|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 21 NOVEMBER 2008 | | Besluit van de secretaris-generaal houdende bekendmaking van de verboden lijst, als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening |
| De secretaris-generaal van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Gelet op het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, inzonderheid artikel 4, 6°; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, inzonderheid op artikel 37, Besluit : Artikel 1. § 1. Het gebruik van eender welk geneesmiddel moet beperkt blijven tot medisch verantwoorde indicaties. Alle verboden stoffen moeten als « specifieke stoffen » worden aanzien behalve de stoffen vermeld in § 2, 1°, 2°, 4° d) en § 3, 1°, a en de verboden methoden vermeld in § 2, 6°. De vanaf 1 januari 2009 toepasselijke verboden lijst, als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, is vervat in de volgende paragrafen. § 2. De volgende stoffen en methoden zijn verboden op elk ogenblik (binnen en buiten wedstrijdverband) : 1° anabole middelen : a) exogene anabole androgene steroïden (AAS), met inbegrip van : 1) 1-androsteendiol (5alpha-androst-1-een-3ss,17ss-diol); 2) 1-androsteendion (5alpha-androst-1-een-3,17-dion); 3) bolandiol (19-norandrosteendiol); 4) bolasteron; 5) boldenon; 6) boldion (androsta-1,4-dieen-3,17-dion); 7) calusteron; 8) clostebol; 9) danazol (17alpha-ethynyl-17ss-hydroxyandrost-4-eno[2,3-d]isoxazol); 10) dehydrochloormethyltestosteron (4-chloor-17ss-hydroxy-17alpha-methylandrosta-1,4-dieen-3-on); 11) desoxymethyltestosteron (17alpha-methyl-5alpha-androst-2-en-17ss-ol); 12) drostanolon; 13) ethylestrenol (19-nor-17alpha-pregn-4-en-17-ol); 14) fluoxymesteron; 15) formebolon; 16) furazabol (17ss-hydroxy-17alpha-methyl-5alpha-androstano[2,3-c]-furazan); 17) gestrinon; 18) 4-hydroxytestosteron (4,17ss-dihydroxyandrost-4-en-3-on); 19) mestanolon; 20) mesterolon; 21) metenolon; 22) methandiënon (17ss-hydroxy-17alpha-methylandrosta-1,4-dieen-3-on); 23) methandriol; 24) methasteron (2alpha,17alpha-dimethyl-5alpha-androstaan-3-on-17ss-ol); 25) methyldiënolon (17ss-hydroxy-17alpha-methylestra-4,9-dieen-3-on); 26) methyl-1-testosteron (17ss-hydroxy-17alpha-methyl-5alpha-androst-1-en-3-on); 27) methylnortestosteron (17ss-hydroxy-17alpha-methylestr-4-en-3-on); 28) methyltriënolon (17ss-hydroxy-17alpha-methylestra-4,9,11-trieen-3-on); 29) methyltestosteron; 30) miboleron; 31) nandrolon; 32) 19-norandrosteendion (estr-4-een-3,17-dion); 33) norboleton; 34) norclostebol; 35) norethandrolon; 36) oxabolon; 37) oxandrolon; 38) oxymesteron; 39) oxymetholon; 40) prostanozol (17ss-hydroxy-5alpha-androstano[3,2-c] pyrazol); 41) quinbolon; 42) stanozolol; 43) stenbolon; 44) 1-testosteron (17ss-hydroxy-5alpha-androst-1-en-3-on); 45) tetrahydrogestrinon (18a-homo-pregna-4,9,11-trieen-17ss-ol-3-on); 46) trenbolon; 47) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of een vergelijkbare biologische werking; b) endogene AAS wanneer exogeen toegediend : 1) androsteendiol (androst-5-een-3ss,17ss-diol); 2) androsteendion (androst-4-een-3,17-dion); 3) dihydrotestosteron (17ss-hydroxy-5alpha-androstaan-3-on); 4) prasteron (dehydro-epiandrosteron, DHEA); 5) testosteron; en de volgende metabolieten en isomeren : 6) 5alpha-androstaan-3alpha,17alpha-diol; 7) 5alpha-androstaan-3alpha,17ss-diol; 8) 5alpha-androstaan-3ss,17alpha-diol; 9) 5alpha-androstaan-3ss,17ss-diol; 10) androst-4-een-3alpha,17alpha-diol; 11) androst-4-een-3alpha,17ss-diol; 12) androst-4-een-3ss,17alpha-diol; 13) androst-5-een-3alpha,17alpha-diol; 14) androst-5-een-3alpha,17ss-diol; 15) androst-5-een-3ss,17alpha-diol; 16) 