 |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 24 APRIL 2009 | | Ministerieel besluit houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen |
| De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, gewijzigd bij de decreten van 2 juni 2006 en 22 december 2006; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007, 28 juni 2007, 10 oktober 2007, 14 november 2007, 5 september 2008, 22 september 2008 en 6 januari 2009; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen, artikel 3, 5, tweede lid, en artikel 6; Gelet op het ministerieel besluit van 19 februari 2003 houdende vaststelling van de algemene voorwaarden voor toezicht van Kind en Gezin voor zelfstandige onthaalouders, mini-crèches en zelfstandige kinderdagverblijven; Gelet op het ministerieel besluit van 26 februari 2003 houdende de vaststelling van de procedure en de modaliteiten voor de toekenning en de intrekking van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat er dringend uitvoering gegeven moet worden aan het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen, en dat de bestaande besluiten dringend aangepast moeten worden aan Beter Bestuurlijk Beleid, Besluit : HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder : 1° Kind en Gezin : het intern verzelfstandigd agentschap Kind en Gezin, opgericht bij het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin; 2° onthaalouder : zelfstandige onthaalouder als vermeld in artikel 4, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen; 3° voorziening : zelfstandig kinderdagverblijf als vermeld in artikel 4, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen en zelfstandige buitenschoolse opvangvoorziening als vermeld in artikel 4, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor het attest van toezicht Art. 2. De nadere voorwaarden voor een attest van toezicht voor onthaalouders zijn : 1° de persoon die in het gezin de voornaamste verantwoordelijkheid draagt voor de opvangactiviteiten, is minstens 21 jaar en is in staat om kinderen op te voeden; 2° de kinderen worden benaderd met aandacht voor hun eigen ritme en behoeften, een voldoende mate van structuur en voldoende stimulering en bewegingsvrijheid, zodat de zelfstandigheid van de kinderen en hun omgaan met andere kinderen worden bevorderd; 3° de kinderen voelen zich psychisch en fysiek veilig; 4° de onthaalouder legt voor alle personen die deel uitmaken van het gezin en die minstens 18 jaar zijn, en voor alle personen die aan de opvang, aan Kind en Gezin een uittreksel uit het strafregister, model 2, voor; 5° de onthaalouder legt een doktersattest voor waaruit blijkt dat de leden van het gezin en de medewerkers aan de opvang in goede gezondheid verkeren en er geen gevaar bestaat voor de opgevangen kinderen; 6° de gezondheid van de kinderen wordt gewaarborgd door een aangepaste voeding en hygiëne; 7° de onthaalouder beschikt over voldoende aangepaste en veilige infrastructuur om het toegestane aantal kinderen op te vangen; 8° Kind en Gezin bepaalt per zelfstandige onthaalouder het aantal kinderen dat tegelijk kan worden opgevangen; 9° de onthaalouder houdt dagelijks een overzichtelijke presentielijst bij van de opgevangen kinderen, die de personeelsleden van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin kunnen inkijken; 10° de onthaalouder geeft blijk van een ruime beschikbaarheid voor de kinderen en de gezinnen. Dit wil zeggen dat de onthaalouder geen activiteiten uitoefent die voor de kinderen hinderlijk kunnen zijn; 11° de aanwezige kinderen worden permanent, ononderbroken begeleid; 12° de onthaalouder zorgt ervoor dat de noodzakelijke afspraken worden gemaakt, zodat alle verplaatsingen, tussen opvangvoorziening en school, bij uitstapjes, enzovoorts..., veilig en onder gepaste begeleiding plaatsvinden; 13° tijdens het verblijf van de kinderen hebben de gezinnen op elk ogenblik vrije toegang tot de vertrekken waarin de kinderen verblijven, zowel bij het brengen en afhalen als bij bezoek tijdens het verblijf; 14° er wordt gestreefd naar een maximale samenwerking met de gezinnen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de informatiedoorstroming tussen de gezinnen en de onthaalouder; 15° de onthaalouder brengt de gezinnen op de hoogte