 |  |  | | MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP |  |  | | 18 JANUARI 2005 | | Ministerieel besluit houdende de delegatie van sommige bevoegdheden inzake het landbouwbeleid en de zeevisserij aan personeelsleden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap |
| De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6, § 1, V, vervangen bij de bijzondere wet van 13 juli 2001; Gelet op het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, inzonderheid op artikel 12, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2002; Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, inzonderheid op artikel 6, gewijzigd bij de wet van 19 juli 2001; Gelet op het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel, inzonderheid op artikel II, 26; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2003 tot oprichting van een Vlaams betaalorgaan voor het Europees Oriėntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004; Gelet op het ministerieel besluit van 19 december 2000 houdende overdracht van bevoegdheid door de Minister van Landbouw en Middenstand inzake het gunnen en uitvoeren van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake diverse uitgaven; Overwegende dat het, met het oog op een efficiėnte beleidsuitvoering, wenselijk is om sommige bevoegdheden te delegeren aan personeelsleden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder : 1° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Landbouwbeleid en de zeevisserij; 2° secretaris-generaal : de secretaris-generaal die aan het hoofd staat van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw; 3° administratie : de administratie Land- en Tuinbouw, de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie, het Centrum voor Landbouweconomie en het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek; 4° leidend ambtenaar : de ambtenaar die belast is met de leiding van een van de volgende diensten : a) respectievelijk een van de in artikel 1, 3°, bedoelde administraties of centra; b) het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, bedoeld in artikel 12 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994; c) het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector, bedoeld in artikel 2 van het decreet van 13 mei 1997 houdende oprichting van een Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector. Art. 2. Dit besluit is, onder voorbehoud van de bepalingen in hoofdstuk II, van toepassing op de administratie van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor de domeinen waarvoor de minister bevoegd is. Het betreft de delegatie in het kader van : 1° het algemene landbouw- en zeevisserijbeleid voor het inhoudelijke en financiėle aspect; 2° het land- en tuinbouwondersteuningsbeleid, opgenomen in het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds, voor het inhoudelijke aspect; 3° het ondersteuningsbeleid voor de visserij- en aquicultuursector, opgenomen in het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector, voor het inhoudelijke aspect; 4° het Vlaams betaalorgaan voor het Europees Oriėntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 maart 2003, hierna het betaalorgaan te noemen, voor het inhoudelijke en financiėle aspect. HOOFDSTUK II. - Bevoegdheden van de secretaris-generaal Art. 3. De secretaris-generaal is belast met alle administratieve maatregelen inzake begrotingsuitvoering en inzonderheid met de ondertekening van vastleggings- en betalingsdocumenten inzake verbintenissen die door de minister of het daartoe overeenkomstig hoofdstuk III gedelegeerde personeelslid werden aangegaan. Art. 4. De secretaris-generaal is gemachtigd om personeelsleden aan te wijzen die het departement zullen vertegenwoordigen bij congressen, colloquia, studiedagen en conferenties of die als afgevaardigde van het departement een interview mogen geven of een voordracht of toespraak mogen houden met betrekking tot de materies die binnen de taakomschrijving vallen van de administratie, genoemd in artikel 1. Art. 5. Om een efficiėnte organisatie te waarborgen, kan de secretaris-generaal de gedelegeerde bevoegdheden die hiervoor in aanmerking komen, subdelegeren aan personeelsleden van zijn departement, tot op het meest functionele niveau. Elke subdelegatie wordt meegedeeld aan het Rekenhof. HOOFDSTUK III. - Bevoegdheden van de leidend ambtenaar Afdeling I. - Delegaties