|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  | Huishoudelijk reglement van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media Goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 10 oktober 2008. TITEL I. - Inleidende begrippen Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : Kaderdecreet : het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van strategische adviesraden. Oprichtingsdecreet : het decreet van 30 november 2007 houdende de oprichting van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Besluiten tot regeling van presentiegelden en vergoedingen : het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007 tot regeling van de presentiegelden en vergoedingen van strategische adviesraden en van raadgevende comités bij intern verzelfstandigde agentschappen en het ministerieel besluit van 14 maart 2008 houdende de vaststelling van de presentiegelden en vergoedingen van de leden van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Vlaams Personeelsstatuut : het k oninklijk besluit van 22 december 2000 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewest Regeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen; het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 houdende vaststelling van de rechtspositie van het personeel van de diensten van de Vlaamse overheid; het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 tot vaststelling van de regels voor het algemene personeelsbeleid en het specifieke personeelsbeleid in de diensten van de Vlaamse overheid en in de Vlaamse openbare instellingen en het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 tot vaststelling van de regels voor het algemene personeelsbeleid en het specifieke personeelsbeleid in de diensten van de Vlaamse overheid en in de Vlaamse openbare instellingen De raad : de strategische adviesraad bedoeld in de artikelen 2 en 4 van het oprichtingsdecreet. Een raad : het Vast Bureau, de Algemene Raad of één van de sectorraden. Algemeen voorzitter : de voorzitter bedoeld in artikel 9, paragraaf twee van het oprichtingsdecreet. Voorzitter : de voorzitter van het Vast Bureau, de Algemene Raad of van één van de sectorraden. Ondervoorzitter : de ondervoorzitter van één van de sectorraden. Secretariaat : het eigen secretariaat van de raad, zoals bedoeld in artikel 11 van het oprichtingsdecreet. Algemeen secretaris : de secretaris die de leiding heeft over het secretariaat. Secretaris : de secretaris van het Vast Bureau, de Algemene Raad of van één van de sectorraden. Beleidsdomein : de verzameling van beleidsvelden bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 tot operationalisering van het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Beleidsveld : een onderdeel van het homogeen beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Ad-hocwerkgroep : een ondergeschikte structuur opgericht door de Algemene Raad of een sectorraad. Werkprogramma : het werkprogramma bedoeld in artikel 18 van het kaderdecreet. TITEL II. - Naamgeving en bevoegdheden HOOFDSTUK I. - Naamgeving Art. 2. § 1. De roepnaam van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media is SARC, Strategische AdviesRaad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media. § 2. De roepnamen voor de sectorraden zijn : - Sectorraad Kunsten en Erfgoed; - Sectorraad Sociaal-Cultureel Werk (sectorraad Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen); - Vlaamse Sportraad (sectorraad Sport); - Sectorraad Media. § 3. De officiële namen noch de roepnamen van de raad worden vertaald. HOOFDSTUK II. - Algemene raad Art. 3. De Algemene Raad is bevoegd voor het ontwikkelen van een geïntegreerde visie over het beleidsdomein of over meerdere beleidsvelden, om adviezen te formuleren over beleidsvraagstukken die betrekking hebben op het volledige beleidsdomein, over algemene internationale ontwikkelingen en over de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. De Algemene Raad kan als klankbord fungeren voor de sectorraden en eventueel adviezen die daar worden geformuleerd, in een veldoverschrijdend kader plaatsen. Ingeval de sectorraden over eenzelfde