van het attest van toezicht, van eventuele wijzigingen erin en van de door Kind en Gezin bepaalde voorwaarden bij de toekenning van het attest van toezicht; 16° de onthaalouder brengt Kind en Gezin op de hoogte van de gehanteerde prijs; 17° de onthaalouder verbindt er zich toe aan de gezinnen de wettelijk bepaalde fiscale attesten uit te reiken; 18° de onthaalouder sluit een verzekering af waarbij zijn burgerlijke aansprakelijkheid gedekt wordt; 19° de onthaalouder legt de met de gezinnen afgesproken opvangregeling vast in een schriftelijke overeenkomst, waarin vermeld wordt dat gezinnen te allen tijde klacht kunnen indienen bij de klachtendienst van Kind en Gezin; 20° de onthaalouder beschikt voor alle aanwezige kinderen over de noodzakelijke gegevens om bij onvoorziene omstandigheden adequaat en passend te kunnen reageren. Voor elk kind moet een gezinslid of een persoon die het gezinslid vervangt, bereikbaar zijn. De onthaalouder beschikt onder meer over een telefoonnummer van die persoon. Art. 3. De nadere voorwaarden voor een attest van toezicht voor een zelfstandig kinderdagverblijf en een zelfstandige buitenschoolse opvangvoorziening zijn : 1° de voorziening staat onder de verantwoordelijkheid van een persoon van minstens 21 jaar, die leiding kan geven en die over voldoende gezag en pedagogisch inzicht beschikt; 2° de kinderen worden benaderd met aandacht voor hun eigen ritme en behoeften, een voldoende mate van structuur en voldoende stimulering en bewegingsvrijheid, zodat de zelfstandigheid van de kinderen en de manier waarop ze omgaan met andere kinderen worden bevorderd; 3° de kinderen voelen zich psychisch en fysiek veilig; 4° de lokalen en de uitrusting zijn aangepast aan het aantal opgevangen kinderen en aan hun leeftijd. Ze zijn voldoende veilig en hygiënisch. Grenzend aan het gebouw is er een speelruimte in de openlucht; 5° een verslag of attest van de brandweer wordt voorgelegd aan Kind en Gezin; 6° er is voldoende begeleiding, dat wil zeggen minstens van één personeelslid of medewerker per begonnen schijf van 7 kinderen die maximaal 18 maanden oud zijn, en één personeelslid of medewerker per begonnen schijf van 10 kinderen die ouder zijn dan 18 maanden; 7° bij opvangactiviteiten buiten de schooluren voor kinderen tussen 3 en 12 jaar is er minstens één begeleider per 14 kinderen; 8° de voorziening legt aan Kind en Gezin, van al het personeel en de medewerkers, een doktersattest voor waaruit blijkt dat de personeelsleden of medewerkers in goede gezondheid verkeren, en dat er geen gevaar bestaat voor de kinderen; 9° de voorziening legt aan Kind en Gezin, voor al het personeel en de medewerkers, een uittreksel uit het strafregister, model 2, voor; 10° de gezondheid van de kinderen wordt gewaarborgd door een aangepaste voeding en hygiëne; 11° Kind en Gezin bepaalt per voorziening het aantal kinderen dat tegelijk kan worden opgevangen; 12° de voorziening houdt dagelijks een overzichtelijke presentielijst bij van de opgevangen kinderen, die de personeelsleden van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin kunnen inkijken; 13° de voorziening zorgt ervoor dat de noodzakelijke afspraken worden gemaakt, zodat alle verplaatsingen, tussen opvangvoorziening en school, bij uitstapjes, enzovoort..., veilig en onder gepaste begeleiding plaatsvinden; 14° de kinderen worden nooit alleen gelaten; 15° tijdens het verblijf van de kinderen hebben de gezinnen op elk ogenblik vrije toegang tot de voorziening, en meer bepaald tot de leefruimten van het kind, zowel bij het brengen en afhalen als bij bezoek tijdens het verblijf; 16° er wordt gestreefd naar een maximale samenwerking met de gezinnen waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan informatiedoorstroming tussen de gezinnen en de voorziening; 17° de voorziening brengt de gezinnen op de hoogte van het attest van toezicht, eventuele wijzigingen die, en ook van de door Kind en Gezin bepaalde voorwaarden bij de toekenning van het attest van toezicht; 18° de voorziening brengt Kind en Gezin op de hoogte van de gehanteerde prijs; 19° de voorziening verbindt er zich toe aan de gezinnen de wettelijk bepaalde fiscale attesten uit te reiken; 20° de voorziening sluit een verzekering af waarbij