<janfebruari 2005mrt>
madiwodovrzazo
 
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
      
Publicatie (pdf) van
maandag 21 februari 2005
Printversie.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
9 JANUARI 2005
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2004, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, inzake de vorming met middelen opleidingscheques voor de werkgever (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2004, gesloten in het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap, inzake de vorming met middelen opleidingscheques voor de werkgever.
Art. 2. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 januari 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap
Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2004
Vorming met middelen opleidingscheques voor de werkgever (Overeenkomst geregistreerd op 27 juli 2004 onder het nummer 72091/CO/318.02)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap.
Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel.
Art. 2. Onder "vorming" wordt verstaan : alle vormen van permanent formeel en informeel leren die kaderen in het vormings-, trainings- en opleidingsbeleid van een voorziening.
Art. 3. Elke voorziening heeft toegang tot de middelen opleidingscheques voor de werkgever in verhouding tot het totale arbeidsvolume.
Art. 4. In overleg met de werknemers (ondernemingsraad of comité voor preventie en bescherming of vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis daarvan het personeel) kunnen meerdere voorzieningen deze middelen gezamenlijk aanwenden om een gemeenschappelijk vormings-, trainings- en opleidingsaanbod te realiseren.
Art. 5. De aanwending van de middelen wordt gekaderd binnen het globale vormings-, trainings- en opleidingsaanbod van de voorziening. De werkgever verbindt zich ertoe om voor de aanwending van de middelen jaarlijks advies in te winnen van alsook het rapporteren aan de ondernemingsraad of het comité voor preventie en bescherming of de vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis daarvan van het personeel.
Eveneens wordt voorzien in een jaarlijkse rapportering aan het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking met ingang van 1 juli 2004 en wordt gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door elk van de partijen worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van zes maanden, gericht bij een ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp van de Vlaamse Gemeenschap.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2005.
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE


begin (#top) Publicatie : 2005-02-21