inbegrepen.
Art. 5. De gemeente moet de toelagen overeenkomstig de geldende wettelijke en reglementaire bepalingen aanvragen.
Art. 6. De Minister van Landelijke Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking op de dag van de ondertekening ervan.
Namen, 28 juli 2004.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme,
B. LUTGEN


begin (#top) Publicatie : 2004-09-21