|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 26 OKTOBER 2009 | | Besluit van de secretaris-generaal houdende bekendmaking van de verboden lijst |
| De secretaris-Generaal van het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Gelet op het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening, inzonderheid artikel 4, 6°, gewijzigd bij decreet van 21 november 2008; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening, inzonderheid op artikel 37, gewijzigd bij besluit van 19 december 2008; Gelet op het besluit van de secretaris-generaal van 21 november 2008 houdende bekendmaking van de verboden lijst, als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening; Gelet op het advies van de Coördinatieraad inzake medisch verantwoorde sportbeoefening, gegeven op 20 oktober 2009, Besluit : Artikel 1. § 1. Alle verboden stoffen moeten als "specifieke stoffen" worden aanzien behalve de stoffen vermeld in § 2, 1°, 2° a),b),c),d) en e), 4° d) en § 3, 1°, a en de verboden methoden vermeld in § 2, 6°. De vanaf 1 januari 2010 toepasselijke verboden lijst, als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening, is vervat in de volgende paragrafen. § 2. De volgende stoffen en methoden zijn verboden op elk ogenblik (binnen en buiten wedstrijdverband) : 1° anabole middelen : a) exogene anabole androgene steroïden (AAS), met inbegrip van : 1) 1-androsteendiol (5<formule>;-androst-1-een-3<formule>17<formule>diol); 2) 1-androsteendion (5<formule>;-androst-1-een-3,17-dion); 3) bolandiol (19-norandrosteendiol); 4) bolasteron; 5) boldenon; 6) boldion (androsta-1,4-dieen-3,17-dion); 7) calusteron; 8) clostebol; 9) danazol (1<formule>-ethynyl-17<formule>hydroxyandrost-4-eno [2,3-d]isoxazol); 10) dehydrochloormethyltestosteron (4-chloor-17<formule>hydroxy-1<formule>-methylandrosta-1,4-dieen-3-on); 11) desoxymethyltestosteron (1<formule>-methyl-5<formule>-androst-2-en-17<formule>ol); 12) drostanolon; 13) ethylestrenol (19-nor-1<formule>-pregn-4-en-17-ol); 14) fluoxymesteron; 15) formebolon; 16) furazabol (17<formule>hydroxy-1<formule>-methyl-5<formule>-androstano [2,3-c]-furazan); 17) gestrinon; 18) 4-hydroxytestosteron (4,17<formule>dihydroxyandrost-4-en-3-on); 19) mestanolon; 20) mesterolon; 21) metenolon; 22) methandiënon (17<formule>hydroxy-1<formule>-methylandrosta-1,4-dieen-3-on); 23) methandriol; 24) methasteron (2<formule>,1<formule>-dimethyl-5<formule>-androstaan-3-on-17<formule>ol); 25) methyldiënolon (17<formule>hydroxy-1<formule>-methylestra-4,9-dieen-3-on); 26) methyl-1-testosteron (17<formule>hydroxy-1<formule>-methyl-5<formule>-androst-1-en-3-on); 27) methylnortestosteron (17<formule>hydroxy-1<formule>-methylestr-4-en-3-on); 28) methyltestosteron; 29) metribolon (methyltriënolon,(17<formule>hydroxy-1<formule>;-methylestra-4,9,11-trieen-3-on); 30) miboleron; 31) nandrolon; 32) 19-norandrosteendion (estr-4-een-3,17-dion); 33) norboleton; 34) norclostebol; 35) norethandrolon; 36) oxabolon; 37) oxandrolon; 38) oxymesteron; 39) oxymetholon; 40) prostanozol (17<formule>hydroxy-5<formule>-androstano [3,2-c] pyrazol); 41) quinbolon; 42) stanozolol; 43) stenbolon; 44) 1-testosteron (17<formule>hydroxy-5<formule>-androst-1-en-3-on); 45) tetrahydrogestrinon (18a-homo-pregna-4,9,11-trieen-17<formule>ol-3-on); 46) trenbolon; 47) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of een vergelijkbare biologische werking; b) endogene AAS wanneer exogeen toegediend : 1) androsteendiol (androst-5-een-3<formule>17<formule>diol); 2) androsteendion (androst-4-een-3,17-dion); 3) dihydrotestosteron (17<formule>hydroxy-5<formule>-androstaan-3-on); 4) prasteron (dehydro-epiandrosteron, DHEA); 5) testosteron; en de volgende metabolieten en isomeren : 6) 5<formule>-androstaan-3<formule>,1<formule>-diol; 7) 5<formule>-androstaan-3<formule>,17<formule>diol; 8) 5<formule>-androstaan-3<formule>1<formule>-diol; 