|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 10 JULI 2007 | | Besluit van de secretaris-generaal van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed houdende delegatie van sommige bevoegdheden aan personeelsleden van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed |
| De secretaris-generaal van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, Gelet op kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2005, 22 december 2006 en 27 april 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries, inzonderheid op artikel 19 en 20; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005, 16 december 2005, 10 maart 2006, 31 maart 2006 en 24 november 2006; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid, zoals gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2007, hierna het raamstatuut te noemen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 tot operationalisering van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiėn dd. 18 juni 2007; Overwegende dat met het oog op een efficiėnte beleidsuitvoering het wenselijk is sommige bevoegdheden te delegeren aan personeelsleden van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed, hierna het departement te noemen. Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de minister : het bevoegde lid van de Vlaamse Regering 2° de secretaris-generaal : het personeelslid dat belast is met de leiding van het departement; 3° leidinggevende van een subentiteit : het personeelslid dat belast is met de leiding van een entiteit op N-1 niveau binnen het departement zijnde : A) het personeelslid, belast met de leiding van de entiteit op N-1 niveau Beheersopvolging, Begroting en Interne Controle; B) het personeelslid, belast met de leiding van de entiteit op N-1 niveau Kennis en Informatie; C) het personeelslid, belast met de leiding van de entiteit op N-1 niveau Juridische Dienstverlening; D) het personeelslid, belast met de leiding van de entiteit op N-1 niveau Ruimtelijke Planning; E) het personeelslid, belast met de leiding van de entiteit op N-1 niveau Stedenbouwkundig Beleid en Onroerend Erfgoedbeleid; F) het personeelslid, belast met de leiding van de entiteit op N-1 niveau Woonbeleid; 4° projectleider : het personeelslid dat belast is met de dagelijkse leiding van een project op N-1 niveau binnen het departement; 5° briefwisseling : de analoge en digitale vormen van brieven, nota's en beslissingen. Art. 3. § 1. De beslissingsbevoegdheden die krachtens dit besluit worden gedelegeerd, worden uitgeoefend binnen de perken en met inachtneming van de voorwaarden en maatregelen die zijn vastgelegd in de bepalingen van de relevante wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, dienstorders en andere vormen van reglementeringen, instructies, richtlijnen en beslissingen. § 2. De beslissingsbevoegdheden die krachtens dit besluit worden gedelegeerd, kunnen alleen uitgeoefend worden binnen de perken van de taakstelling van de betrokken entiteit of project en binnen de beschikbare kredieten en middelen die onder het beheer van de betrokken entiteit of project ressorteren. Art. 4. Als in dit besluit de beslissingsbevoegdheid voor de aangelegenheden expliciet gedelegeerd wordt, strekt de delegatie zich ook uit tot : 1° de beslissingen die moeten worden genomen in het kader van de voorbereiding en de uitvoering van die aangelegenheden; 2° de beslissingen van ondergeschikt belang of aanvullende aard die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheid of er inherent deel van uitmaken; 3° het afsluiten van overeenkomsten. Art. 5. Ingeval het gebruik van de delegaties die krachtens dit besluit worden verleend, gepaard gaat met het gunnen van een overheidsopdracht, gelden de bepalingen van artikelen 10 en 11. Art. 6. De bedragen, vermeld in dit besluit, zijn exclusief de belasting op de toegevoegde waarde. HOOFDSTUK II. - Delegatie inzake interne organisatie, personeelsmanagement en facilitair management Art. 7. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider heeft delegatie om de beslissingen te nemen in verband met de organisatie van de werkzaamheden en het goed functioneren van zijn of haar entiteit, of project, met inbegrip van het proces- en projectmanagement en het interne communicatiemanagement binnen de door de secretaris-generaal uitgestippelde beleidslijnen. Art. 8. Inzake personeelsmanagement heeft de leidinggevende van een subentiteit of projectleider delegatie om de beslissingen te nemen in verband met : 1° de indienstneming van personeelsleden, na goedkeuring van de vacature en de functiebeschrijving op hoofdlijnen door de secretaris-generaal; 2° de toewijzing van de functie aan de personeelsleden; 3° de implementatie van het HRM-beleid; 4° het toestaan van de verloven en dienstvrijstellingen die in het raamstatuut zijn opgenomen, behoudens de verloven waarvoor het raamstatuut bepaalt dat ze door de minister worden toegestaan. Art. 9. Inzake facilitair management heeft de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider delegatie om binnen de door de secretaris-generaal uitgestippelde beleidslijnen en de toegekende budgettaire ruimte, de beslissingen te nemen in verband met de uitrusting, de informatie- en communicatiesystemen, en de werking van zijn of haar entiteit. HOOFDSTUK III. - Delegatie inzake overheidsopdrachten Art. 10. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider heeft delegatie om overheidsopdrachten te gunnen voor werken, leveringen en diensten, tot een met het onderstaande maximumbedrag : 1° in geval van een aanbesteding : 125.000 euro 2° in geval van een offerteaanvraag : 75.000 euro; 3° in geval van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking : 37.500 euro; 4° in geval van een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking : 32.500 euro. Art. 11. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider heeft delegatie om de beslissingen te nemen inzake de uitvoering van overheidsopdrachten. Voor beslissingen met een financiėle weerslag geldt de delegatie alleen binnen het voorwerp van de opdracht en tot een gezamenlijke maximale financiėle weerslag van 15 % boven het initiėle gunningsbedrag. HOOFSTUK IV. - Delegatie inzake de uitvoering van de begroting Art. 12. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider heeft delegatie om binnen de perken van de kredieten en middelen die onder het beheer van zijn entiteit ressorteren, de beslissingen te nemen met betrekking tot het aangaan van verbintenissen, het nemen van vastleggingen, het goedkeuren van verplichtingen, uitgaven en betalingen, met inbegrip van de ondertekening van de vastleggings- en ordonnanceringsdocumenten, het vaststellen van vorderingen en het verkrijgen van ontvangsten en inkomsten. Art. 13. Met betrekking tot de aangelegenheden die niet aan de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider zijn gedelegeerd, en waarvoor de beslissing bij de Vlaamse Regering, de minister, de secretaris-generaal of een ander orgaan berust, heeft de delegatie die krachtens artikel 12 aan de leidinggevende van een subentiteit of aan de projectleider is gedelegeerd, betrekking op de te nemen administratieve beslissingen en te stellen handelingen, met inbegrip van de ondertekening van de vastleggings- en ordonnanceringsdocumenten die in het kader van de ontvangsten- en uitgavencyclus noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en de uitvoering van de beslissing van de Vlaamse Regering, de minister, de secretaris-generaal of een ander orgaan. Art. 14. Overeenkomstig artikel 12 en 13 treedt de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider, in het kader van de ontvangsten- en uitgavencyclus en van het systeem van interne controle, op als inhoudelijk ordonnateur voor zijn of haar entiteit of project. Art. 15. De delegatie aan de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider, verleend in artikel 12, 13 en 14, geldt onverminderd de bevoegdheden en opdrachten van de andere actoren in de ontvangsten- en uitgavencyclus en het systeem van interne controle. HOOFDSTUK V. - Delegatie inzake het ondertekenen van de briefwisseling Art. 16. § 1. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider heeft delegatie voor : 1° de ondertekening van de briefwisseling van zijn of haar entiteit of project met andere diensten van de Vlaamse overheid en met derden te ondertekenen 2° gewone en aangetekende zendingen, geadresseerd aan de entiteit of project in ontvangst te nemen, met uitzondering van dagvaardingen, betekend aan de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest 3° uittreksel en afschriften van documenten die verband houden met de taken van hun entiteit of project eensluidend te verklaren en af te geven § 2. In afwijking van § 1 worden de volgende categorieėn van briefwisseling, alvorens aan de bestemmeling te worden verzonden, aan het visum van de secretaris-generaal voorgelegd : 1° briefwisseling van beleidsmatige aard, tenzij die een louter informatief karakter heeft; 2° andere briefwisseling die het niveau van individuele dossiers overstijgt, tenzij die een louter informatief karakter heeft; 3° antwoorden op brieven van