onderwerp advies geven, zal de Algemene Raad een gecoördineerd advies opstellen waarin alle standpunten worden verwerkt, onverminderd de bevoegdheden van de sectorraden. De Algemene Raad treedt op bij bevoegdheidsconflicten tussen de sectorraden. De Algemene Raad stelt zijn werkprogramma op en bezorgt het aan het Vast Bureau. De Algemene Raad coördineert de werking van werkgroepen die onder zijn bevoegdheid vallen. Art. 4. De Algemene Raad bekrachtigt het huishoudelijk reglement, de begroting, de rekening, het werkprogramma en het jaarverslag. Art. 5. De vertegenwoordiger van de Vlaamse Jeugdraad en de vertegenwoordigers van de sectorraden zijn volwaardig lid van de Algemene Raad. Zij zijn ervoor verantwoordelijk om de standpunten van de raad die zij vertegenwoordigen toe te lichten en dit standpunt in een ruimer perspectief te plaatsen. HOOFDSTUK III. - Sectorraden Art. 6. De sectorraden zijn bevoegd voor adviezen die hun beleidsveld aanbelangen. Wanneer adviezen uit eigen beweging onderwerpen betreffen die ook andere beleidsvelden aanbelangen, stellen zij de Algemene Raad hiervan in kennis. Art. 7. De sectorraden leveren input voor het werkprogramma en bezorgen het aan het Vast Bureau. De sectorraden bekrachtigen het huishoudelijk reglement van de raad en de eventuele wijzigingen hieraan. Art. 8. De sectorraden kunnen een dagelijks bestuur oprichten. De sectorraden coördineren de werking van werkgroepen die onder hun bevoegdheid vallen. HOOFDSTUK IV. - Vast Bureau Art. 9. Het Vast Bureau neemt het bestuur van de raad waar en is belast met de voorbereiding en ondersteuning van de coördinerende opdracht van de Algemene Raad zoals omschreven in het oprichtingsdecreet. Met 'voorbereiding en ondersteuning' wordt bedoeld : beoordelen en beslissen over problemen inzake samenhang met vroegere standpunten of standpunten van andere raden of inzake afstemming op het algemeen belang van het beleidsdomein. Als het Vast Bureau oordeelt dat de resultaten van de opdrachten niet congruent zijn of niet afgestemd zijn op het algemeen belang van het beleidsveld, worden zij gemotiveerd terugverwezen naar de betrokken raad. Art. 10. Het Vast Bureau kan de Algemene Raad of een sectorraad gelasten om over een bepaalde aangelegenheid te beraadslagen of een (deel)advies uit te brengen. Art. 11. Het Vast Bureau is bevoegd voor de begroting en de rekening. Het Vast Bureau stelt het werkprogramma op, na overleg met de Vlaamse Regering. Het Vast Bureau is bevoegd voor het opstellen van het jaarverslag waarin de activiteiten van de raad worden weergegeven. Het Vast Bureau maakt een ontwerp van huishoudelijk reglement of stelt wijzigingen voor. HOOFDSTUK V. - Algemeen voorzitter en Algemeen secretaris Art. 12. § 1. De algemeen voorzitter is voorzitter van het Vast Bureau. Hij/zij vertegenwoordigt de raad in rechte behoudens delegatie van deze bevoegdheid. § 2. De algemeen voorzitter is bevoegd voor het afsluiten van een protocol voor een structurele informatie-uitwisseling met de beleidsraad Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Art. 13. De algemeen secretaris maakt deel uit van het Vast Bureau met raadgevende stem. Art. 14. De algemeen secretaris coördineert de vragen voor advies in overleg met het Vast Bureau. Art. 15. De algemeen secretaris is hoofd van het personeel dat aan de raad ter beschikking wordt gesteld. Hij of zij houdt zich hierbij aan het Vlaams Personeelsstatuut en aan de richtlijnen die door de voorzitter worden gegeven. Hij of zij rapporteert regelmatig aan de algemeen voorzitter. Voor het opmaken van functiebeschrijvingen en het beoordelen van de proeftijd van nieuw aangeworven personeelsleden, is de algemeen secretaris verantwoordelijk, binnen de krijtlijnen die gegeven zijn door het Vlaams Personeelsstatuut en na overleg met de algemeen voorzitter. Voor het aanwerven van nieuwe personeelsleden en de opvolging van het prestatiemanagement van de personeelsleden zijn de algemeen voorzitter en de algemeen secretaris gezamenlijk verantwoordelijk, binnen de krijtlijnen gegeven door het Vlaams Personeelsstatuut. Voor wat de aanwerving en opvolging van