9) 5<formule>-androstaan-3<formule>17<formule>diol; 10) androst-4-een-3<formule>,1<formule>-diol; 11) androst-4-een-3<formule>,17<formule>diol; 12) androst-4-een-3<formule>1<formule>-diol; 13) androst-5-een-3<formule>,17&-945;-diol; 14) androst-5-een-3<formule>,17<formule>diol; 15) androst-5-een-3<formule>1<formule>-diol; 16) 4-androsteendiol (androst-4-een-3<formule>17<formule>diol); 17) 5-androsteendion (androst-5-een-3,17-dion); 18) epi-dihydrotestosteron; 19) epitestosteron; 20) 3<formule>-hydroxy-5<formule>-androstaan-17-on; 21) 3<formule>hydroxy-5<formule>-androstaan-17-on; 22) 19-norandrosteron; 23) 19-noretiocholanolon. c) andere anabole middelen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) clenbuterol; 2) selectieve androgene receptormodulatoren (SARM's); 3) tibolon; 4) zeranol; 5) zilpaterol. 2° hormonen en aanverwante stoffen : de volgende stoffen en hun releasing factoren : a) erytropoëse-stimulerende agentia (bv. erytropoëtine (EPO), darbepoëtine (dEPO), methoxy polyethyleen glycol-epoetine epoëtine beta (CERA), hematide); b) choriongonadotrofine (CG) en luteïniserend hormoon (LH), enkel bij mannelijke sporters; c) insulines; d) corticotrope hormonen; e) groeihormoon (GH); insulineachtige groeifactoren (IGF-1); mechanogroeifactoren (MGF's); plaatjes afgeleide groeifactor (PDGF); fibroblastgroeifactoren (FGFs); vasculair-endotheliale groeifactor (VEGF) en hepatocyt groeifactor (HGF) alsook eender welke groeifactor die een invloed heeft op de eiwitsynthese of eiwitafbraak in de spier, pees of het ligament, de vascularisatie, het energiegebruik, de regeneratiecapaciteit of het veranderen van vezeltype; f) plaatjes afgeleide preparaten (bv. plaatjesrijk plasma, "blood spinning") toegediend via intramusculaire weg. Toediening via andere weg vereist een gebruiksverklaring in overeenstemming met de internationale standaard voor toestemming wegens therapeutische noodzaak; g) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of een vergelijkbare biologische werking. 3° bèta 2-agonisten : Alle bèta 2-agonisten, met inbegrip van beide optische isomeren waar relevant, zijn verboden, behalve salbutamol (maximaal 1600 microgram over 24 uur) en salmeterol via inhalatie, die een gebruiksverklaring vereisen in overeenstemming met de internationale standaard voor toestemming wegens therapeutische noodzaak. De aanwezigheid van meer dan 1000 ng/ml salbutamol in de urine wordt aanzien als een niet bedoeld therapeutisch gebruik van de stof en zal als een afwijkend analyseresultaat worden beschouwd, tenzij de sporter aan de hand van een gecontroleerde farmacokinetische studie kan bewijzen dat het abnormale resultaat het gevolg is van het gebruik van een therapeutische dosis (maximaal 1600 microgram over 24 uur) van salbutamol via inhalatie. 4° hormoonantagonisten en modulatoren : a) aromatase-inhibitoren, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) aminoglutethimide; 2) anastrozol; 3) androsta-1,4,6-trieen-3,17-dion (androstatrieendion); 4) 4-androsteen-3,6,17 trion (6-oxo); 5) exemestaan; 6) formestaan; 7) letrozol; 8) testolacton; b) selectieve oestrogeenreceptormodulatoren (SERM's), met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) raloxifen; 2) tamoxifen; 3) toremifen; c) andere anti-oestrogene stoffen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : 1) clomifeen; 2) cyclofenil; 3) fulvestrant; d) agentia die een of meer myostatinefuncties veranderen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot : myostatine-inhibitoren; 5° diuretica en andere maskerende middelen : a) maskerende middelen : 1) diuretica; 2) probenecid; 3) middelen die het plasmavolume vergroten (bijvoorbeeld glycerol, intraveneuze toediening van albumine, dextraan, hydroxy-ethylzetmeel en mannitol); 4) andere stoffen met vergelijkbare biologische effecten; b) diuretica : 1) acetazolamide; 2) amiloride; 3) bumetanide; 4) canrenon; 5) chloortalidon; 6) etacrynezuur; 7) furosemide; 8) indapamide; 9) metolazon; 10) spironolacton; 11) thiaziden (bijvoorbeeld bendroflumethiazide, chloorthiazide, hydrochloorthiazide); 12) triamtereen; 13) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of vergelijkbare biologische werking (behalve voor drosperinon, pamabrom en topisch dorzolamide en brinzolamide, welke niet verboden zijn). Als de urine van de sporter naast één of meerdere van bovengenaamde stoffen, één of meer verboden stoffen op of onder de grenswaarde bevat, is een toestemming wegens therapeutische noodzaak voor diuretica en maskeermiddelen niet geldig. 6° de volgende methoden : a) verbetering van het zuurstoftransport : 1) bloeddoping, met inbegrip van het gebruik van autoloog, homoloog of heteroloog bloed, of rodebloedcelproducten van welke oorsprong ook; 2) kunstmatige verhoging van de opname, het transport of de afgifte van zuurstof, met inbegrip van, maar niet beperkt tot perfluorchemicaliën, efaproxiral (RSR13) en gemodificeerde hemoglobineproducten (bijvoorbeeld bloedvervangers, gebaseerd op hemoglobine, hemoglobineproducten in microcapsules) en met uitsluiting van zuurstoftoediening; b) chemische en fysieke manipulatie : 1) fraude of poging tot fraude om de validiteit en integriteit te beïnvloeden van de monsters die afgenomen worden tijdens een dopingcontrole. Daaronder wordt onder meer verstaan : katheterisatie, verwisselen van urine of knoeien met de urine (bv. proteasen); 2) intraveneuze infusen zijn verboden tenzij voor de intraveneuze infusen op een legitieme wijze toegediend tijdens een ziekenhuisopname of klinische onderzoeken;. c) genetische doping : 1) de transfer van cellen of genetische elementen (bv. DNA, RNA); 2) het gebruik van farmacologische of biologische agentia om de expressie van genen te veranderen. Peroxisoomproliferatorgeactiveerde receptor <formule> (PPAR<formule>) agonisten (bv. GW 1516) en PPAR<formule>-AMP-geactiveerde proteïne kinase (AMPK) as agonisten (bv. AICAR) zijn verboden. § 3. De volgende stoffen en methoden zijn verboden binnen wedstrijdverband : 1° alle stimulantia, met inbegrip van, indien van toepassing, de beide optische isomeren, behalve imidazolderivaten voor topisch gebruik en de stimulantia die zijn opgenomen in het monitoringprogramma 2010. Stimulantia zijn : a : niet specifieke stimulantia : 1) adrafinil; 2) amfepramon; 3) amifenazol; 4) amfetamine; 5) amfetaminil; 6) benfluorex; 7) benzfetamine; 8) benzylpiperazine; 9) bromantan; 10) clobenzorex; 11) cocaïne; 12) cropropamide; 13) crotetamide; 14) dimethylamfetamine; 15) etilamfetamine; 16) famprofazon; 17) fencamine; 18) fendimetrazine; 19) fenmetrazine; 20) fenetylline; 21) fenfluramine; 22) fenproporex; 23) fentermine; 24) 4-fenylpiracetam (carfedon); 25) furfenorex; 26) mefenorex; 27) mefentermine; 28) mesocarb; 29) metamfetamine (D-); 30) methyleendioxyamfetamine; 31) methyleendioxymetamfetamine; 32) p-methylamfetamine; 33) methylhexaanamine (dimethylpentylamine); 34) modafinil; 35) norfenfluramine; 36) prenylamine 37) prolintaan. Een stimulans dat niet expliciet in deze lijst voorkomt, is een specifieke stof. b : specifieke stimulantia (voorbeelden) : 38) adrenaline; 39) cathine, de concentratie in de urine mag niet hoger zijn dan 5 microgram per milliliter; 40) efedrine, de concentratie in de urine mag niet hoger zijn dan 10 microgram per milliliter; 41) etamivan; 42) etilefrine; 43) fenbutrazaat; 44) fencamfamine; 45) fenpromethamine; 46) heptaminol; 47) isomethepteen; 48) levmethamfetamine; 49) meclofenoxaat; 50) methylefedrine, de concentratie in de urine mag niet hoger zijn dan 10 microgram per milliliter; 51) methylfenidaat; 52) nikethamide; 53) norfenefrine; 54) octopamine; 55) oxilofrine; 56) parahydroxyamfetamine; 