van algemene aard Art. 6. . De leidend ambtenaar is gemachtigd om : 1° de dagelijkse briefwisseling die verband houdt met zijn opdracht te ondertekenen, met behoud van de toepassing van de bijzondere regeling die geldt voor de antwoorden op brieven van het Rekenhof met betrekking tot de door het Rekenhof geformuleerde opmerkingen; 2° gewone en aangetekende zendingen, bestemd voor zijn administratie, in ontvangst te nemen, met uitzondering van de dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; 3° uittreksels en afschriften van documenten die verband houden met de taken van zijn dienst eensluidend te verklaren en uit te reiken; 4° staten van verschuldigde sommen betreffende presentiegelden en reis- en verblijfkosten goed te keuren als ze verband houden met de werking van aan zijn dienst verbonden advies- en overlegorganen; 5° de opdrachten tot vastlegging en uitbetaling van verbintenissen te ondertekenen, zowel met betrekking tot overheidsopdrachten als subsidies, al dan niet contractueel, die verband houden met de dienst in kwestie en die door de Vlaamse Regering, de minister of ter uitvoering van artikelen 7 en 8 en afdeling 3, werden aangegaan; 6° minnelijke schikkingen aan te gaan, die voorafgaan aan het ontstaan van een rechtsgeding, als het bedrag van de uitgaven die eruit voortvloeien niet meer bedraagt dan 50.000 euro; 7° een lijst vast te stellen van advocaten die in rechtsgedingen kunnen worden aangesteld; 8° het bedrag van de erelonen en de vergoedbare kosten van de advocaten goed te keuren en te betalen; 9° vonnissen, arresten en dadingen uit te voeren; 10° de uitgaven die verbonden zijn aan de uitvoering van vonnissen, arresten, dadingen en schulderkenningen, goed te keuren en opdracht te geven om ze uit te betalen. Afdeling II. - Bepalingen betreffende de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten en het doen van andere uitgaven Art. 7. § 1. De leidend ambtenaar is gemachtigd om, in het kader van de uitvoering van de taken van zijn administratie, bestekken voor werken, leveringen of diensten of de bescheiden die ze vervangen goed te keuren, de wijze te kiezen waarop de opdrachten worden gegund, in voorkomend geval de deelnemers te selecteren en opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen of diensten te gunnen of niet te gunnen en te zorgen voor de uitvoering ervan, met inbegrip van alle rechten en verplichtingen, verleend aan of opgelegd aan de aanbestedende overheid, overeenkomstig de regelgeving inzake de overheidsopdrachten. Deze machtiging geldt alleen binnen de perken van de geopende kredieten en als de volgende drempelbedragen niet worden bereikt : 1° 3.000.000 euro voor een openbare aanbesteding of algemene offerteaanvraag; 2° 1.000.000 euro voor een beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag; 3° 625.000 euro voor een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking; 4° 250.000 euro voor een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. De delegatie geldt eveneens als al de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° het geraamde bedrag is lager dan de bedragen, bepaald in § 1, tweede lid; 2° het goed te keuren inschrijvingsbedrag overschrijdt de bedragen, bepaald in § 1, tweede lid, niet met meer dan 15 %. De leidend ambtenaar is tevens gemachtigd om deze opdrachten te gunnen aan één of meer derden, voor rekening van een in gebreke gebleven leverancier of dienstverlener waartegen ambtshalve wordt opgetreden. § 2. De leidend ambtenaar is bovendien verantwoordelijk voor de eenvoudige uitvoering van de opdrachten voor de aanneming van werken, leveringen of diensten die ter uitvoering van voormelde taken werden gegund door de minister of de Vlaamse Regering. Onder eenvoudige uitvoering moet worden verstaan het treffen van alle maatregelen en beslissingen die ertoe strekken het voorwerp van de opdracht te verwezenlijken, en die binnen de perken van de aanneming blijven, met uitzondering van de maatregelen en beslissingen die een beoordeling van de gunnende overheid vereisen. Art. 8. De leidend ambtenaar is tevens gemachtigd om allerlei uitgaven, die buiten de toepassing vallen van de wetgeving op de overheidsopdrachten en die betrekking hebben op de uitvoering van de taken van zijn dienst, goed te keuren tot een bedrag van maximaal 50.000 euro per beslissing, als het niet gaat om subsidies en als