<janfebruari 2005mrt>
madiwodovrzazo
 
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
      
Publicatie (pdf) van
woensdag 23 februari 2005
Printversie.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
9 JANUARI 2005
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1987, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 31 december 1987, inzonderheid op artikel 4, gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 april 1999, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 7 mei 2000;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers;
Op de voordracht van Onze Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001, gesloten in het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten.
Art. 2. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 januari 2005.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
_______
Nota
(1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Koninklijk besluit van 31 december 1987, Belgisch Staatsblad van 23 januari 1988.
Koninklijk besluit van 7 mei 2000, Belgisch Staatsblad van 19 september 2000.

Bijlage
Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers
Collectieve arbeidsovereenkomst van 28 februari 2001
Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten (overeenkomst geregistreerd op 4 april 2001 onder het nummer 56937/CO/128.02)
Artikel 1. Artikel 4 van hoofdstuk III - Financiering - van de statuten vastgesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 1987 tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en tot vaststelling van zijn statuten wordt als volgt vervangen :
"Art. 4. De bijdrage wordt vastgesteld in verhouding tot de brutolonen welke door de werkgever aan de in artikel 2 bedoelde werklieden en werksters uitgekeerd worden.
Het bedrag van de bijdrage wordt vastgesteld door het Paritair Subcomité voor de schoeiselindustrie, de laarzenmakers en de maatwerkers en bedraagt 1,45 pct. van de brutolonen.
Voor de periode van 1 juli 2001 tot 31 december 2001 wordt het bedrag van de bijdrage per kwartaal verhoogd tot 1,85 pct. van de brutolonen, zijnde :
- 1,45 pct. basisbijdrage;
- 0,20 pct. (2 x 0,10 pct.) voor de financiering van verdere tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven;
- 0,20 pct. (2 x 0,10 pct.) voor de financiering van de bevordering van de tewerkstelling van risicogroepen.
Voor de periode van 1 januari 2002 tot 31 december 2002 wordt het bedrag van de bijdrage per kwartaal verhoogd tot 1,65 pct. van de brutolonen, zijnde :
- 1,45 pct. basisbijdrage;
- 0,10 pct. voor de financiering van verdere tewerkstellings- en opleidingsinitiatieven;
- 0,10 pct. voor de financiering van de bevordering van de tewerkstelling van risicogroepen.
Vanaf 1 januari 2003 wordt het bedrag van de bijdrage per kwartaal opnieuw vastgesteld op 1,45 pct. van de brutolonen. »
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2001.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2005.
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE


begin (#top) Publicatie : 2005-02-23