<aprmei 2009jun>
madiwodovrzazo
    
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Publicatie (pdf) van
woensdag 27 mei 2009
Printversie.
VLAAMSE OVERHEID
4 MEI 2009
Ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van groepsfitnessbegeleider
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 6, 4°;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 oktober 2004, 23 december 2005, 19 mei 2006, 30 juni 2006, 1 september 2006, 15 juni 2007 en 28 juni 2007, 10 oktober 2007 en 14 november 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, inzonderheid op artikel 4, § 3, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2007;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, inzonderheid op artikel 1, 6°;
Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 12 maart 2008,
Besluit :
Artikel 1. Voor het beroep van groepsfitnessbegeleider, met de overeenkomstige titel van groepsfitnessbegeleider, verwijzend naar het SERV-beroepsprofiel voor de SERV-beroepencluster 'fitness en groepsfitness', met als uniek volgnummer 07/06 als vermeld in artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2008 tot bepaling van de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt, worden de standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie met bijbehorend subsidiebedrag vastgelegd in de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009
Brussel, 4 mei 2009.
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE

Bijlage : De standaard, de succescriteria, de richtlijnen voor beoordeling en de classificatie voor het beroep van groepsfitnessbegeleider
Algemene informatie :
1° standaardnummer : 07/06;
2° classificatie : categorie 2, namelijk 1.000,00 euro;
3° brondocumenten : SERV-beroepencluster fitness en groepsfitness (2005), Standards
EHFA (European Health and Fitness Association, 2005).
Standaard :
Omschrijving van het beroep :
De groepsfitnessbegeleider geeft in groepsverband les in lichaamsbeweging op muziek zodat de fitnessbeoefenaars correct en veilig bewegen en hun doelstellingen bereiken.
Kerncompetenties :
De groepsfitnessbegeleider kan
1. een adviesgesprek voeren;
2. een groepsles voorbereiden;
3. een groepsles geven;
4. fitnessbeoefenaars begeleiden;
5. fitnessbeoefenaars motiveren;
6. omgaan met klanten;
7. veilig werken.
Kerncompetentie 1 : een adviesgesprek voeren
Succescriteria :
1° geeft uitleg over de verschillende fitnessprogramma's (inhoud, doelstellingen, doelgroep);
2° stelt vragen om de wens en de doelstelling van de fitnessbeoefenaar te leren kennen en scherp te stellen;
3° stelt vragen om de paraatheid tot fysieke activiteit in te schatten;
4° luistert naar de wensen, moeilijkheden en/of eerdere ervaringen van de fitnessbeoefenaar;
5° raadt de fitnessbeoefenaar het volgen van een programma aan of af;
6° beantwoordt vragen van fitnessbeoefenaars over veilig en gezond bewegen;
7° houdt zich aan de geldende regels en afspraken van de fitnessclub.
Kennisvereisten :
De kandidaat moet kennis kunnen aantonen van :
1° intake-gesprek met par-q (fysical activity readiness questionnaire).
Kerncompetentie 2 : een groepsles voorbereiden
Succescriteria :
1° stelt een les samen met oefeningen volgens de doelstellingen van het programma, rekening houdend met spiergebruik, functionaliteit en veiligheid;
2° begint de les met een warming-up en eindigt met cooling-down;
3° ordent de oefeningen in een lesmoment zodanig dat ze op elkaar aansluiten;
4° brengt variatie en uitdaging in de lesopbouw;
5° selecteert gepaste muziek voor de doelgroep en voor de activiteit;
6° werkt oefeningen uit die bij de capaciteiten van de verschillende fitnessbeoefenaars aansluit;
7° bouwt de oefeningen stap voor stap op naargelang de doelstellingen van het programma.
Kennisvereisten :
De kandidaat moet kennis kunnen aantonen van :
1° potentieel gevaarlijke oefeningen.
Kerncompetentie 3 : een groepsles geven
Succescriteria :
1° toont een nieuwe oefening vanuit een zichtbare positie en legt uit;
2° herhaalt de uitleg van de oefening;
3° geeft strakke, zichtbare cues (aanwijzingen) zodat de fitnessbeoefenaars een voorbeeld hebben bij het bewegen;
4° geeft visuele en verbale cues zodat de fitnessbeoefenaars op het ritme blijven bij het bewegen;
5° kondigt transities en het einde van oefeningen verbaal en visueel aan;
6° houdt zich aan de lestijd.
Kennisvereisten :
De kandidaat moet kennis kunnen aantonen van :
1° potentieel gevaarlijke oefeningen.