het Rekenhof. Art. 17. De secretaris-generaal kan, bij eenvoudige beslissing, instructies uitvaardigen die ertoe strekken : 1° bepaalde categorieėn van briefwisseling aan zijn voorafgaand visum of handtekening te onderwerpen; 2° briefwisseling betreffende bepaalde individuele dossiers aan zijn voorafgaand visum te onderwerpen; 3° de categorieėn van briefwisseling in punt 1° en 2° nader te omschrijven. HOOFDSTUK VI. - Specifieke delegaties Art. 18. De leidinggevende van de entiteit Juridische Dienstverlening heeft, inzake rechtsbijstand delegatie om : 1° advocaten aan te stellen uit een vooraf door de secretaris-generaal goedgekeurde lijst, en het bedrag van de erelonen en de vergoedbare kosten van de advocaten goed te keuren en te betalen; 2° rechtsgedingen te voeren namens de Vlaamse Regering als eiser, verweerder of tussenkomende partij, voor de hoven en rechtsbanken, de administratieve rechtscolleges en het Rekenhof, met uitzondering van de rechtsgedingen voor het Arbitragehof. De delegatie omvat : a) het instellen van rechtsgedingen; b) het verrichten van alle noodzakelijke proceshandelingen; c) het instellen van rechtsmiddelen tegen vonnissen of arresten, of desgevallend het berusten erin; 3° dadingen, minnelijke schikkingen en schulderkenningen aan te gaan, voor zover de budgettaire weerslag ervan niet meer bedraagt dan 65.000 euro; 4° de uitgaven, verbonden aan de uitvoering van vonnissen, arresten, dadingen, minnelijke schikkingen en schulderkenningen, goed te keuren en te betalen. 5° af te zien van een vordering voor zover het geschil maximaal 65.000 euro bedraagt in hoofdsom, verhoogd met de verwijlintresten. HOOFDSTUK VII. - Mogelijkheid tot subdelegatie Art. 19. Met het oog op een doeltreffende en efficiėnte interne organisatie kan de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider een deel van de gedelegeerde aangelegenheden verder subdelegeren aan personeelsleden van zijn of haar entiteit of project, tot op het meest functionele niveau. Art. 20. De subdelegaties worden vastgesteld in een besluit van de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider. Een afschrift van het besluit wordt aan de secretaris-generaal bezorgd. HOOFDSTUK VIII. - Regeling bij vervanging Art. 21. De delegaties die in dit besluit werden verleend, worden tevens verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van de functie van leidinggevende van een subentiteit of projectleider belast is of de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst het betrokken personeelslid, boven de vermelding van zijn graad en handtekening, de formule « voor de leidinggevende van ..., afwezig », respectievelijk « voor de projectleider, afwezig ». HOOFDSTUK IX. - Gebruik van delegaties en verantwoording Art. 22. § 1. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider, alsook de personeelsleden aan wie ingevolge artikel 19 beslissingsbevoegdheden werden gesubdelegeerd, nemen de nodige zorgvuldigheid in acht bij het gebruik van de verleende delegaties. § 2. Het gebruik van de verleende delegaties kan door de secretaris-generaal nader worden geregeld bij eenvoudige beslissing die wordt verspreid onder de vorm van een dienstorder of nota. Art. 23. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider organiseert het systeem van interne controle op zodanige wijze dat de verleende delegaties op een adequate wijze worden gebruikt en misbruiken worden vermeden. Art. 24. De leidinggevende van een subentiteit of de projectleider is ten aanzien van de secretaris-generaal verantwoordelijk voor het gebruik van de verleende delegaties. Die verantwoordelijkheid betreft eveneens de aangelegenheden waarvoor de beslissingsbevoegdheid door de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider werd gesubdelegeerd aan andere personeelsleden. Art. 25. Over het gebruik van de verleende delegaties wordt driemaandelijks verantwoording afgelegd door middel van een rapport dat door de leidinggevende van een subentiteit of de projectleider aan de secretaris-generaal wordt voorgelegd. Art. 26. § 1. De secretaris-generaal heeft het recht om, bij eenvoudige beslissing, de verleende delegaties tijdelijk, geheel of gedeeltelijk op te heffen. § 2. In voorkomend geval worden de beslissingen betreffende de aangelegenheden waarvoor de delegatie tijdelijk werd opgeheven, genomen door de secretaris-generaal. HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen Art. 27. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 23 juli 2007. Brussel, 10 juli 2007. ir. G. BRAECKMAN
begin (#top) Publicatie : 2007-08-24
|
|
|