|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 12 JULI 2007 | | Ministerieel besluit in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches met betrekking tot mini-crèche De Broekventjes, Stijn Streuvelsstraat 13, 2260 Westerlo |
| De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 (BS 10 november 2004), houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches, inzonderheid op artikel 21; Gelet op de aanvraag tot afwijking van 25 januari 2007; Gelet op het advies van de Technische Commissie voor Brandveiligheid in de Kinderopvang van 22 mei 2007, Besluit : Artikel 1. De aanvraag tot afwijking, ingediend door Mevr. Rita Goyens, verantwoordelijke van mini-crèche De Broekventjes, wordt aanvaard onder de voorwaarden zoals bepaald in art. 2 en 3. Art. 2. De gevraagde afwijking voor artikel 9 (de structurele elementen voldoen aan de federale basisnorm) van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 wordt goedgekeurd. De bestaande toestand van de structurele elementen kan behouden blijven op voorwaarde dat er een branddetectie conform aan de norm NBN S 21-100 wordt geïnstalleerd. Als evenwaardige oplossing volstaat ook een automatische brandmeldinstallatie die voldoet aan volgende beschrijving : De automatische brandmeldinstallatie bestaat uit een aantal branddetectoren en een centrale. De detectoren worden geplaatst in alle lokalen die deel uitmaken van het gebouw. Bij de keuze van het type van de detectoren moet rekening gehouden worden met de aard van het risico en met de omgevingsvoorwaarden. De centrale is aangepast aan de detectoren en minimaal uitgerust met : - een optisch signaal dat de bedrijfstelling van de installatie aanduidt; - een akoestisch waarschuwingssignaal; - een optisch waarschuwingssignaal, dat toelaat de plaats waar de brand ontstaan is, te lokaliseren. Dit lokaliseren moet ten minste mogelijk zijn per verdieping; - een akoestisch en optisch storingssignaal, dat verschilt van het waarschuwingssignaal bij brand. De centrale wordt gevoed door het openbaar elektriciteitsnet en beveiligd met afzonderlijke zekeringen. In geval het openbaar elektriciteitsnet uitvalt zorgt een secundaire stroombron automatisch voor de voeding van de installatie. De rechtstreekse verbinding tussen de slaapkamer en de stookplaats via de verluchtingsbuis van de stookplaats is niet toegestaan. De stookplaats moet voorzien worden van een zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deur met Rf1/2h. Er moet een onderverluchting en een bovenverluchting gecreëerd worden. Deze verluchtingen mogen de brandweerstand van de wanden van de stookplaats niet nadelig beïnvloeden. Art. 3. De goedgekeurde afwijkingen worden bovendien slechts toegestaan op voorwaarde dat wordt voldaan aan alle overige brandveiligheidsnormen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004. Art. 4. Afschrift van dit besluit zal worden bezorgd aan de burgemeester van Westerlo en aan Kind en Gezin. Brussel, 12 juli 2007. S. VANACKERE
begin (#top) Publicatie : 2007-08-02
|
|
|