|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 20 JULI 2007 | | Ministerieel besluit in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches met betrekking tot mini-crèche Gemeenschapsonderwijs, Kloosterstraat 39, in 2180 Ekeren |
| De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 (BS 10 november 2004), houdende de normen voor de preventie van brand in de mini-crèches, inzonderheid op artikel 21; Gelet op de aanvraag tot afwijking van 14 april 2007; Gelet op het advies van de Technische Commissie voor Brandveiligheid in de Kinderopvang van 19 juni 2007, Besluit : Artikel 1. De aanvraag tot afwijking, ingediend door de heer Rodolf Broers, preventieadviseur scholengroep 1 Antwerpen Gemeenschapsonderwijs, organiserend bestuur van de mini-crèche wordt aanvaard onder de voorwaarden zoals bepaald in art. 2 tot en met 5. Art. 2. De gevraagde afwijking voor Art. 9 (de structurele elementen voldoen aan de federale basisnorm) van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 wordt toegestaan. De bestaande toestand van de structurele elementen kan behouden blijven op voorwaarde dat er een branddetectie conform aan de norm NBN S 21-100 wordt geïnstalleerd. Als evenwaardige oplossing volstaat ook een automatische brandmeldinstallatie die voldoet aan volgende beschrijving : De automatische brandmeldinstallatie bestaat uit een aantal branddetectoren en een centrale. De detectoren worden geplaatst in alle lokalen die deel uitmaken van het gebouw. Bij de keuze van het type van de detectoren moet rekening gehouden worden met de aard van het risico en met de omgevingsvoorwaarden. De centrale is aangepast aan de detectoren en minimaal uitgerust met : - een optisch signaal dat de bedrijfstelling van de installatie aanduidt; - een akoestisch waarschuwingssignaal; - een optisch waarschuwingssignaal, dat toelaat de plaats waar de brand ontstaan is, te lokaliseren; Dit lokaliseren moet ten minste mogelijk zijn per verdieping; - een akoestisch en optisch storingssignaal, dat verschilt van het waarschuwingssignaal bij brand. De centrale wordt gevoed door het openbaar elektriciteitsnet en beveiligd met afzonderlijke zekeringen. In geval het openbaar elektriciteitsnet uitvalt zorgt een secundaire stroombron automatisch voor de voeding van de installatie. Art. 3. De gevraagde afwijking voor Art. 5 (de mini-crèches voldoen aan de federale basisnormen voor inplanting en toegangswegen) van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 wordt toegestaan. De bestaande inplanting kleiner dan 6m ten opzichte van het naburig schoolgebouw wordt toegestaan op voorwaarde dat dit naburig gebouw ook wordt uitgerust met een automatische brandmeldinstallatie volgens de beschrijving in Art 2. Art. 4. De gevraagde afwijking voor Art. 6 (op elke verdieping die gebruikt wordt voor de opvang van kinderen zijn er twee uitgangen) van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 wordt niet toegestaan. Als er geen kinderen toegelaten worden op de eerste verdieping is een tweede uitgang hier niet verplicht. Op het gelijkvloers moet wel een tweede, afzonderlijke uitgang voorzien worden. Branddetectie is reeds als alternatief voor de structuur voorzien en kan dus niet meer als alternatief voor de ontbrekende tweede uitgang gelden. Art. 5. De goedgekeurde afwijkingen worden bovendien slechts toegestaan op voorwaarde dat wordt voldaan aan alle overige brandveiligheidsnormen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004. Art. 6. Afschrift van dit besluit zal worden bezorgd aan de burgemeester van Antwerpen en aan Kind en Gezin. Brussel, 20 juli 2007. S. VANACKERE
begin (#top) Publicatie : 2007-08-07
|
|
|