4-androsteendiol (androst-4-een-3ss,17ss-diol); 17) 5-androsteendion (androst-5-een-3,17-dion); 18) epi-dihydrotestosteron; 19) epitestosteron; 20) 3alpha-hydroxy-5alpha-androstaan-17-on; 21) 3ss-hydroxy-5alpha-androstaan-17-on; 22) 19-norandrosteron; 23) 19-noretiocholanolon. Als een anabool androgeen steroïde endogeen kan worden geproduceerd, is er sprake van een verboden stof in het monster en zal een afwijkend analyseresultaat gerapporteerd worden als de concentratie van de verboden stof, de metabolieten of markeerstoffen ervan, of om het even welke andere relevante verhoudingen in het monster van de sporter in die mate afwijken van de waarden die in normale omstandigheden teruggevonden worden bij mensen, dat het onwaarschijnlijk is dat die concentratie of verhouding overeenstemt met een normale endogene productie. Er is geen sprake van een monster dat een verboden stof bevat als de sporter kan bewijzen dat de concentratie van de verboden stof, de metabolieten of markeerstoffen ervan, of om het even welke andere relevante verhoudingen in het monster toe te schrijven zijn aan een pathologische of fysiologische toestand. In alle gevallen en bij eender welke concentratie wordt ervan uitgegaan dat een staal een verboden stof bevat en zal het controlelaboratorium een afwijkend analyseresultaat opstellen als het, gebaseerd op een betrouwbare analysemethode (bijvoorbeeld IRMS), kan aantonen dat de verboden stof van exogene herkomst is. In dat geval is verder onderzoek niet noodzakelijk. Als een waarde niet zodanig afwijkt van het waardebereik dat normaal bij mensen wordt gevonden en eender welke betrouwbare analysemethode (bijvoorbeeld IRMS) niet heeft vastgesteld dat de stof van exogene oorsprong is, maar als er aanwijzingen zijn, zoals een vergelijking met profielen van endogene referentiesteroïden, van mogelijk gebruik van een verboden stof, of als een controlelaboratorium melding maakt van een T/E-ratio van meer dan 4 tot 1 en eender welke betrouwbare analysemethode (bijvoorbeeld IRMS) niet heeft vastgesteld dat de stof van exogene oorsprong is, moet nader onderzoek worden verricht door eerdere testresultaten opnieuw te controleren of nieuwe testen uit te voeren. Als dergelijk verder onderzoek vereist is, zal het resultaat door het controlelaboratorium als atypisch en niet als afwijkend gerapporteerd worden. Als het controlelaboratorium meldt dat met een aanvullende betrouwbare analysemethode (bijvoorbeeld IRMS) aangetoond is dat de verboden stof van exogene oorsprong is, is geen verder onderzoek nodig en wordt het monster geacht de verboden stof te bevatten. Als er geen aanvullende betrouwbare analysemethode (bijvoorbeeld IRMS) is uitgevoerd en er geen resultaten van minimaal drie voorgaande tests voorhanden zijn, zal de sporter minstens drie keer onaangekondigd gecontroleerd worden binnen een periode van drie maanden om zo een longitudinaal profiel van de sporter te verkrijgen. Het resultaat dat aanleiding heeft gegeven tot dat longitudinale onderzoek zal als atypisch worden gerapporteerd. Als het longitudinale profiel van de betrokken sporter in de opeenvolgende tests fysiologisch niet normaal is, zal het resultaat als een afwijkend analyseresultaat worden gerapporteerd. In uiterst zeldzame individuele gevallen kan boldenon van endogene oorsprong in de urine gevonden worden in concentraties van zeer lage waarden nanogram per milliliter (ng/ml). Als een dergelijke lage concentratie van boldenon door het controlelaboratorium wordt gerapporteerd en een betrouwbare analysemethode (bijvoorbeeld IRMS) geen exogene oorsprong van boldenon heeft aangetoond, kan verder onderzoek verricht