|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 20 JULI 2007 | | Ministerieel besluit in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001 houdende de normen voor de preventie van brand en ontploffing, waaraan de erkende kinderdagverblijven moeten voldoen met betrekking tot kinderdagverblijf Maria Boodschap, Perustraat 8, in 2030 Antwerpen |
| De Vlaamse Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001 houdende de normen voor de preventie van brand en ontploffing, waaraan de erkende kinderdagverblijven moeten voldoen (Belgisch Staatsblad 9 januari 2002), gewijzigd door het besluit Vlaamse Regering van 15 juli 2002 (Belgisch Staatsblad 13 augustus 2002), het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juni 2003 (Belgisch Staatsblad 24 juli 2003) en het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2004 (Belgisch Staatsblad 10 november 2004), inzonderheid op artikel 43. Gelet op de aanvraag tot afwijking van 21 mei 2007. Gelet op het advies van de Technische Commissie voor Brandveiligheid in de Kinderopvang van 19 juni 2007. Besluit : Artikel 1. De aanvraag tot afwijking, ingediend door Jos Horemans, gedelegeerd bestuurder van VZW Vrije Kinderdagverblijven, Otto Veniusstraat 22 in 200 Antwerpen, het organiserend bestuur van Kinderdagverblijf Maria Boodschap, wordt aanvaard onder de voorwaarden zoals bepaald in artikel 2 en 3. Art. 2. De gevraagde afwijking voor Art. 9 (voorschriften voor sommige bouwelementen) van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001 wordt toegestaan. De bestaande plafonds en valse plafonds die mogelijk niet conform zijn aan de federale basisnorm kunnen behouden blijven op voorwaarde dat een branddetectie conform aan de norm NBN S 21-100 wordt geïnstalleerd. Als evenwaardige oplossing volstaat ook een automatische brandmeldinstallatie die voldoet aan volgende beschrijving : De automatische brandmeldinstallatie bestaat uit een aantal branddetectoren en een centrale. De detectoren worden geplaatst in alle lokalen die deel uitmaken van het kinderdagverblijf. Bij de keuze van het type van de detectoren moet rekening gehouden worden met de aard van het risico en met de omgevingsvoorwaarden. De centrale is aangepast aan de detectoren en minimaal uitgerust met : - een optisch signaal dat de bedrijfstelling van de installatie aanduidt; - een akoestisch waarschuwingssignaal; - een optisch waarschuwingssignaal, dat toelaat de plaats waar de brand ontstaan is, te lokaliseren. Dit lokaliseren moet ten minste mogelijk zijn per verdieping; - een akoestisch en optisch storingssignaal, dat verschilt van het waarschuwingssignaal bij brand. De centrale wordt gevoed door het openbaar elektriciteitsnet en beveiligd met afzonderlijke zekeringen. In geval het openbaar elektriciteitsnet uitvalt zorgt een secundaire stroombron automatisch voor de voeding van de installatie. Art. 3. De goedgekeurde afwijking wordt bovendien slechts toegestaan op voorwaarde dat wordt voldaan aan alle overige brandveiligheidsnormen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2001. Art. 4. Afschrift van dit besluit zal worden bezorgd aan de burgemeester van Antwerpen en aan Kind en Gezin. Brussel, 20 juli 2007. S. VANACKERE
begin (#top) Publicatie : 2007-08-07
|
|
|