prestatiemanagement van de algemeen secretaris aangaat, is de algemeen voorzitter verantwoordelijk, binnen de krijtlijnen die gegeven zijn door het Vlaams Personeelsstatuut. De algemeen secretaris wijst een medewerker van het secretariaat aan als secretaris van een sectorraad. De secretaris assisteert de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de sectorraad bij de uitoefening van hun opdracht. Art. 16. De algemeen secretaris neemt de taak van secretaris van de Algemene Raad en het Vast Bureau waar. Hij of zij kan zich hiervoor laten bijstaan door een lid van het secretariaat. Titel III. - Werking HOOFDSTUK I. - Aanwijzing van de voorzitter, ondervoorzitter en vertegenwoordigers in de Algemene Raad Art. 17. § 1. De leden van de sectorraden duiden onder de leden een voorzitter en een ondervoorzitter aan. De voorzitter en de ondervoorzitter zijn van verschillend geslacht. § 2. De secretaris plaatst de aanwijzing op de agenda. De kandidaatstelling dient ten laatste op de vergadering waarop de verkiezing geagendeerd is, te worden meegedeeld. De leden kunnen voor beide mandaten kandidaat zijn. Ieder lid heeft één stem. Een kandidaat die de helft plus één van de stemmen haalt is verkozen. Als geen van de kandidaten de eenvoudige meerderheid behaalt, wordt in een tweede ronde enkel gestemd over de kandidaten die in de eerste ronde de hoogste twee scores haalden. Wanneer de kandidaat of de beide kandidaten geen meerderheid halen, is de kandidaat niet verkozen en moet een nieuwe procedure worden ingesteld. Blanco stemmen worden niet meegerekend. Bij staking van stemmen is de kandidaat met de meeste anciënniteit in de betrokken raad verkozen. De aanwijzing is slechts geldig als de helft plus één van de leden aanwezig is. De stemming is geheim. Het lid met de meeste anciënniteit in de betrokken sectorraad leidt de procedure, bijgestaan door de secretaris. Eerst wordt de voorzitter verkozen. Voor de aanduiding van de ondervoorzitter geldt dezelfde procedure als voor de verkiezing van de voorzitter. Art. 18. § 1. De leden van de sectorraden duiden onder de leden twee vertegenwoordigers aan in de Algemene Raad, waaronder de voorzitter of de ondervoorzitter. De vertegenwoordigers zijn van verschillend geslacht. § 2. De voorzitter of de ondervoorzitter, worden ambtshalve aangeduid. Indien beide kandidaat zijn, worden beide ambtshalve aangeduid, tenzij andere leden kandidaat zijn voor de Algemene Raad. § 3. Voor de aanduiding van de tweede vertegenwoordiger, naast de voorzitter of de ondervoorzitter, geldt dezelfde procedure als voor de verkiezing van de voorzitter. Art. 19. § 1. De voorzitter en ondervoorzitter kunnen onderling afspreken wie van beide in het Vast Bureau zal zitten. § 2. Indien er geen consensus is tussen beiden of op vraag van ten minste drie leden van de sectorraad, beslissen de leden van de sectorraad, met toepassing van de procedure voor de verkiezing van de voorzitter. Art. 20. De leden van de sectorraden kunnen, op verzoek van de betrokkene, een einde maken aan het mandaat van voorzitter, ondervoorzitter, vertegenwoordiger in de Algemene Raad of in het Vast Bureau. Bovendien kunnen de leden van de sectorraden, bij tweederde meerderheid, een einde maken aan het mandaat van de door hen aangewezen voorzitter, ondervoorzitter, vertegenwoordiger in de Algemene Raad of in het Vast Bureau. De leden van de sectorraden wijzen een nieuwe voorzitter, ondervoorzitter of vertegenwoordiger in de Algemene Raad of het Vast Bureau aan die het mandaat voleindigt. HOOFDSTUK II. - Vergaderingen Art. 21. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter . Indien de voorzitter verhinderd is, wordt de taak overgenomen door de ondervoorzitter. Indien ook deze verhinderd is, of indien er geen ondervoorzitter is, wordt de taak waargenomen door het oudste lid. Art. 22. § 1. De leden van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media oefenen hun functie uit in volledige onafhankelijkheid ten opzichte van de Vlaamse overheid en ten opzichte van hun werkgever of bestuursorganen waarin zij zetelen. Dit betekent dat de leden geacht worden geen belangen van individuele organisaties te vertegenwoordigen. § 2. Omwille van hoogdringendheid en onverwachte redenen, kan een lid van het Vast Bureau zich laten vervangen door de voorzitter of ondervoorzitter van de raad waartoe het lid behoort. De plaatsvervanger heeft in het Vast Bureau dezelfde bevoegdheid als het lid dat hij/zij vervangt. Art. 23. § 1. De raad beraadslaagt collegiaal over de uit te brengen adviezen, volgens de procedure van de consensus. Als geen consensus kan worden bereikt, wordt gestemd en wordt de stemmenverhouding in het advies vermeld. Aan een advies kunnen één of meer minderheidsstandpunten worden toegevoegd, ten laatste op het ogenblik dat de raad een beslissing neemt over een advies. Een minderheidsstandpunt moet worden gemotiveerd. § 2. Een raad kan slechts geldig beslissen als tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien dit aantal niet bereikt is, kan een raad ofwel een beroep doen op de schriftelijke procedure voorzien in artikel 35 ofwel, na een nieuwe oproep van de leden, geldig beslissen over de punten die voorkwamen op de agenda van de vorige vergadering, wat ook het aantal aanwezige leden is. Tussen de eerste oproep en de nieuwe oproep moeten ten minste drie dagen zijn. § 3. Alleen de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden zijn stemgerechtigd. De stemming gebeurt bij handopsteking. Op verzoek van een lid wordt geheim gestemd. Stemmen bij wijze van volmacht kan niet. Onthoudingen worden bij de stemming niet in aanmerking genomen. Art. 24. De vergaderingen van de raad zijn niet openbaar. Op voorstel van de voorzitter van de vergadering kunnen waarnemers worden toegelaten. Op de vergaderingen van de raad kunnen externe deskundigen worden uitgenodigd. Personeelsleden van de departementen en agentschappen van de Vlaamse overheid kunnen worden verzocht om de nodige technische toelichting te verschaffen. Art. 25. De Algemene Raad en elke sectorraad, beslissen welke werkgroepen worden opgericht, duiden de leden ervan aan en coördineren de werking ervan. Er zijn geen plaatsvervangende leden in werkgroepen. De werkgroepen werken in opdracht van de Algemene Raad of een sectorraad. Hun mandaat wordt door de opdrachtgever bepaald. Zij kunnen niet zelf naar buiten treden met adviezen, publicaties of verklaringen. Art. 26. § 1. De Sectorraad voor Sociaal-Cultureel Werk stemt de vergaderingen waarop agendapunten besproken worden die verband houden met het jeugdwerk af met de Vlaamse Jeugdraad . § 2. Adviezen en standpunten van de Vlaamse Jeugdraad met betrekking tot het sociaal-cultureel jeugdwerk worden op de vergaderingen van de Raad voor Sociaal-Cultureel Werk door de vertegenwoordigers van de Vlaamse Jeugdraad toegelicht. § 3. Indien de Algemene Raad op eigen initiatief of op vraag van de vertegenwoordiger van de Vlaamse Jeugdraad agendapunten bespreekt die verband houden met het jeugdbeleid, worden de adviezen en de standpunten ter zake van de Vlaamse Jeugdraad door de vertegenwoordiger toegelicht en besproken. Art. 27. De adviezen worden in de regel verstrekt binnen een termijn van dertig dagen na datum van de ontvangst van de adviesvraag. In geval van spoed, die met redenen omkleed wordt, kan de Vlaamse Regering de termijn inkorten zonder dat hij minder dan tien werkdagen mag bedragen. Wanneer advies moet worden gegeven op verzoek van het Vlaams Parlement, brengt de raad advies uit binnen de door het Vlaams Parlement gestelde termijn, die niet korter mag zijn dan dertig dagen. Art. 28. Alle documenten op de raad en de werkgroepen ingebracht, krijgen het statuut van vertrouwelijkheid dat de inbrenger van de documenten eraan toekent, onverminderd de bepalingen van de wet op de openbaarheid van bestuur. Art. 29. De leden worden samengeroepen op initiatief van de voorzitter. Op vraag van de bevoegde Vlaamse minister, van de Vlaamse Regering, van het Vlaams Parlement of op verzoek van ten minste vier leden van de Algemene Raad of ten minste zes leden van een sectorraad, is de voorzitter verplicht de leden samen te roepen binnen tien werkdagen. Behoudens dringende noodzaak worden de uitnodigingen ten laatste 7 