|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 15 MEI 2009 | | Besluit van de Raad van Bestuur van NV De Scheepvaart houdende de vaststelling van de scheepvaartrechten voor passagiersschepen |
| De Raad Van Bestuur, Gelet op de wet van 15 maart 1971 betreffende de scheepvaartrechten te heffen op de waterwegen onder beheer van de Staat, inzonderheid op artikel 6; Gelet op het decreet van 2 april 2004 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap De Scheepvaart, naamloze vennootschap van publiek recht, inzonderheid op artikel 26; Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004, houdende de omschrijving van de territoriale bevoegdheid van De Scheepvaart; Gelet op het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende het algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk; Gelet op de beheersovereenkomst van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap De Scheepvaart, naamloze vennootschap van publiek recht, goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 20 juli 2007; Gelet op het besluit van de Raad van Bestuur van 28 november 2007 houdende de vaststelling van de scheepvaartrechten voor passagiersschepen; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1. De artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 van het besluit van de Raad van Bestuur van 28 november 2007 houdende de vaststelling van de scheepvaartrechten voor passagiersschepen worden vervangen door volgende bepalingen : Art. 2. Dit besluit bepaalt de tarieven van de scheepvaartrechten die gelden voor passagiersschepen die varen op de waterwegen, beheerd door nv De Scheepvaart met uitzondering van : - de Gemeenschappelijke Maas, - de Schelde-Rijnverbinding, - de waterwegen die door hun bijzondere reglement vrijgesteld zijn van scheepvaartrechten. Art. 3. De scheepvaartrechten voor passagiersschepen worden bepaald op basis van de grootste lengte van de romp van het schip en op basis van de geldigheidsduur. Art. 4. De geldigheidsduur kan voor een te bepalen aantal aaneensluitende kalenderdagen of voor een te bepalen aantal aaneensluitende maanden of voor één jaar of voor een seizoen, ingaande op 1 maart tot en met 31 oktober, vastgesteld worden. Art. 5. De tarieven worden vastgesteld zoals opgenomen in de volgende tabel : Categorie Grootste lengte van de romp van het schip Geldigheidsduur
Eén
kalenderdag Eén maand Eén jaar Seizoen
1 Kleiner dan of gelijk aan 15 m 10 EUR 40 EUR 160 EUR 140 EUR
2 Groter dan 15 m en kleiner dan of gelijk aan 25 m 20 EUR 80 EUR 320 EUR 280 EUR
3 Groter dan 25 m en kleiner dan of gelijk aan 40 m 40 EUR 160 EUR 640 EUR 560 EUR
4 Groter dan 40 m en kleiner dan of gelijk aan 60 m 80 EUR 320 EUR 1.280 EUR 1.120 EUR
5 Groter dan 60 m en kleiner dan of gelijk aan 80 m 160 EUR 640 EUR 2.560 EUR 2.240 EUR
6 Groter dan 80 m en kleiner dan of gelijk aan 100 m 320 EUR 1.280 EUR 5.120 EUR 4.480 EUR
7 Groter dan 100 m 400 EUR 1.600 EUR 6.400 EUR 5.600 EUR
Art. 6. De in artikel 5 opgenomen tarieven worden voor de geldigheidsperiode die betrekking heeft op de periode van 1 juni 2009 tot en met 28 februari 2010 vermenigvuldigd met 0,1. De scheepvaartrechten die al vóór 1 juni 2009 werden aangerekend kunnen voor het gedeelte dat betrekking heeft op de periode na 1 juni 2009 terugbetaald worden voor zover de aanvraag daartoe vóór 1 oktober 2009 werd ingediend bij nv De Scheepvaart NV en rekening houdend met het gegeven dat de geldigheidsduur dan eindigt op 31 mei 2009. Art. 7. Met uitzondering van wat is opgenomen onder artikel 6, is een terugbetaling of een wijziging van de geldigheidsduur niet mogelijk. Art. 8. De tarieven, vermeld in artikel 5 zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, waarbij als basis het indexcijfer van de maand die voorafgaat aan de maand van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt genomen. Deze indexering wordt eens per jaar in de loop van de maand december berekend en de geïndexeerde tarieven gelden vervolgens voor het ganse daaropvolgende kalenderjaar. Art. 9. Passagierschepen die hun scheepvaartrecht aan Waterwegen en Zeekanaal NV betaald hebben zijn voor de betrokken geldigheidsduur vrijgesteld van het betalen van scheepvaartrechten wanneer zij varen op de door nv De Scheepvaart beheerde waterwegen. Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2009. Hasselt, 15 mei 2009. E. PORTUGAELS, gedelegeerd bestuurder. W. CLAES, Voorzitter van de Raad van Bestuur.
begin (#top) Publicatie : 2009-05-26
|
|
|