<mrtapril 2005mei>
madiwodovrzazo
    
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
 
Publicatie (pdf) van
dinsdag 19 april 2005
Printversie.
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof
Bij vonnis van 10 maart 2005 in zake M. De Backer tegen de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 16 maart 2005, heeft de Arbeidsrechtbank te Dendermonde de volgende prejudiciële vragen gesteld :
1. « Is artikel 19, 3° lid [lees : tweede lid] van de wet van 27 februari 1987 [betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap] in die zin geïnterpreteerd dat het elke rechterlijke controle uitsluit m.b.t. de beslissing inzake al dan niet verzaking aan een terugvordering, in strijd met het gelijkheidsbeginsel en non discriminatiebeginsel zoals verwoord in art. 10 en 11 van de Grondwet alsmede in strijd met het in art. 6 EVRM vervatte recht op toegang tot een rechter ? »;
2. « Is artikel 19, 3° lid [lees : tweede lid] van de wet van 27 februari 1987 in die zin geïnterpreteerd dat het slechts de rechterlijke controle van de arbeidsgerechten uitsluit, doch wel nog de mogelijkheid tot annulatieberoep bij de Raad van State mogelijk laat m.b.t. de beslissing inzake al dan niet verzaking aan een terugvordering, in strijd met de bepalingen van art. 10 en 11 van de Grondwet en art. 6 EVRM, in die zin dat de geviseerde rechtsonderhorigen als gehandicapten in se reeds een bijzonder kwetsbare groep uitmaken en hun aldus een normaliter bijzonder gemakkelijke en financieel haalbare rechtgang (zie b.v. art. 704 Ger. W. art. 1017, al. 2 Ger. W.) wordt ontzegd ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 3676 van de rol van het Hof.
De griffier,
P.-Y. Dutilleux.


begin (#top) Publicatie : 2005-04-19