<mrtapril 2005mei>
madiwodovrzazo
    
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
 
Publicatie (pdf) van
maandag 18 april 2005
Printversie.
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof
Bij vonnis van 28 februari 2005 in zake G. Bonyeme tegen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Elsene, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 7 maart 2005, heeft de Arbeidsrechtbank te Brussel de volgende prejudiciėle vraag gesteld :
« Schendt artikel 57, § 2, van de wet van 8 juli 1976, zoals laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2003, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, afzonderlijk of in samenhang gelezen met de artikelen 2.2, 3.2, 9, 10 en 27 in het bijzonder, van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind, en zulks in vergelijking met de situatie van Belgische kinderen geboren uit Belgische ouders of vreemdelingen die echter toegelaten zijn tot het verblijf, of met de situatie van vreemde kinderen van vreemde ouders met onwettig verblijf :
- in zoverre het, ten aanzien van een persoon van vreemde nationaliteit, met onwettig verblijf in Belgiė, het recht op maatschappelijke dienstverlening beperkt tot dringende medische hulp, wanneer die persoon de moeder is van een kind van Belgische nationaliteit;
- in zoverre het niet toestaat dat aan dat kind de vorm van hulpverlening wordt verleend waarin het eerste lid, 2°, ervan voorziet;
- in zoverre het evenmin de vreemde ouder zou toestaan hulp te ontvangen voor het kind in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger of beheerder van diens goederen, aangezien die vreemde ouder geen enkele maatschappelijke dienstverlening kan krijgen ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 3642 van de rol van het Hof.
De griffier,
P.-Y. Dutilleux.


begin (#top) Publicatie : 2005-04-18