kalenderdagen voor de datum van de vergadering verstuurd. Ze bevatten de agendapunten van de vergadering, de documenten die betrekking hebben op de te behandelen punten en de notulen van de vorige vergadering. De agendapunten voor de vergaderingen van de raad worden door de voorzitter van de raad vastgelegd. Het Vast Bureau of elk lid kan bij de voorzitter agendapunten indienen tot 8 kalenderdagen voor de vergadering. Het Vast Bureau of elk lid kan een punt aan de agenda toevoegen wanneer een gewone meerderheid van de vergadering daarmee instemt. Tussen 11 juli en 16 augustus is de raad in reces. Art. 30. De aanwezigen ondertekenen een presentielijst. Verontschuldigingen worden schriftelijk, ofwel per brief, fax, of e-mail aan het secretariaat meegedeeld. De ondertekening van de presentielijst geldt als bewijs van aanwezigheid voor het uitbetalen van het presentiegeld. Wanneer een lid in extremis verhinderd is, dient het zich ten laatste de dag van de vergadering schriftelijk te verontschuldigen opdat de verontschuldiging als geldig kan worden beschouwd, tenzij fysieke overmacht kan worden aangetoond. Art. 31. Een lid dat niet kan aanwezig zijn, kan steeds het initiatief nemen om voor de vergadering schriftelijk opmerkingen over te maken aan de secretaris. De opmerkingen worden tijdens de vergadering besproken. Ingeval de opmerkingen daags voor de vergadering worden overgemaakt, dient het betrokken lid zich ervan te vergewissen dat de opmerkingen de secretaris tijdig bereiken. Art. 32. De Vlaamse Regering kan op verzoek van de betrokkene een einde maken aan het mandaat van de voorzitter, de ondervoorzitter of een lid van de raad. Bovendien kan de Vlaamse Regering, na advies van de raad, in de volgende gevallen ambtshalve een einde maken aan een mandaat : - als de betrokkene driemaal na elkaar de vergaderingen van de raad niet bijwoont; - als de betrokkene activiteiten verricht of functies vervult die onverenigbaar zijn met het mandaat Een lid van de raad dat wordt benoemd in de plaats van een lid voleindigt diens mandaat. HOOFDSTUK III. - Schriftelijke procedures Art. 33. De secretaris zorgt voor een ontwerpverslag van elke vergadering en stuurt dit zo spoedig mogelijk naar de leden, die de mogelijkheid krijgen om binnen de twee werkdagen hun opmerkingen op het ontwerpverslag schriftelijk over te maken aan het secretariaat. Indien er geen opmerkingen worden ontvangen, dan wordt het ontwerpverslag als voorlopig goedgekeurd beschouwd. Indien er gefundeerde opmerkingen worden ontvangen, beslist de voorzitter of deze opmerkingen in het verslag worden opgenomen. De voorzitter beslist daarna of het ontwerpverslag als voorlopig goedgekeurd kan worden beschouwd dan wel of het ter bespreking en goedkeuring op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de betrokken raad wordt geplaatst. De voorzitter plaatst het voorlopig goedgekeurde verslag ter definitieve goedkeuring op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de betrokken raad. Art. 34. De secretaris stuurt een ontwerpadvies dat tot stand komt na bespreking door de leden, zo spoedig mogelijk naar de leden. Die krijgen de mogelijkheid om binnen een overeengekomen termijn hun opmerkingen schriftelijk over te maken aan het secretariaat. Indien er geen opmerkingen worden ontvangen, wordt het ontwerpadvies als goedgekeurd beschouwd en is het voor publicatie vatbaar. Stilistische suggesties of preciseringen aangegeven door een lid, kunnen in het ontwerpadvies worden opgenomen zonder een tweede rondvraag aan de leden. Indien de voorzitter van oordeel is dat er inhoudelijk waardevolle opmerkingen worden gemaakt, kunnen deze worden verwerkt in het ontwerpadvies dat voor een tweede rondvraag aan de leden wordt gestuurd. De leden beschikken dan over twee werkdagen om hun oordeel over de aangebrachte wijzigingen te geven. Indien er over de wijzigingen geen opmerkingen meer zijn, wordt het advies als goedgekeurd beschouwd en is het voor publicatie vatbaar. Indien er alsnog opmerkingen over de aangebrachte wijzigingen zijn, kan de voorzitter beslissen om het ontwerpadvies opnieuw ter bespreking en goedkeuring