<janfebruari 2006mrt>
madiwodovrzazo
  
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
     
Publicatie (pdf) van
donderdag 9 februari 2006
Printversie.
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof
Bij arrest van 22 december 2005 in zake S. Massart tegen de Franse Gemeenschap, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 28 december 2005, heeft het Hof van Beroep te Luik de volgende prejudiciėle vraag gesteld :
« Schendt artikel 1, eerste lid, van de wet van 6 februari 1970 betreffende de verjaring van schuldvorderingen ten laste of ten voordele van de Staat en de provinciėn, dat artikel 100, eerste lid, 1°, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 17 juli 1991, is geworden, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het voorziet in een vijfjarige verjaringstermijn voor vorderingen tot schadevergoeding op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid van de overheid wanneer de schade en de identiteit van de aansprakelijke pas na de wettelijke verjaringstermijn, bepaald in het voormelde artikel 100, kunnen worden vastgesteld ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 3837 van de rol van het Hof.
De griffier,
L. Potoms.


begin (#top) Publicatie : 2006-02-09