worden door vergelijking met voorgaande tests van de sporter of door de sporter nieuwe tests te laten ondergaan. Een door het controlelaboratorium afwijkend analyseresultaat voor 19-norandrosteron wordt beschouwd als een wetenschappelijk en onomstotelijk bewijs van het feit dat de verboden stof van exogene oorsprong is. In dat geval is geen verder onderzoek noodzakelijk. Als de sporter niet meewerkt aan de onderzoeken, wordt het monster geacht de verboden stof te bevatten; c) andere anabole middelen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) clenbuterol; 2) selectieve androgene receptormodulatoren (SARM's); 3) tibolon; 4) zeranol; 5) zilpaterol; 2° hormonen en aanverwante stoffen : de volgende stoffen en hun releasing factoren : a) erytropoëse-stimulerende agentia (bv. erytropoëtine (EPO), darbepoëtine (dEPO), hematide); b) groeihormoon (GH); c) insulineachtige groeifactoren (bv. IGF-1); d) mechanogroeifactoren (MGF's); e) choriongonadotrofine (CG) en luteïniserend hormoon (LH), enkel bij mannelijke sporters; f) insulines; g) corticotrope hormonen; h) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of een vergelijkbare biologische werking. Tenzij de sporter kan aantonen dat de gevonden concentratie te wijten is aan een fysiologische of pathologische toestand, is er sprake van een verboden stof in het monster als de concentratie van de verboden stof of van de metabolieten of markeerstoffen ervan, of relevante verhoudingen in het monster voldoet aan door het WADA bepaalde positiviteitscriteria of in die mate de normale waarden bij mensen overtreffen, dat het onwaarschijnlijk is dat die concentratie of verhouding overeenstemt met een normale endogene productie. Als een controlelaboratorium, gebruikmakend van een betrouwbare analysemethode, meldt dat de verboden stof van exogene oorsprong is, wordt het monster geacht de verboden stof te bevatten en zal het als een afwijkend analyseresultaat worden gerapporteerd; 3° bèta 2-agonisten : Alle bèta 2-agonisten, met inbegrip van hun D- en L-isomeren, zijn verboden. Daarom is voor formoterol, salbutamol, salmeterol en terbutaline, toegediend via inhalatie, ook een toestemming wegens therapeutische noodzaak vereist overeenkomstig het relevante deel van de internationale standaard voor toestemming wegens therapeutische noodzaak. Ongeacht de toestemming wegens therapeutische noodzaak wordt de aanwezigheid van meer dan 1 000 ng/ml salbutamol in de urine als een afwijkend analyseresultaat beschouwd, tenzij de sporter aan de hand van een gecontroleerde farmacokinetische studie kan bewijzen dat het abnormale resultaat het gevolg is van het gebruik van een therapeutische dosis van salbutamol via inhalatie. 4° hormoonantagonisten en modulatoren : a) aromatase-inhibitoren, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) anastrozol; 2) letrozol; 3) aminoglutethimide; 4) exemestaan; 5) formestaan; 6) testolacton; b) selectieve oestrogeenreceptormodulatoren (SERM's), met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) raloxifen; 2) tamoxifen; 3) toremifen; c) andere anti-oestrogene stoffen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) clomifeen; 2) cyclofenil; 3) fulvestrant; d) agentia die een of meer myostatinefuncties veranderen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : myostatine-inhibitoren; 5° diuretica en andere maskerende middelen : a) maskerende middelen : 1) diuretica; 2) probenecid; 3) middelen die het plasmavolume vergroten (bijvoorbeeld intraveneuze toediening van albumine, dextraan, hydroxy-ethylzetmeel en mannitol); 4) andere stoffen met vergelijkbare biologische effecten; b) diuretica : 