|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 23 JULI 2007 | | Ministerieel besluit tot afwijking van de bepaling van kwalificatiebewijzen voor vakantieopvang |
| De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, gewijzigd door de decreten van 2 juni 2006 en 22 december 2006; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiėring van initiatieven voor buitenschoolse opvang, gewijzigd door de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 januari 2002, 10 oktober 2003 en 29 juni 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, gewijzigd door de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 en 31 maart 2006; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd door de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007 en 28 juni 2007; Gelet op het ministerieel besluit van 13 juli 2007 tot bepaling van de kwalificatiebewijzen voor begeleiders en leidinggevenden in initiatieven voor buitenschoolse opvang; Gelet op het ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiėring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven, gewijzigd door het ministerieel besluit van 13 juli 2007; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de kwalificatievereisten voor de vakantiemaanden juli en augustus 2007 dringend versoepeld moeten worden gezien het tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel in de buitenschoolse opvang in deze maanden; Besluit : Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder : 1° Kind en Gezin : het intern verzelfstandigd agentschap, opgericht bij het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin; 2° initiatief : initiatief voor buitenschoolse opvang zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiėring van initiatieven voor buitenschoolse opvang, of buitenschoolse opvang georganiseerd door kinderdagverblijven in aparte lokalen zoals bedoeld in het ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiėring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven. Art. 2. In afwijking van artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 13 juli 2007 tot bepaling van de kwalificatiebewijzen voor begeleiders en leidinggevenden in initiatieven voor buitenschoolse opvang en van artikel 8, § 2, van het ministerieel besluit van 9 juli 2001 houdende de voorwaarden voor het organiseren van en de bepalingen over de toestemming voor en de subsidiėring van buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven, gewijzigd door het ministerieel besluit van 13 juli 2007, kan het initiatief in de maanden juli en augustus 2007 begeleiders tewerkstellen die over een van de volgende attesten beschikken : 1° een attest dat bevestigt dat voor een van de volgende opleidingen alle opleidingsonderdelen die behoren tot het eerste en/of tweede studiejaar met vrucht gevolgd werden : leraar kleuteronderwijs of leraar lager onderwijs of graduaat orthopedagogie; 2° een creditbewijs dat bevestigt dat voor een van de volgende opleidingen tenminste 60 studiepunten werden behaald : bachelor in onderwijs, respectievelijk kleuteronderwijs en lager onderwijs en bachelor orthopedagogie. Art. 3. De afwijking zoals bedoeld in artikel 2 van dit besluit kan enkel mits aan volgende voorwaarden is voldaan : 1° het attest wordt opgesteld en voor waar en echt verklaard door de directeur van de onderwijsinstelling waar de opleiding gevolgd werd; 2° het initiatief beschikt uiterlijk op 31 oktober 2007 over dit attest; 3° het initiatief garandeert via selectie en begeleiding dat de begeleiders die beantwoorden aan de voorwaarden van dit besluit voldoende competent zijn voor hun werk; 4° het initiatief stelt per vier begeleiders maximaal één begeleider aan met een kwalificatiebewijs zoals bedoeld in dit besluit, en garandeert dat deze begeleider altijd samen werkt met een begeleider met een kwalificatiebewijs zoals bedoeld in bovengenoemde ministeriėle besluiten. Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2007. Brussel, 23 juli 2007. S. VANACKERE
begin (#top) Publicatie : 2007-08-07
|
|
|