Kerncompetentie 4 : fitnessbeoefenaars begeleiden
Succescriteria :
1° verdeelt de aandacht over de verschillende deelnemers;
2° controleert de fitnessbeoefenaars om incorrecte en onveilige uitvoering op te sporen;
3° geeft indien nodig een aanpassing aan een individuele fitnessbeoefenaar terwijl de groep bezig blijft;
4° corrigeert de fitnessbeoefenaar fysiek zodat deze de oefening correct en veilig uitvoert;
5° corrigeert de fitnessbeoefenaar verbaal zodat deze de oefening correct en veilig uitvoert;
6° geeft uitleg over de functionaliteit van de oefening.
Kerncompetentie 5 : fitnessbeoefenaars motiveren
Succescriteria :
1° past stemgebruik aan aan het moment in de les;
2° prijst fitnessbeoefenaars bij het uitvoeren van de oefeningen;
3° corrigeert fitnessbeoefenaars bij het uitvoeren van de oefeningen zonder te zeggen dat ze de oefening fout doen;
4° past de lesinhoud aan de capaciteiten van de deelnemers op het moment aan;
5° spoort fitnessbeoefenaars aan om de oefening vol te houden;
6° spoort fitnessbeoefenaars aan om naar de volgende lessen te komen.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° een groepsles geven;
2° fitnessbeoefenaars begeleiden.
Kerncompetentie 6 : omgaan met klanten
Succescriteria :
1° verwelkomt de fitnessbeoefenaars met een glimlach;
2° maakt oogcontact met de fitnessbeoefenaars;
3° spreekt duidelijk voor de fitnessbeoefenaars;
4° maakt een praatje met nieuwe fitnessbeoefenaars zodat ze gerustgesteld zijn;
5° vraagt aan de fitnessbeoefenaars of alles naar wens is/verloopt;
6° neemt afscheid van de fitnessbeoefenaars met een glimlach en een extra 'boost'.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° een groepsles geven;
2° fitnessbeoefenaars begeleiden.
Kerncompetentie 7 : veilig werken
Succescriteria :
1° herinnert fitnessbeoefenaars aan de regels en afspraken van de fitnessclub;
2° treedt op bij onveilig gebruik van fitnessmateriaal;
3° ziet erop toe dat de fitnessbeoefenaars het materiaal uit het bewegingsgebied opbergen;
4° dient de eerste zorgen toe bij een gewonde/zieke fitnessbeoefenaar;
5° roept de hulp in van de verantwoordelijke of dokter bij een gewonde/zieke fitnessbeoefenaar;
6° past de lesinhoud aan de omgevingsomstandigheden aan.
Toepassingsgebied :
Deze kerncompetentie moet worden beoordeeld tijdens volgende cruciale momenten :
1° een groepsles geven;
2° fitnessbeoefenaars begeleiden.
Kennisvereisten :
De kandidaat moet kennis kunnen aantonen van :
1° EHBO
Richtlijnen voor de beoordeling
1° De beoordeling bestaat uit volgende beoordelingstechnieken :
a) directe observatie van het proces in een beroepsrelevante context.De kandidaat krijgt de opdracht om een groepsles voor te bereiden en nadien deze groepsles te geven op muziek. De karakteristieken zijn :
- een groepsles met minstens vijf deelnemers;
- de groepsles duurt minimum 40 minuten;
- de voorbereiding van de groepsles mag maximum 1 uur bedragen;-
- de kandidaat selecteert de te gebruiken muziek uit de aanwezige muziek in het testcentrum.
b) rollenspel voor de competentie 'een adviesgesprek voeren';
c) criteriumgericht interview over het procesverloop;
d) kennistest via meerkeuzevragen.
2° Voor de beoordeling wordt er met een 3-puntenschaal gewerkt. De betekenis van de puntenschaal is de volgende :
a) 1 = het gedrag wordt niet geobserveerd;
b) 2 = onzeker over het geobserveerde gedrag;
c) 3 = het gedrag wordt geobserveerd.
3° De duurtijd van de beoordeling bedraagt maximum 3 uur, aaneensluitend, met maximum 15 minuten introductietijd inbegrepen.
4° Er kan maximum 1 persoon tegelijk per beoordelaar worden geobserveerd.