57) pemoline; 58) pentetrazol; 59) propylhexedrine; 60) pseudoefedrine, de concentratie in de urine mag niet hoger zijn dan 150 microgram per milliliter; 61) selegiline; 62) sibutramine; 63) strychnine; 64) tuaminoheptaan; 65) andere stoffen met een vergelijkbare scheikundige structuur of een vergelijkbaar biologisch effect. Stoffen die zijn opgenomen in het WADA-monitoringprogramma 2010 (bupropion, cafeïne, fenylefrine, fenylpropanolamine, pipradol, synefrine) worden niet als verboden stoffen beschouwd. Adrenaline, in combinatie met lokale anesthetica of voor lokaal gebruik (bijvoorbeeld nasaal of oftalmologisch), is niet verboden. 2° narcotica : a) buprenorfine; b) dextromoramide; c) diamorfine (heroïne); d) fentanyl en zijn derivaten; e) hydromorfon; f) methadon; g) morfine; h) oxycodon; i) oxymorfon; j) pentazocine; k) pethidine; 3° cannabinoïden : a) natuurlijke of synthetische delta9-tetrahydrocannabinol (THC) en THC-achtige cannabinoïden (bijvoorbeeld hasjiesj, marihuana, HU-210); 4° glucocorticosteroïden. Alle glucocorticosteroïden zijn verboden als ze via orale, intraveneuze, intramusculaire of rectale weg worden toegediend. In overeenstemming met de internationale standaard voor toestemming wegens therapeutische noodzaak, moet door de sporter een gebruiksverklaring worden ingevuld voor glucocorticosteroïden toegediend via intra-articulaire, periarticulaire, peritendineuze, epidurale, intradermale en inhalatoire weg, behalve voor wat hieronder volgt. Topische preparaten zijn, als ze gebruikt worden voor aandoeningen van oor, mond, huid (ook via iontoforese of fonoforese), tandvlees, neus, oog of perianaal, niet verboden en vereisen noch een toestemming wegens therapeutische noodzaak noch een gebruiksverklaring. § 4. De volgende stoffen zijn verboden bij bepaalde sporten : 1° alcohol. Alcohol (ethanol) is alleen binnen wedstrijdverband verboden in de onderstaande sporten. De opsporing zal worden verricht door ademanalyse en/of bloedcontrole. De geldende grenswaarde (bloedwaarden) voor een dopingovertreding is 0,10 g/l. a) autosport (FIA); b) boogschieten (FITA); c) bowling (negen- en tien pins) (FIQ); d) karate (WKF); e) moderne vijfkamp (UIPM)(alleen bij schietonderdelen); f) motorsport (FIM); g) powerboatracen (UIM); h) vliegsport (FAI); 2° bètablokkers, alleen verboden binnen wedstrijdverband, behalve als het anders vermeld wordt : a) autosport (FIA); b) biljarten en snooker (WCBS); c) bobsleeën (FIBT); d) boogschieten (FITA), ook verboden buiten wedstrijdverband; e) bowling (negen- en tien pins) (FIQ); f) bridge (FMB); g) curling (WCF); h) golf (IGF); i) gymnastiek (FIG); j) jeu de boules (CMSB); k) moderne vijfkamp (UIPM), alleen bij schietonderdelen; l) motorsport (FIM); n) powerboatracen (UIM); m) skiën of snowboarden (FIS) voor het schansspringen, het skiën vrije stijl of halfpipe skiën en het halfpipe of big air snowboarden; o) schieten (ISSF, IPC), ook verboden buiten wedstrijdverband; p) vliegsport (FAI); q) worstelen (FILA); r) zeilen (ISAF), enkel voor stuurmannen in het matchracen. Bètablokkers omvatten, maar zijn niet beperkt tot : 1) acebutolol; 2) alprenolol; 3) atenolol; 4) betaxolol; 5) bisoprolol; 6) bunolol; 7) carteolol; 8) carvedilol; 9) celiprolol; 10) esmolol; 11) labetalol; 12) levobunolol; 13) metipranolol; 14) metoprolol; 15) nadolol; 16) oxprenolol; 17) pindolol; 18) propranolol; 19) sotalol; 20) timolol. Art. 2. Het besluit van de secretaris-generaal van 21 november 2008 houdende bekendmaking van de verboden lijst, als vermeld in artikel 37 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening wordt opgeheven. Art. 3. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010. Brussel, 26 oktober 2009. De secretaris-generaal van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media, Mevr. Ch. CLAUS
begin (#top) Publicatie : 2009-11-05
|
|
|