haar burgerlijke aansprakelijkheid gedekt wordt; 21° de voorziening legt de met de gezinnen afgesproken opvangregeling vast in een schriftelijke overeenkomst, waarin vermeld wordt dat de gezinnen te allen tijde klacht kunnen indienen bij de klachtendienst van Kind en Gezin; 22° de voorziening beschikt voor alle aanwezige kinderen over de noodzakelijke gegevens om bij onvoorziene omstandigheden adequaat en passend te kunnen reageren. Voor elk kind moet een gezinslid of een persoon die het gezinslid vervangt, bereikbaar zijn. De voorziening beschikt onder meer over een telefoonnummer van die persoon; 23° de initiatiefnemers en begeleiders streven permanente vorming en bijscholing na. Art. 4. Kind en Gezin kan verdere toelichting verstrekken en administratieve richtlijnen uitwerken om de voorwaarden voor toezicht verder te concretiseren en hanteerbaar te maken. HOOFDSTUK III. - Procedure voor attest van toezicht Art. 5. Een onthaalouder en een voorziening kunnen bij Kind en Gezin op een daarvoor bestemd formulier en volgens de richtlijnen die Kind en Gezin vastlegt, een aanvraag voor een attest van toezicht indienen. Met dat formulier bevestigt een onthaalouder of een voorziening dat voldaan wordt aan de algemene voorwaarden voor toezicht. Om ontvankelijk te zijn, moet de aanvraag volledig zijn ingevuld en ondertekend. Na een niet-verlening van een attest van toezicht, een niet-verlenging van een attest van toezicht of na de intrekking van een attest van toezicht kan een onthaalouder of een voorziening op zijn vroegst een aanvraag indienen voor een attest van toezicht twee maanden na de datum van de beslissing over het attest van toezicht. Als een onthaalouder of een voorziening binnen twee maanden na de beslissing over het attest van toezicht kan aantonen dat aan de voorwaarden voor toezicht voldaan is, kan een onthaalouder of een voorziening een nieuwe aanvraag voor een attest van toezicht indienen voor de termijn van twee maanden verstreken is. Die aanvraag voor een attest van toezicht kan echter op zijn vroegst twee maanden na de beslissing tot het niet-verlenen, het niet-verlengen of de intrekking van een attest van toezicht aanleiding geven tot de toekenning van een nieuw attest van toezicht. Art. 6. Kind en Gezin stuurt na ontvangst van de volledige en ondertekende aanvraag een ontvangstmelding. Art. 7. De personeelsleden van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin verrichten een onderzoek ter plaatse, om na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden voor een attest van toezicht. Na dat onderzoek wordt het dossier voorgelegd aan Kind en Gezin, dat een beslissing neemt over het attest van toezicht. Art. 8. De beslissing over de toekenning van het attest van toezicht wordt genomen binnen een termijn van 120 dagen vanaf de aanvraag voor een attest van toezicht. Na die termijn van 120 dagen en als Kind en Gezin geen beslissing heeft genomen, wordt het attest van toezicht geacht toegekend te zijn. Art. 9. Kind en Gezin brengt het opvanginitiatief schriftelijk op de hoogte van de genomen beslissing uiterlijk dertig dagen na de beslissing. Bij weigering van een attest van toezicht worden de redenen die tot de beslissing hebben geleid, aan de aanvrager meegedeeld. Kind en Gezin brengt de gezinnen van wie het de woonplaats kent en het plaatselijke college van burgemeester en schepenen op de hoogte van de weigering van een attest van toezicht. Art. 10. Het attest van toezicht is drie jaar geldig en is verlengbaar. Art. 11. Als het opvanginitiatief verhuist, houdt het attest van toezicht op te bestaan op de datum van de verhuizing. Als de opvangactiviteiten worden voortgezet op een ander adres, moet het initiatief een nieuwe aanvraag voor een attest van toezicht indienen, als het een attest van toezicht van Kind en Gezin wil. Art. 12. Als er een andere verantwoordelijke persoon in het opvanginitiatief komt, houdt het bestaande attest van toezicht op te bestaan. De nieuwe verantwoordelijke persoon moet een nieuwe aanvraag voor een attest van toezicht indienen, als hij een attest van toezicht van Kind en Gezin wil. Art. 13. Een attest van toezicht voor een opvanginitiatief kan worden verlengd door Kind en Gezin. Art. 14. Kind en Gezin brengt het