<julaugustus 2007sep>
madiwodovrzazo
  
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
  
Publicatie (pdf) van
woensdag 1 augustus 2007
Printversie.
VLAAMSE OVERHEID
13 JULI 2007
Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiëring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven
De Vlaamse Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, gewijzigd bij de decreten van 2 juni 2006 en 22 december 2006;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen, inzonderheid op artikel 5, § 5;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 en 31 maart 2006;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006 en 28 juni 2007;
Gelet op het ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiëring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven;
Gelet op het advies van het Raadgevend Comité van Kind en Gezin, gegeven op 30 mei 2007;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de regelgeving met betrekking tot kinderopvang moet worden ingepast in de nieuwe structuur van Beter Bestuurlijk Beleid en dat de bestaande besluiten dringend aangepast moeten worden;
Besluit :
Artikel 1. In artikel 1 van het ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiëring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
« 1° Kind en Gezin : het intern verzelfstandigd agentschap, opgericht bij het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin; ».
2° er wordt een punt 4° toegevoegd, die luidt als volgt :
« 4° kwalificatiebewijs : attest, diploma, certificaat of titel van beroepsbekwaamheid. »
Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt :
« § 2. De buitenschoolse opvang wordt expliciet gedefinieerd en uitgewerkt in het kwaliteitsbeleid dat het kinderdagverblijf uittekent conform de bepalingen in het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. »
Art. 3. In artikel 8, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
« § 2. De begeleider moet minstens achttien jaar oud zijn en moet beschikken over één van de volgende kwalificatiebewijzen : ofwel een attest van de opleiding 'begeleider buitenschoolse opvang', gegeven door een door Kind en Gezin erkende opleidingsorganisatie, ofwel een titel van beroepsbekwaamheid 'begeleider buitenschoolse opvang' als vermeld in het decreet van 30 april 2004 over het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, ofwel een attest van de cursus 'verantwoordelijke in de kinderopvang' die georganiseerd wordt door het Vlaams Instituut voor Zelfstandige Ondernemers in Syntra-centra, op voorwaarde dat de module 'begeleider buitenschoolse opvang' mee geïntegreerd is, ofwel een diploma of certificaat van één van de hierna vermelde opleidingen :
1° uit het beroepssecundair onderwijs : het derde jaar van de derde graad 'kinderzorg'; de opleiding 'kinderzorg' en de opleiding begeleider buitenschoolse opvang' van het volwassenenonderwijs; de opleiding 'kinderzorg/begeleider in de kinderopvang' van het volwassenenonderwijs; het derde jaar van de derde graad van een 'naamloos leerjaar' als bij dat diploma een door de bevoegde verificateur van Onderwijs voor waar en echt verklaard attest is gevoegd waarop vermeld is dat het 'leerplan kinderzorg' volledig gevolgd is; de opleiding 'begeleider in de kinderopvang' van het experimentele modulaire beroepssecundair onderwijs; het derde jaar van de vierde graad 'verpleegkunde';
2° uit het technisch secundair onderwijs : het tweede jaar van de derde graad 'sociale en technische wetenschappen'; het tweede jaar van de derde graad 'jeugd- en gehandicaptenzorg'; het tweede jaar van de derde graad 'gezondheids- en welzijnswetenschappen'; het derde jaar van de derde graad 'internaatswerking' of 'leefgroepenwerking'; de opleiding 'jeugd- en gehandicaptenzorg' van het volwassenenonderwijs;
3° uit het hoger of universitair onderwijs : hoger onderwijs van één of meer cycli; hoger onderwijs van sociale promotie van het korte type; universitair onderwijs van één of meer cycli; bacheloropleiding; masteropleiding. »
2° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
« § 3. Vanaf 1 januari 2010 is het aantal begeleiders in de buitenschoolse opvang, verbonden aan een kinderdagverblijf dat enkel beschikt over een attest van de opleiding 'begeleider buitenschoolse opvang', gegeven door een door Kind en Gezin erkende opleidingsorganisatie, niet meer dan de helft van het totaal aantal begeleiders. »
Art. 4. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
« Art. 16. § 1. Binnen een periode van zestig dagen na de ontvangst van de aanvraag tot subsidiëring voeren de personeelsleden van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin een onderzoek ter plaatse uit.
§ 2. Uiterlijk zestig dagen na de ontvangst van het inspectieadvies beslist Kind en Gezin over de toekenning van de subsidiëring. »
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk V, bestaande uit artikel 21 tot en met 23, vervangen door wat volgt :
« HOOFDSTUK V. - Beroepsprocedure
Art. 21. Het kinderdagverblijf kan eenmalig per aangetekende brief beroep aantekenen bij Kind en Gezin tegen :
1° de gehele of gedeeltelijke weigering van toestemming;
2° de weigering van subsidiëring;
3° de intrekking van toestemming.
Art. 22. Het ingediende beroep schort de beslissing niet op.
Art. 23. Kind en Gezin neemt na onderzoek van het beroep uiterlijk vijfenveertig dagen na de ontvangst van het beroepschrift een beslissing, en brengt de voorziening uiterlijk dertig dagen na de beslissing schriftelijk op de hoogte van de genomen beslissing. »
Art. 6. Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2006.
Brussel, 13 juli 2007.
S. VANACKERE


begin (#top) Publicatie : 2007-08-01