de uitgaven in kwestie niet voortvloeien uit vonnissen of arresten, dadingen of schulderkenningen. Art. 9. De in deze afdeling vermelde bedragen zijn exclusief de belasting over de toegevoegde waarde. Afdeling III. - Specifieke delegaties Art. 10. § 1. De leidend ambtenaar van de administratie Land- en Tuinbouw wordt inzake land- en tuinbouwvorming, duurzame landbouw, promotie en kwaliteit gemachtigd om : 1° getuigschriften te viseren overeenkomstig artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector; 2° binnen de door de minister jaarlijks goedgekeurde alomvattende programma's te beslissen over de toekenning van subsidies overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector, de beslissing te betekenen en de opdracht te geven tot de vastlegging en de uitbetaling ervan; 3° te beslissen over de toekenning van een vergoeding voor sociale promotie overeenkomstig artikel 43 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector, de beslissing aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot de vastlegging en de uitbetaling ervan; 4° overeenkomstig artikel 57 van de gecoördineerde wetten op de Rijkscomptabiliteit van 17 juli 1991 de terugbetaling te vorderen van subsidies en vergoedingen die uitbetaald zijn krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 betreffende de toekenning van subsidies voor naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector; 5° de overeenkomsten in het kader van de milieumaatregelen, bedoeld in het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006, te sluiten; 6° subsidie uit te betalen aan landbouwers in het kader van milieumaatregelen, bedoeld in het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling, periode 2000-2006; 7° inzake de subsidiedossiers in het kader van duurzame landbouw : a) de beslissingen over toegekende steun aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot vastlegging en uitbetaling van de steun; b) opdracht te geven tot de terugvordering van te veel uitbetaalde Vlaamse voorschotten bij de afsluiting van het subsidiedossier; c) beslissingen te nemen over de verlenging van de uitvoeringstermijn; d) beslissingen te nemen over de herschikking van de kostenrubrieken, zoals onder meer investeringen, werking en overhead, binnen het voorziene budget ten belope van 10 % van het totale projectbudget. § 2. De leidend ambtenaar van de administratie Land- en Tuinbouw wordt inzake land- en tuinbouwondersteuning gemachtigd om : 1° inzake de toepassing van Verordening (EG) nr. 1257/99 betreffende de EU-steunverlening aan de agrovoedingssector : a) de beslissingen over de toegekende Europese steun aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot vastlegging en uitbetaling van de steun; b) de beslissingen te herzien zonder de toegekende steun te verhogen; 2° inzake de toepassing van Verordening (EG) nr. 2792/99 betreffende de EU-steunverlening aan de visserij- en aquicultuursector : a) de beslissingen over de toegekende Europese steun aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot vastlegging en uitbetaling van de steun; b) de beslissingen te herzien zonder de toegekende steun te verhogen; 3° inzake de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002 betreffende de steun voor de begeleiding van land- en tuinbouwers in moeilijkheden of in reconversie : a) de beslissingen te nemen over de steunverlening aan de erkende centra; b) de beslissingen over de toegekende steun aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot vastlegging en uitbetaling van de steun; 4° inzake de toepassing van het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van een of meer diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan : a) de beslissingen te nemen over de toekenning van de stopzettingsvergoeding; b) de beslissingen over de toegekende steun aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot vastlegging en uitbetaling van de steun. § 3. De leidend ambtenaar van de administratie Land- en Tuinbouw wordt inzake het externe landbouwbeleid gemachtigd om binnen de perken van de uitvoerende opdracht, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest te vertegenwoordigen in federale, Europese en internationale instellingen en organen, alsmede in technische comités en werkgroepen aangaande externe aangelegenheden, als het gaat om de dagelijkse administratieve vertegenwoordiging. § 