opvanginitiatief schriftelijk op de hoogte van de genomen beslissing over de verlenging van het attest van toezicht. Als een attest van toezicht niet wordt verlengd, worden de redenen die tot de beslissing hebben geleid, aan het opvanginitiatief meegedeeld. Kind en Gezin brengt de gezinnen van wie het de woonplaats kent en het plaatselijke college van burgemeester en schepenen op de hoogte van de niet-verlenging van een attest van toezicht. Art. 15. Een opvanginitiatief dat onder toezicht staat van Kind en Gezin, kan op een daarvoor bestemd formulier en volgens de richtlijnen die Kind en Gezin vastlegt, een aanvraag tot capaciteitsuitbreiding indienen. Het opvanginitiatief bevestigt met dat formulier dat het voldoet aan de algemene voorwaarden voor een attest van toezicht voor de aangevraagde capaciteit. Om ontvankelijk te zijn moet de aanvraag volledig zijn ingevuld en ondertekend zijn. Art. 16. Na ontvangst van de volledig ingevulde en ondertekende aanvraag tot capaciteitsuitbreiding stuurt Kind en Gezin een ontvangstmelding. Art. 17. De personeelsleden van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin verrichten een onderzoek ter plaatse om na te gaan of voor de uitgebreide capaciteit voldaan is aan de algemene voorwaarden voor toezicht. Na dat onderzoek wordt het dossier voorgelegd aan Kind en Gezin, dat een beslissing neemt over de capaciteitsuitbreiding. Art. 18. De beslissing over de toekenning of weigering van een capaciteitsuitbreiding wordt genomen binnen een termijn van 120 dagen vanaf de aanvraag. Na die termijn van 120 dagen en als er geen beslissing van Kind en Gezin is, wordt de capaciteitsuitbreiding geacht toegekend te zijn. Art. 19. Kind en Gezin brengt het opvanginitiatief schriftelijk op de hoogte van de genomen beslissing uiterlijk dertig dagen na de beslissing. Art. 20. Als de capaciteitsuitbreiding niet wordt toegekend, wordt vanaf de datum van de aanvraag een nieuw attest van toezicht, uitgereikt voor de capaciteit van voor de aanvraag tot capaciteitsuitbreiding. Art. 21. Als wordt vastgesteld dat niet meer voldaan is aan een of meer voorwaarden voor een attest van toezicht kan het attest van toezicht te allen tijde worden ingetrokken of kan de capaciteit worden verminderd. De beslissing tot intrekking van het attest van toezicht of tot vermindering van de capaciteit wordt genomen door Kind en Gezin. Art. 22. Kind en Gezin brengt het opvanginitiatief schriftelijk en uiterlijk binnen dertig dagen na de beslissing op de hoogte van de beslissing tot intrekking van het attest van toezicht of tot capaciteitsvermindering, en van de redenen die daartoe hebben geleid. Kind en Gezin brengt de gezinnen van wie het de woonplaats kent en het plaatselijke college van burgemeester en schepenen op de hoogte van de genomen beslissing. HOOFDSTUK IV. - Crisisbeleid en gevaarsituatie Art. 23. De onthaalouders en de voorzieningen voeren een crisisbeleid, dat ministens bestaat uit een crisisprocedure. Onder crisisprocedure wordt een procedure verstaan die de opeenvolgende stappen en de wijze van communicatie vastlegt die een voorziening moet volgen als er zich een gevaarsituatie voordoet in de voorziening. Er is sprake van een gevaarsituatie als vermeld in het eerste lid, als de fysieke of psychische integriteit van een kind dat gebruikmaakt van een voorziening, in gevaar is of zou kunnen zijn. Elke gevaarsituatie die zich voordoet in de opvangvoorziening wordt zo snel mogelijk gemeld aan Kind en Gezin. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen Art. 24. De volgende regelingen worden opgeheven : 1° het ministerieel besluit van 19 februari 2003 houdende vaststelling van de algemene voorwaarden voor toezicht van Kind en Gezin voor zelfstandige onthaalouders, mini-crèches en zelfstandige kinderdagverblijven; 2° het ministerieel besluit van 26 februari 2003 houdende de vaststelling van de procedure en de modaliteiten voor de toekenning en de intrekking van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen. Art. 25. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Brussel, 24 april 2009. De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Mevr. V. HEEREN
begin (#top) Publicatie : 2009-05-27
|
|
|
|
Een dienst aangeboden door
 |
|