5° In het beoordelingscentrum is het volgende minstens aanwezig :
a) muziekkeuze met verschillende beats per minuut;
b) muziekinstallatie met pitch-control;
c) draadloze headset;
d) spiegelmuur;
e) aangepaste vloer;
f) minimum 50 m2vloeroppervlakte;
g) matjes (1 per deelnemer);
h) de deelnemers voor de groepsles zijn reeds in het testcentrum aanwezig.
6° Om als competent beschouwd te worden dient de kandidaat aan te tonen :
a) alle kerncompetenties in deze standaard te beheersen;
b) de opdracht binnen de voorziene tijd volledig af te werken;
c) volledig te slagen voor de kennisproef.
Leeswijzer
Deze leeswijzer verduidelijkt de wijze waarop de onderdelen van de standaard dienen gelezen of geïnterpreteerd te worden.
Omschrijving van het beroep
De omschrijving van het beroep in een standaard bestaat uit een weergave van de hoofddoelstelling of de bestaansreden van het beroep, aangevuld met een beschrijving van het resultaat, de wijze waarop of de reden waarom het resultaat moet worden gehaald. De beroepsomschrijving geeft samen met de kerncompetenties een overzicht van de kern van het beroep.
Kerncompetenties
Kerncompetenties zijn die competenties die cruciaal zijn voor het uitoefenen van een bepaald beroep en die het verschil maken tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar.
Kerncompetenties spelen een doorslaggevende rol bij het uitvoeren van een welbepaalde beroepsactiviteit. Kerncompetenties zijn afgeleid uit het ruimere beroepsprofiel en bestaan in principe uit zowel technische als meer transversale competenties.
Het aantal kerncompetenties is beperkt aangezien de standaard een bruikbaar beoordelingsinstrument moet zijn. Alle kerncompetenties moeten door een kandidaat worden beheerst om een titel van beroepsbekwaamheid te behalen.
Succescriteria
Succescriteria zijn indicatoren die het voor de beoordelaar mogelijk maken om gericht naar een kerncompetentie te kijken. Succescriteria zijn de operationalisering of uitwerking van kerncompetenties in observeerbaar gedrag specifiek per beroep. Het gaat daarbij opnieuw om gedrag dat het verschil maakt tussen een goede en een minder goede beroepsbeoefenaar.
Succescriteria moeten niet in absolute termen gelezen worden; ze zijn richtinggevend. Dat wil zeggen dat kandidaten niet aan alle succescriteria in dezelfde mate moeten beantwoorden. Bij de beoordeling moeten de succescriteria door de beoordelaars tegen elkaar worden afgewogen om een uitspraak over het beheersen van de competentie te doen. Dat wil ook niet zeggen dat wanneer er een richtcijfer in een succescriterium is opgenomen dit exact moet worden nagegaan. Het is een richtcijfer voor de assessoren waarop ze zich bij hun beoordeling moeten oriënteren.
Het aantal succescriteria is in functie van de bruikbaarheid eveneens beperkt.
Toepassingsgebied
Het toepassingsgebied dat bij een bepaalde kerncompetentie wordt vermeld, geeft weer binnen welke context of contexten de kerncompetentie dient te worden beoordeeld. Het toepassingsgebied geeft met andere woorden de context aan waarbinnen de succescriteria moeten worden geobserveerd.
Opmerkingen
In de opmerkingen kan worden verwezen naar documenten, handboeken, die de beoordelaars kunnen gebruiken.
Kennisvereisten
In sommige gevallen kan een standaard ook bij bepaalde kerncompetenties kennisvereisten bevatten. Dit komt alleen voor wanneer de sector beslist dat de beoordeling van de kerncompetenties ook uit een kennisproef dient te bestaan.
Richtlijnen voor de beoordeling
De richtlijnen voor de beoordeling kunnen betrekking hebben op de proeven die moeten worden afgelegd, de beoordelingswijze (soort evaluatie, schalen, scores,...), de maximale duur van een beoordeling,...
Met een beroepsrelevante context wordt een gesimuleerde context bedoeld.
De richtlijnen zijn bindend voor de inhoud en het verloop van de beoordeling en moeten door iedere beoordelingsinstantie worden opgevolgd. Dit moet een gelijke en billijke beoordeling van iedere kandidaat garanderen.
Verklarende woordenlijst
Als laatste onderdeel kan een standaard een verklarende woordenlijst bevatten. Begrippen die in de standaard cursief zijn gedrukt, worden in deze woordenlijst verduidelijkt.
Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit tot bepaling van de standaard voor de titel van groepsfitnessbegeleider.
Brussel, 4 mei 2009.
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE


begin (#top) Publicatie : 2009-05-27