1) acetazolamide; 2) amiloride; 3) bumetanide; 4) canrenon; 5) chloortalidon; 6) etacrynezuur; 7) furosemide; 8) indapamide; 9) metolazon; 10) spironolacton; 11) thiaziden (bijvoorbeeld bendroflumethiazide, chloorthiazide, hydrochloorthiazide); 12) triamtereen; 13) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of vergelijkbare biologische werking (behalve voor drosperinon en topisch dorzolamine en brinzolamide, welke niet verboden zijn). Als de urine van de sporter naast een diureticum een of meer verboden stoffen op of onder de grenswaarde bevat, is een toestemming wegens therapeutische noodzaak niet geldig. 6° de volgende methoden : a) verbetering van het zuurstoftransport : 1) bloeddoping, met inbegrip van het gebruik van autoloog, homoloog of heteroloog bloed, of rodebloedcelproducten van welke oorsprong ook; 2) kunstmatige verhoging van de opname, het transport of de afgifte van zuurstof, met inbegrip van, maar niet beperkt tot perfluorchemicaliën, efaproxiral (RSR13) en gemodificeerde hemoglobineproducten (bijvoorbeeld bloedvervangers, gebaseerd op hemoglobine, hemoglobineproducten in microcapsules); b) chemische en fysieke manipulatie : 1) fraude of poging tot fraude om de validiteit en integriteit te beïnvloeden van de monsters die afgenomen worden tijdens een dopingcontrole. Daaronder wordt onder meer verstaan : katheterisatie, verwisselen van urine of knoeien met de urine; 2) intraveneuze infusen zijn verboden tenzij bij heelkundige ingrepen, medische urgenties of klinische onderzoeken. c) genetische doping : Verboden is de transfer van cellen of genetische elementen of het gebruik van cellen, genetische elementen of farmacologische agentia om de expressie van endogene genen die de mogelijkheid hebben de sportieve prestaties te verbeteren, te veranderen. Peroxisoomproliferatorgeactiveerde receptor delta (PPARdelta) agonisten (bv. GW 1516) en PPARdelta-AMP-geactiveerde proteïne kinase (AMPK) as agonisten (bv. AICAR) zijn verboden. § 3. De volgende stoffen en methoden zijn verboden binnen wedstrijdverband : 1° alle stimulantia, met inbegrip van, indien van toepassing, zowel hun optische L- als hun optische D-isomeren, behalve imidazolderivaten voor topisch gebruik en de stimulantia die zijn opgenomen in het monitoringprogramma 2009. Stimulantia zijn : a : niet specifieke stimulantia : 1) adrafinil; 2) amfepramon; 3) amifenazol; 4) amfetamine; 5) amfetaminil; 6) benzfetamine; 7) benzylpiperazine; 8) bromantan; 9) clobenzorex; 10) cocaïne; 11) cropropamide; 12) crotetamide; 13) dimethylamfetamine; 14) etilamfetamine; 15) famprofazon; 16) fencamine; 17) fendimetrazine; 18) fenmetrazine; 19) fenetylline; 20) fenfluramine; 21) fenproporex; 22) fentermine; 23) 4-fenylpiracetam (carfedon); 24) furfenorex; 25) mefenorex; 26) mefentermine; 27) mesocarb; 28) metamfetamine (D-); 29) methyleendioxyamfetamine; 30) methyleendioxymetamfetamine; 31) p-methylamfetamine; 32) modafinil; 33) norfenfluramine; 34) prolintaan; Een stimulans dat niet expliciet in deze lijst voorkomt, is een specifieke stof. b : specifieke stimulantia (voorbeelden) : 35) adrenaline; 36) cathine, de concentratie in de urine mag niet hoger zijn dan 5 microgram per milliliter; 37) efedrine, de concentratie in de urine mag niet hoger zijn dan 10 microgram per milliliter; 38) etamivan; 39) etilefrine; 40) fenbutrazaat; 41) fencamfamine; 42) fenpromethamine; 43) heptaminol; 44) isomethepteen; 45) levmethamfetamine; 46) meclofenoxaat; 47) methylefedrine, de concentratie in de urine mag niet hoger zijn dan 10 microgram per milliliter; 48) methylfenidaat; 49) nikethamide; 50) norfenefrine; 51) octopamine; 52) oxilofrine; 