<novdecember 2008jan>
madiwodovrzazo
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
    
Publicatie (pdf) van
dinsdag 16 december 2008
Printversie.
GRONDWETTELIJK HOF
Bericht voorgeschreven bij artikel 74 van de bijzondere wet van 6 januari 1989
Bij twee vonnissen van 22 oktober 2008 in zake respectievelijk Wolfgang Verraes en Lieven Peelaers tegen de Belgische Staat, waarvan de expedities ter griffie van het Hof zijn ingekomen op 30 oktober 2008, heeft de Correctionele Rechtbank te Brugge de volgende prejudiciële vraag gesteld :
« Schendt artikel 366 WIB 1992 (zoals van toepassing vóór de wijziging door artikel 24 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat het het recht om bezwaar in te dienen tegen een belastingaanslag slechts toekent aan de belastingplichtige op wiens naam de aanslag is gevestigd, met uitsluiting van derden op wiens naam de aanslag niet is gevestigd, ook al zijn die derden, zoals de dader, mededader of medeplichtige van het misdrijf van fiscale fraude, uit hoofde van de wet hoofdelijk gehouden de ontdoken vennootschapsbelasting te betalen, mede in aanmerking nemende dat artikel 1288, 1° [lees : artikel 1208, eerste lid] B.W. aan alle hoofdelijke medeschuldenaars toelaat tegen de schuldeisers alle excepties in te roepen die uit de aard van de verbintenis voortvloeien ? ».
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4545 en 4546 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.
De griffier,
P.-Y. Dutilleux.


begin (#top) Publicatie : 2008-12-16