op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de betrokken de raad te plaatsen. In het geval dat de voorzitter van oordeel is dat de opmerkingen niet van aard zijn om het bijgestelde ontwerpadvies te wijzigen, wordt het advies als goedgekeurd beschouwd en is het voor publicatie vatbaar. De voorzitter plaatst het goedgekeurde advies ter kennisgeving op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de betrokken raad. Art. 35. In bijzondere omstandigheden kunnen de voorzitter en de ondervoorzitter gezamenlijk beslissen om een advies schriftelijk af te handelen, tenzij minstens vier leden van de Algemene Raad of minstens zes leden van de sectorraad vragen om de raad samen te roepen. In geval van een schriftelijke afhandeling krijgen alle leden de mogelijkheid om schriftelijk hun bijdrage te leveren aan de totstandkoming van het advies. De voorzitter of de betrokken raad kan ter voorbereiding van een advies, een werkgroep, een lid, de voorzitter, de ondervoorzitter of de secretaris belasten met het opstellen van een ontwerpadvies. De secretaris stuurt een ontwerpadvies dat aldus tot stand komt, zo spoedig mogelijk naar de leden. Die krijgen de mogelijkheid om binnen de zeven dagen hun opmerkingen schriftelijk over te maken aan het secretariaat. Indien er geen opmerkingen worden ontvangen, wordt het ontwerpadvies als goedgekeurd beschouwd en is het voor publicatie vatbaar. Stilistische suggesties of preciseringen aangegeven door een lid, kunnen in het ontwerpadvies worden opgenomen zonder een tweede rondvraag aan de leden. Indien de voorzitter van oordeel is dat er inhoudelijk waardevolle opmerkingen worden gemaakt, kunnen deze worden verwerkt in het ontwerpadvies dat voor een tweede rondvraag aan de leden wordt gestuurd. De leden beschikken dan over zeven dagen om hun oordeel over de aangebrachte wijzigingen te geven. Indien er over de wijzigingen geen opmerkingen meer zijn, wordt het advies als goedgekeurd beschouwd en is het voor publicatie vatbaar. Indien er alsnog opmerkingen over de aangebrachte wijzigingen zijn, kan de voorzitter beslissen om het ontwerpadvies ter bespreking en goedkeuring op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de betrokken raad te plaatsen. In het geval dat de voorzitter van oordeel is dat de opmerkingen niet van aard zijn om het bijgestelde ontwerpadvies te wijzigen, wordt het advies als goedgekeurd beschouwd en is het voor publicatie vatbaar. De voorzitter plaatst het goedgekeurde advies ter kennisgeving op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de betrokken raad. HOOFDSTUK IV. - Budget Art. 36. Binnen de perken van de toegekende dotatie stelt de Algemene Raad jaarlijks, op voorstel van het Vast Bureau, de begroting van de raad vast en keurt de rekeningen goed. Art. 37. § 1. Presentiegelden en reisvergoedingen worden met toepassing van de besluiten tot regeling van presentiegelden en vergoedingen en binnen de perken van de begroting van de raad uitbetaald aan de algemeen voorzitter, de voorzitters en ondervoorzitters en de leden van de raad. Reisvergoedingen worden uitbetaald op basis van reëel gemaakte kosten en op basis van een door het lid getekende kostenstaat. Een kostenstaat die niet binnen een termijn van 6 maand bij de algemeen secretaris wordt ingediend, is onontvankelijk. § 2. Het Vast Bureau kan beslissen om derden te vergoeden voor hun aanwezigheid op vergaderingen, voor hun onkosten of prestaties. § 3. De algemeen voorzitter mandateert de algemeen secretaris om contractuele en financiële verbintenissen namens en voor de raad aan te gaan. Bij bedragen boven de 2.500 euro is het fiat van de voorzitter of, als die verhinderd is, een daartoe door de algemeen voorzitter gemandateerd lid van het Vast Bureau vereist. HOOFDSTUK V. - Openbaarmaking en vertegenwoordiging Art. 38. § 1. Alle adviezen zijn openbaar en beschikbaar via duplicatie en website na rapportage aan de bevoegde minister(s), de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement. Onder de goedgekeurde adviezen wordt de naam van de voorzitter, de ondervoorzitter en de secretaris vermeld van de raad die het