VLAAMSE OVERHEID
7 MEI 2009
Ministerieel besluit tot bepaling van de inkomsten en uitgaven die bijkomend in aanmerking worden genomen voor de berekening van de Gewestelijke Sociale Correctie (GSC)
De Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
Gelet op het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, zoals gewijzigd;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten, artikel 16, 5°, en artikel 18, 11°;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juli 2004 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, zoals laatst gewijzigd bij het besluit van 6 januari 2009;
Na mededeling aan de Vlaamse Regering,
Besluit :
Artikel 1. In uitvoering van artikel 16, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 houdende de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen voor de realisatie van sociale huurwoningen en de daaraan verbonden werkingskosten, hierna het besluit te noemen, worden de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 4 tot 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1992 tot uitvoering van artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, bijkomend in aanmerking genomen als inkomsten voor de berekening van de GSC.
Art. 2. In uitvoering van artikel 18, 11°, van het besluit worden de volgende uitgaven bijkomend in aanmerking genomen voor de berekening van de GSC :
1° de kapitaals- en intrestlasten van leningen, aangegaan bij een andere instelling dan de VMSW voor de datum van inwerkingtreding van het besluit, waarvan kan worden aangetoond dat ze aangewend zijn voor de realisatie van sociale huurwoningen;
2° de met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 1990 tot aanmoediging van de bouw van sociale huurwoningen aan de initiatiefnemer betaalde huurprijs;
3° de met toepassing van artikel 47 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode effectief verrekende vermindering van de onroerende voorheffing.
4° een forfaitaire werkingskost van 10.000 euro per maand voor de projectbegeleiding van projecten men een geraamde investeringskost van minimaal 25.000.000 euro.
De forfaitaire werkingskost wordt in rekening gebracht vanaf de maand van aanmelding van het project en voor een periode van maximaal 60 maanden.
Art. 3. Dit besluit heeft voor het eerst betrekking op het referentiejaar 2008.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de datum van ondertekening ervan.
Brussel, 7 mei 2009.
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN


begin (#top) Publicatie : 2009-05-28
Een dienst aangeboden door
Telenet