53) parahydroxyamfetamine; 54) pemoline; 55) pentetrazol; 56) propylhexedrine; 57) selegiline; 58) sibutramine; 59) strychnine; 60) tuaminoheptaan; 61) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of een vergelijkbaar biologisch effect. Stoffen die zijn opgenomen in het WADA-monitoringprogramma 2009 (bupropion, cafeïne, fenylefrine, fenylpropanolamine, pipradol, pseudo-efedrine en synefrine) worden niet als verboden stoffen beschouwd. Adrenaline, in combinatie met lokale anesthetica of voor lokaal gebruik (bijvoorbeeld nasaal of oftalmologisch), is niet verboden. 2° narcotica : a) buprenorfine; b) dextromoramide; c) diamorfine (heroïne); d) fentanyl en zijn derivaten; e) hydromorfon; f) methadon; g) morfine; h) oxycodon; i) oxymorfon; j) pentazocine; k) pethidine; 3° cannabinoïden : a) cannabinoïden (bijvoorbeeld hasjiesj, marihuana); 4° glucocorticosteroïden. Alle glucocorticosteroïden zijn verboden als ze via orale, intraveneuze, intramusculaire of rectale weg worden toegediend. In overeenstemming met de internationale standaard voor toestemming wegens therapeutische noodzaak, moet door de sporter een gebruiksverklaring worden ingevuld voor glucocorticosteroïden toegediend via intra-articulaire, periarticulaire, peritendineuze, epidurale, intradermale en inhalatoire weg, behalve voor wat hieronder volgt. Topische preparaten zijn, als ze gebruikt worden voor aandoeningen van oor, mond, huid (ook via iontoforese of fonoforese), tandvlees, neus, oog of perianaal, niet verboden en vereisen noch een toestemming wegens therapeutische noodzaak noch een gebruiksverklaring. § 4. De volgende stoffen zijn verboden bij bepaalde sporten : 1° alcohol. Alcohol (ethanol) is alleen binnen wedstrijdverband verboden in de onderstaande sporten. De opsporing zal worden verricht door ademanalyse of bloedcontrole. De geldende grenswaarde (bloedwaarde) voor een dopingovertreding is 0,10 g/l. a) autosport (FIA); b) boogschieten (FITA, IPC); c) bowling (negen- en tien pins) (FIQ); d) karate (WKF); e) moderne vijfkamp (UIPM)(alleen bij schietonderdelen); f) motorsport (FIM); g) jeu de boules (IPC bowls); h) powerboatracen (UIM); i) vliegsport (FAI); 2° bètablokkers, alleen verboden binnen wedstrijdverband, behalve als het anders vermeld wordt : a) autosport (FIA); b) biljarten en snooker (WCBS); c) bobsleeën (FIBT); d) boogschieten (FITA, IPC), ook verboden buiten wedstrijdverband; e) bowling (negen- en tien pins) (FIQ); f) bridge (FMB); g) curling (WCF); h) golf (IGF); i) gymnastiek (FIG); j) jeu de boules (CMSB, IPC bowls); k) moderne vijfkamp (UIPM), alleen bij schietonderdelen; l) motorsport (FIM); m) powerboatracen (UIM); n) skiën of snowboarden (FIS) voor het schansspringen, het skiën vrije stijl of halfpipe skiën en het halfpipe of big air snowboarden; o) schieten (ISSF, IPC), ook verboden buiten wedstrijdverband; p) vliegsport (FAI); q) worstelen (FILA); r) zeilen (ISAF), enkel voor stuurmannen in het matchracen. Bètablokkers omvatten, maar zijn niet beperkt tot : 1) acebutolol; 2) alprenolol; 3) atenolol; 4) betaxolol; 5) bisoprolol; 6) bunolol; 7) carteolol; 8) carvedilol; 9) celiprolol; 10) esmolol; 11) labetalol; 12) levobunolol; 13) metipranolol; 14) metoprolol; 15) nadolol; 16) oxprenolol; 17) pindolol; 18) propranolol; 19) sotalol; 20) timolol. Art. 2. Het besluit van de secretaris-generaal van 29 augustus 2008 houdende bekendmaking van de verboden lijst, als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening wordt opgeheven. Art. 3. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009. Brussel, 21 november 2008. Ch. CLAUS
begin (#top) Publicatie : 2008-12-05
|
|
|