<julaugustus 2007sep>
madiwodovrzazo
  
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
  
Publicatie (pdf) van
donderdag 23 augustus 2007
Printversie.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN
4 OKTOBER 1971
Koninklijk besluit houdende oprichting van een paritair comité voor de gezins- en bejaardenhelpsters en tot vaststelling van het aantal leden. - Officieuze coördinatie in het Duits
De hierna volgende tekst is de officieuze coördinatie in het Duits van het koninklijk besluit van 4 oktober 1971 houdende oprichting van een paritair comité voor de gezins- en bejaarden- helpsters en tot vaststelling van het aantal leden (Belgisch Staatsblad van 28 oktober 1971), zoals het achtereenvolgens werd gewijzigd bij :
- het koninklijk besluit van 14 september 1973 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 oktober 1971 houdende oprichting van een Paritair Comité voor de gezins- en bejaardenhelpsters en tot vaststelling van het aantal leden (Belgisch Staatsblad van 25 oktober 1973);
- het koninklijk besluit van 16 januari 1987 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 oktober 1971 houdende oprichting van een Paritair Comité voor gezins- en bejaardenhelpsters en tot vaststelling van het aantal leden ervan (Belgisch Staatsblad van 27 januari 1987);
- het koninklijk besluit van 12 december 1991 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 oktober 1971 houdende oprichting van een Paritair Comité voor de gezins- en bejaardenhelpsters en tot vaststelling van het aantal leden (Belgisch Staatsblad van 20 december 1991);
- het koninklijk besluit van 31 mei 1994 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 oktober 1971 houdende oprichting van een Paritair Comité voor de gezins- en bejaardenhelpsters en tot vaststelling van het aantal leden (Belgisch Staatsblad van 8 juni 1994);
- het koninklijk besluit van 10 november 1996 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 oktober 1971 houdende oprichting van een Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en tot vaststelling van het aantal leden (Belgisch Staatsblad van 26 novem- ber 1996).
Deze officieuze coördinatie in het Duits is opgemaakt door de Centrale Dienst voor Duitse vertaling bij de Adjunct-arrondissementscommissaris in Malmedy in uitvoering van artikel 76 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, vervangen bij artikel 16 van de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij artikel 6 van de wet van 21 april 2007.

MINISTERIUM DER BESCHÄFTIGUNG UND DER ARBEIT
4. OKTOBER 1971 - Königlicher Erlass zur Einrichtung der Paritätischen Kommission für die Familien- und Seniorenhelfer und zur Festlegung der Mitgliederzahl
Artikel 1 - [Es wird eine paritätische Kommission, « Paritätische Kommission für die Familien- und Seniorenhilfsdienste » genannt, eingerichtet, die zuständig ist für die Arbeitnehmer im Allgemeinen und ihre Arbeitgeber, nämlich für die Familien- und Seniorenhilfsdienste.]
[Art. 1 ersetzt durch Art. 1 des K.E. vom 12. Dezember 1991 (B.S. vom 20. Dezember 1991)]
Art. 2 - [Die Paritätische Kommission für die Familien- und Seniorenhilfsdienste setzt sich zusammen aus zweiundzwanzig ordentlichen Mitgliedern und zweiundzwanzig Ersatzmitgliedern.]
[Art. 2 ersetzt durch Art. 1 des K.E. vom 10. November 1996 (B.S. vom 26. November 1996)]
Art. 3 - Unser Minister der Beschäftigung und der Arbeit ist mit der Ausführung des vorliegenden Erlasses beauftragt.


begin (#top) Publicatie : 2007-08-23