4. De leidend ambtenaar van de administratie Land- en Tuinbouw wordt inzake het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling periode 2000-2006 gemachtigd om, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriėntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen, en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 817/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/99 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriėntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), alle hiertoe genoodzaakte stappen voor een efficiėnte werking van het programmasecretariaat uit te voeren, zoals de informatiedoorstroming, de afstemming van de financiėle behoeften van de maatregelen in kwestie op de beschikbare EU-cofinanciering, de organisatie van de voorgeschreven evaluaties en de voorbereiding van eventuele wijzigingen en het inleiden van de daaraan gekoppelde procedures, met het oog op een goed beheer van het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling. § 5. De leidend ambtenaar van de administratie Land- en Tuinbouw wordt gemachtigd om in het kader van de programmeringsperiode 2007-2013 acties te ondernemen om het Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling periode 2007-2013 en de bijbehorende strategische richtlijnen op te stellen en hierover met de diensten van de Europese Commissie te onderhandelen. § 6. De leidend ambtenaar van de administratie Land- en Tuinbouw wordt gemachtigd om overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2826/2000 van 19 december 2000 betreffende voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt, en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 94/2002 van de Commissie van 18 januari 2002 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2826/2000 van de Raad betreffende voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt, contracten te sluiten met geselecteerde organisaties. § 7. De leidend ambtenaar van de administratie Land- en Tuinbouw wordt gemachtigd om overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2702/1999 van de Raad van 14 december 1999 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten in derde landen, en overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2879/2000 van de Commissie van 28 december 2000 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2702/1999 van de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten in derde landen contracten te sluiten met geselecteerde organisaties. Art. 11. De leidend ambtenaar van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) wordt gemachtigd om inzake VLIF-steun overeenkomstig de VLIF-regelgeving : 1° beslissingen te nemen over de toekenning van steun met betrekking tot investeringsdossiers en dossiers eerste vestiging tot een verbintenis van 75.000 euro per dossier met uitzondering van dossiers voor afzetcoöperaties en dossiers waarbij overheidswaarborg wordt toegekend; 2° alle beslissingen over de toegekende steun aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot vastlegging en uitbetaling van de steun; 3° alle beslissingen te herzien als de nieuwe totale toegekende steun met betrekking tot de dossiers, bedoeld in 1°, niet meer bedraagt dan 75.000 euro en als de toegekende waarborg niet stijgt; 4° alle beslissingen te nemen die zich opdringen in het kader van de voortgangscontrole van de VLIF-dossiers; 5° akkoord te gaan met de onderhandse verkoop van onroerende goederen die als zekerheid zijn ingebracht voor kredieten met VLIF-waarborg als het bod in kwestie minstens gelijk is aan de schatting door het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen; 6° goedkeuring te verlenen voor een gespreide terugbetaling van de teruggevorderde steun, met een maximum van 50.000 euro tot uiterlijk zestig maanden na de terugvorderingsdatum; 7° goedkeuring te verlenen voor de uitbetaling van verwijlinteresten op de VLIF-waarborg, uitbetalingen waarvoor de initiėle afrekening al eerder werd goedgekeurd door de minister. Art. 12. De leidend ambtenaar van het Financieringsinstrument voor de Vlaamse visserij- en aquicultuursector (FIVA) wordt gemachtigd om inzake FIVA-steun overeenkomstig de FIVA-regelgeving : 1° beslissingen te nemen over de toekenning van steun met betrekking tot de investeringsdossiers en dossiers eerste vestiging tot een verbintenis van 75.000 euro per dossier met