<aprmei 2009jun>
madiwodovrzazo
    
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Publicatie (pdf) van
donderdag 14 mei 2009
Printversie.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
28 APRIL 2009
Beslissing van de voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën betreffende de bevoegdheden van sommige ontvangkantoren van de Gewestelijke Directie Brussel invordering. - Administratie der directe belastingen
De Voorzitter van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Financiën, d.d.
Gelet op het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die er voorzien in de uitvoering van het statuut van het Rijkspersoneel, inzonderheid artikels 2, 2° en 59;
Gelet op het ministerieel besluit van 10 oktober 1979 waarbij delegatie wordt verleend voor het uitoefenen van sommige bevoegdheden;
Gelet op het ministerieel besluit van 6 mei 2003 houdende delegatie van bevoegdheden aan de Voorzitter van het Directiecomité;
Beslist :
Artikel 1. De bevoegdheden van de hieronder vermelde ontvangkantoren zijn bepaald als volgt :
1. het ontvangkantoor van « Brussel 3 en bijzondere ontvangsten », is bevoegd voor :
a) de inning en de invordering van alle belastingen, uitgezonderd de onroerende voorheffing en de verkeersbelasting, verschuldigd door de aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtigen, van de controle-vennootschappen Brussel 1 tot 3, 5, 10 tot 12, 16, 18 en 21;
b) de inning en de invordering van alle belastingen, met uitzondering van de onroerende voorheffing en de verkeersbelasting, verschuldigd door belastingplichtigen bedoeld in artikel 220 van het Wetboek inkomstenbelastingen 1992, van de controle Brussel 2 RPB (rechtspersonenbelasting);
c) de inning van de belasting op spelen en weddenschappen verschuldigd door de belastingplichtigen natuurlijke personen en rechtspersonen die gedomicilieerd zijn of hun maatschappelijke zetel hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
d) de inning van de bedragen gestort in toepassing van artikel 402 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.
2. het ontvangkantoor Brussel 4 is bevoegd voor :
a) de inning en de invordering van alle belastingen, met uitzondering van de onroerende voorheffing en van de verkeersbelasting, verschuldigd van de aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtigen van de controles-vennootschappen Brussel A tot F;
b) de inning en de invordering van alle belastingen, met uitzondering van de onroerende voorheffing en van de verkeersbelasting, verschuldigd door belastingplichtigen bedoeld in artikel 220 van het Wetboek inkomstenbelastingen 1992 van de controle Anderlecht 1 RPB (rechtspersonenbelasting);
c) de inning en de invordering van de bedrijfsvoorheffing verschuldigd door openbare diensten en semi-openbare diensten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad die, overeenkomstig de hun door de wet of door hun statuten opgelegde regelen, zich uitsluitend bezighouden met een administratieve taak of met een opdracht van algemeen nut die in wezen geen betrekking heeft op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen;
3. het ontvangkantoor Brussel 6 is bevoegd voor :
a) de inning en de invordering van alle belastingen, met uitzondering van de onroerende voorheffing en de verkeersbelasting, verschuldigd door de aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtigen van de controles-vennootschappen Brussel 4, 6 tot 9, 13 tot 15, 17, 19, 20 en 22;
b) de inning van de roerende voorheffing verschuldigd door de natuurlijke personen gedomicilieerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
4. het ontvangkantoor Brussel 7 is bevoegd voor :
a) de inning en de invordering van alle belastingen, met uitzondering van de onroerende voorheffing en de verkeersbelasting, verschuldigd door de aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtigen van de controles-vennootschappen Brussel G, H, K, L, M, N en P;
b) de inning van de belasting op automatische ontspanningstoestellen verschuldigd door natuurlijke personen en rechtspersonen die gedomicilieerd zijn of hun maatschappelijke zetel hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 2. Deze beslissing treedt in werking op 1 mei 2009.
Brussel, 28 april 2009.
J.-P. ARNOLDI


begin (#top) Publicatie : 2009-05-14