<meijuni 2006jul>
madiwodovrzazo
   
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
  
Publicatie (pdf) van
maandag 12 juni 2006
Printversie.
ARBITRAGEHOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof
Bij vonnis van 27 april 2006 in zake M. Jehotte tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Arbitragehof is ingekomen op 8 mei 2006, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Luik de volgende prejudiciėle vraag gesteld :
« Schendt artikel 8, zesde lid, 3°, van het Wetboek der successierechten de artikelen 10, 11, 22 en 172 van de Grondwet, in zoverre het enkel aan de overlevende echtgenoot, met uitsluiting van de overlevende feitelijk samenwonende die blijk geeft van het feit dat hij gedurende verscheidene jaren heeft samengewoond met de overledene, het voordeel voorbehoudt van de in die bepaling bedoelde uitzondering op het beginsel dat renten en kapitaal die door toedoen van de werkgever van de overledene werden gevestigd tot uitvoering van een groepsverzekeringscontract worden gelijkgesteld met legaten ? ».
Die zaak is ingeschreven onder nummer 3979 van de rol van het Hof.
De griffier,
P.-Y. Dutilleux.


begin (#top) Publicatie : 2006-06-12