uitzondering van dossiers waarbij overheidswaarborg wordt toegekend; 2° alle beslissingen over de toegekende steun aan de begunstigden te betekenen en de opdracht te geven tot vastlegging en uitbetaling van de steun; 3° alle beslissingen te herzien als de nieuwe totale toegekende steun met betrekking tot de dossiers, bedoeld in 1°, niet meer bedraagt dan 75.000 euro en als de toegekende waarborg niet stijgt; 4° akkoord te gaan met de onderhandse verkoop van onroerende goederen die als zekerheid zijn ingebracht voor kredieten met FIVA-waarborg als het bod in kwestie minstens gelijk is aan de schatting door het Comité tot Aankoop van Onroerende Goederen of door de Ontvanger Der Domeinen en Penale Boeten; 5° goedkeuring te verlenen voor een gespreide terugbetaling van de teruggevorderde steun, met een maximum van 50.000 euro tot uiterlijk zestig maanden na de terugvorderingsdatum; 6° goedkeuring te verlenen voor de uitbetaling van verwijlinteresten op de FIVA-waarborg, uitbetalingen waarvoor de initiėle afrekening al eerder werd goedgekeurd door de minister. Art. 13. § 1 De leidend ambtenaar van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie wordt inzake het Vlaams betaalorgaan voor het Europees Oriėntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, hierna het betaalorgaan te noemen, gemachtigd om : 1° het beheer te verzekeren van alle steunregelen in het domein van de directe inkomensondersteuning en van de bijbehorende maatregelen van productiebeheersing, met inbegrip van de initiėle toewijzing en het beheer van de bewegingen van de diverse types van individuele quota en rechten, namelijk premierechten en toeslagrechten, en met inbegrip van het beslissingsproces over specifieke erkenningen van begunstigden of tussenpersonen in dit verband; 2° de ontvankelijkheid van de steunaanvragen en de overeenstemming ervan met de communautaire regelgeving voor de verstrekking van de betalingsopdracht te controleren; 3° de ontvankelijk en correct bevonden steunaanvragen correct en tijdig te betalen; 4° de verrichte betalingen juist en volledig in de boekhouding te registreren en de vereiste stukken binnen de gestelde termijn, in de vereiste vorm en in overeenstemming met de communautaire regelgeving in te dienen; 5° bij het betaalorgaan de bewijsstukken van de verrichte betalingen en de stukken betreffende de uitvoering van de voorgeschreven administratieve en fysieke controles ter beschikking te houden, alsook de rapporten van de instanties die de betalingsopdrachten geven over het aantal door hen verrichte controles, de inhoud ervan en de maatregelen die zijn getroffen op basis van de bevindingen; 6° alleen de door het betaalorgaan gedane uitgaven in aanmerking te nemen voor financiering door de Europese Gemeenschap; 7° de Commissie onverwijld op de hoogte te brengen van elke bepaling of wijziging inzake : a) de benaming en het statuut van het betaalorgaan; b) de administratieve, boekhoudkundige en op de interne controle betrekking hebbende voorwaarden, waaronder de betalingen die in verband met de uitvoering van de communautaire voorschriften in het kader van het gemeenschappelijke landbouwbeleid worden verricht; c) het erkenningsbesluit van het betaalorgaan; 8° de Commissie op gezette tijden de volgende gegevens over het betaalorgaan en over de door het Europees Oriėntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, hierna het Fonds te noemen, gefinancierde maatregelen te verstrekken : a) de aangiften van uitgaven en de ramingen van de financiėle behoeften; b) de jaarrekeningen, vergezeld van de gegevens die nodig zijn voor de goedkeuring daarvan, alsmede van een verklaring inzake de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen; 9° de Commissie alle inlichtingen te verstrekken die voor de goede werking van het Fonds nodig zijn en alle maatregelen te nemen om de controles en verificaties ter plaatse te vergemakkelijken, met inbegrip van die welke de Commissie dienstig acht in het kader van het beheer van de communautaire financiering; 10° de Commissie op de hoogte te brengen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die voor de toepassing van de communautaire besluiten met betrekking tot het gemeenschappelijke landbouwbeleid werden vastgesteld, als deze besluiten financiėle gevolgen voor het Fonds hebben; 11° de toegankelijkheid te verzekeren van alle documenten en