advies geeft. Alle adviezen worden na goedkeuring, onverwijld aan de bevoegde minister, de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement meegedeeld door de algemeen voorzitter en de algemeen secretaris. § 2. Na bekrachtiging wordt het jaarverslag voor 15 mei voorgelegd aan de Vlaamse Regering en aan het Vlaams Parlement. Art. 39. De raad correspondeert met de bevoegde Vlaamse minister, met de diensten van de Vlaamse regering en met het Vlaams Parlement via de algemeen voorzitter. Art. 40. De algemeen voorzitter en de algemeen secretaris verzorgen namens de raad de communicatie over of naar aanleiding van adviezen of andere publicaties. Het Vast Bureau beslist over de wijze waarop. Art. 41. Voor externe vertegenwoordiging van de raad op eigen initiatief is de algemeen voorzitter verantwoordelijk. Hij of zij kan een lid van de raad, de algemeen secretaris of een lid van het secretariaat machtigen in zijn plaats op te treden voor bepaalde materies. Art. 42. Indien aan de raad gevraagd wordt iemand af te vaardigen in een hoorzitting, een gespreksforum of op een vergadering, beslist het Vast Bureau wie gevraagd wordt deze externe vertegenwoordiging op te nemen en met welk mandaat, nadat de algemeen secretaris informatie ingewonnen heeft over het gevraagde mandaat en over de aard van de vertegenwoordiging die gevraagd wordt. Voor zover de externe vertegenwoordiging betrekking heeft op een materie waarover de raad reeds advies uitbracht, wordt het mandaat en de inhoud van deze vertegenwoordiging door dat advies bepaald. Desgevallend moeten de verschillende in het advies ingenomen standpunten worden weergegeven. Voor zover de externe vertegenwoordiging betrekking heeft op een materie waarover de raad nog geen advies uitgebracht heeft, en er wordt gevraagd standpunt in te nemen in naam van de raad, dan wijst de betrokken vertegenwoordiger er op dat de raad nog geen standpunt heeft ingenomen, en dat hij of zij geen uitspraken kan doen in naam van de raad. Art. 43. Aan de raad wordt verslag uitgebracht over de externe vertegenwoordiging in naam van de raad. Alle raadsleden kunnen inzage vragen van de documenten die bekomen worden via de vertegenwoordigingsopdracht. HOOFDSTUK VI. - Andere werkzaamheden Art. 44. Als hij dit nuttig acht, dan wel op verzoek van de Vlaamse Regering of het Vlaams Parlement, kan een raad bijeenkomsten of werkzaamheden organiseren ter bevordering van de gedachtevorming over de materies waarvoor de raad bevoegd is. Bijeenkomsten of werkzaamheden kunnen een publiek of semi-publiek karakter hebben, met name de vorm aannemen van studiedagen, colloquia of hoorzittingen - dan wel een besloten karakter - met name de vorm aannemen van een bijzonder overleg tussen een beperkt aantal partners. Een raad kan op eigen initiatief studies of onderzoeken laten uitvoeren, na goedkeuring door het Vast Bureau. Bijeenkomsten of werkzaamheden op verzoek worden door de raad georganiseerd of uitgevoerd indien ze in het met de Vlaamse Regering overlegd werkprogramma staan of de nodige middelen beschikbaar zijn. HOOFDSTUK VII. - Diverse bepalingen Art. 45. Het werkjaar van de raad loopt van 1 januari tot 31 december. Art. 46. De zetel van de raad is gevestigd op volgend adres : Arenberggebouw, Arenbergstraat 9, 1000 Brussel Art. 47. Alle briefwisseling wordt ondertekend door de algemeen voorzitter of door de algemeen secretaris namens de voorzitter. De officiële correspondentie van het secretariaat met de leden kan zowel per brief als per e-mail. Art. 48. Het werkprogramma wordt voorbereid door het Vast Bureau. De Algemene Raad legt het na goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Art. 49. Het huishoudelijk reglement is van toepassing voor de Algemene Raad, de sectorraden, het Vast Bureau en het secretariaat. Een twee derden meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden van de Algemene Raad kan het huishoudelijk reglement wijzigen of aanvullen. Art. 50. Dit huishoudelijk reglement treedt in werking na goedkeuring door de raad, onder voorbehoud van goedkeuring door de Vlaamse Regering.
begin (#top) Publicatie : 2008-11-07
|
|
|