<aprmei 2009jun>
madiwodovrzazo
    
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Publicatie (pdf) van
woensdag 13 mei 2009
Printversie.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE
8 MAART 2009
Koninklijk besluit houdende toekenning van de waardigheid van Eredeken van de Arbeid - Houtverwerkende nijverheid - Ambachtelijke Houtbewerking - Bosbouw - Bosontginning - Zagerijen - Houthandel
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het besluit van de Regent van 12 maart 1948, betreffende het Commissariaat-generaal der Regering bij de Nationale Arbeidstentoonstellingen;
Gelet op het besluit van de Regent van 12 november 1948, houdende nadere omschrijving van de officiële modellen der erekentekens van de Arbeid;
Gelet op het koninklijk besluit van 31 juli 1954, houdende goedkeuring der statuten van de Instelling van openbaar nut genoemd « Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België, Albert I - Nationale Arbeidstentoonstellingen »;
Gelet op het advies van het bevoegd Nationaal Organiserend Comité, gegeven op 22 december 2008;
Gelet op het gunstig advies van de Commissaris-generaal der Regering bij het Koninklijk Instituut der Eliten van de Arbeid van België, gegeven op 6 februari 2009;
Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen en van de Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen,
Besluit :
Artikel 1. De waardigheid van Eredeken van de Arbeid wordt toegekend aan de hieronder vermelde personen, die geacht worden de nodige hoedanigheden te bezitten om de tradities, alsmede het moreel en het sociaal aanzien van hun beroep of functie te verpersoonlijken :
Bellemans, Willy F.J., Herentals;
Hoffmann, Werner, Sankt-Vith;
Jorissen, Jozef T.B.L.A., Lummen;
Moernaut, Etienne F.M., Dendermonde.
Art. 2. Deze opdracht wordt hen gegeven voor een termijn van vijf jaar. Zij kan een einde nemen vóór het verstrijken van die termijn, indien de titularis ophoudt zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen.
Art. 3. De Minister bevoegd voor Werk en de Minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 8 maart 2009.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen,
Mevr. J. MILQUET
De Minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen,
V. VAN QUICKENBORNE


begin (#top) Publicatie : 2009-05-13