elektronische bestanden die nodig zijn voor de audits inzake de overeenstemming van de uitgaven met de communautaire voorschriften en de eventuele verificaties en inspecties door personeelsleden van de Commissie; 12°de voortgangscontrole te verzekeren, met inbegrip van de onderhandeling en de eventuele uitvoering van financiėle correcties, die moet worden verbonden aan de uitkomsten van de audits inzake de overeenstemming van de uitgaven met de communautaire voorschriften; 13° de nodige maatregelen te treffen, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om : a) zich ervan te vergewissen dat de door het Fonds gefinancierde maatregelen daadwerkelijk en op regelmatige wijze werden uitgevoerd, met inbegrip van de interne controle of een gelijkwaardige procedure en de externe audit, nodig voor de certificering van de jaarrekeningen; b) onregelmatigheden te voorkomen en te laten vervolgen; c) de bedragen terug te vorderen die ingevolge onregelmatigheden of nalatigheden verloren zijn gegaan; d) de Commissie op de hoogte te brengen van de daartoe getroffen maatregelen en met name van de stand van de administratieve en gerechtelijke procedures; 14° protocollen met de beheersdiensten te sluiten overeenkomstig de bepalingen van bijlage 1, lid 4, van Verordening (EG) nr.. 1663/95 van de Commissie van 7 juli 1995 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 729/70 aangaande de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het Europees Oriėntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie, als het toestaan van betalingen of taken van de technische dienst aan andere instanties worden gedelegeerd; 15° protocollen met gespecialiseerde externe controle-instellingen te sluiten, ter uitvoering van de bepalingen van Verordening (EG) nr 1782/2003 inzake de randvoorwaarden voor de rechtstreekse inkomenssteun. § 2. De leidend ambtenaar van de administratie Beheer en Kwaliteit Landbouwproductie wordt inzake de kwaliteit van de plantaardige productie gemachtigd om wat de loontriage betreft, de erkenning aan de loontrieerders te verlenen, bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 12 juni 1997 betreffende het triėren tegen loon van zaden van bepaalde soorten van landbouwgewassen bestemd om te worden ingezaaid; Afdeling IV. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 14. De leidend ambtenaar kan de hiervoor in aanmerking komende bevoegdheden die gedelegeerd zijn, na overleg met de secretaris-generaal, geheel of gedeeltelijk subdelegeren aan personeelsleden van zijn administratie, tot op het meest functionele niveau. Elke subdelegatie wordt meegedeeld aan het Rekenhof en aan de minister. Bij het gebruik van de delegaties, bedoeld in afdeling II en III, met uitzondering van de delegaties, bedoeld in artikel 13, § 1, plaatst de delegatiehouder boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening de formule « Namens de Vlaamse minister, bevoegd voor het landbouwbeleid en de zeevisserij ». Art. 15. Deze gedelegeerde bevoegdheden worden toegekend met behoud van de toepassing van het evocatierecht van de minister. Art. 16. De bij dit besluit verleende delegaties worden tevens verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van het ambt van de titularis is belast of dat hem vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering, met uitzondering van de bevoegdheid tot subdelegatie. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening en met behoud van de toepassing van de bepaling van artikel 14, tweede lid, de formule "Voor de (graad van de titularis), afwezig". Art. 17. Over het gebruik van de bevoegdheden, als bedoeld in afdeling II en III, met uitzondering van de delegaties bedoeld in artikel 13, § 1, maakt de leidend ambtenaar trimestrieel een activiteitenverslag dat aan de minister wordt meegedeeld via de secretaris-generaal. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 18. Het ministerieel besluit van 19 december 2000 houdende overdracht van bevoegdheid door de Minister van Landbouw en Middenstand inzake het gunnen en uitvoeren van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake diverse uitgaven wordt opgeheven. Art. 19. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 18 januari 2005. De Vlaamse minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME
begin (#top) Publicatie : 2005-02-04
|
|
|
|
Een dienst aangeboden door
 |
|