|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 26 MAART 2010 | | Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 december 2009 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee |
| De Vlaamse minister voor Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, Gelet op de wet van 12 april 1957 waarbij de koning wordt gemachtigd maatregelen voor te schrijven ter bescherming van de biologische hulpbronnen van de zee, gewijzigd bij de wetten van 23 februari 1971, 18 juli 1973, 22 april 1999 en 3 mei 1999 en bij het decreet van 19 december 2008; Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, gewijzigd bij de wetten van 11 april 1983, 29 december 1990, 5 februari 1999, 22 april 1999 en 1 maart 2007 en bij het decreet van 19 december 2008; Gelet op de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, inzonderheid op artikel 30, § 2; Gelet op het koninklijk besluit van 17 februari 2005 tot uitvoering van de bepalingen van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, inzonderheid op artikel 19; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2009 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, zoals laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2009; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden, inzonderheid op artikel 18; Gelet op het ministerieel besluit van 21 december 2009 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee, zoals gewijzigd bij ministerieel besluit van 4 maart 2010; Gelet op Verordening (EU) nr. 53/2010 van de Raad van 14 januari 2010 tot vaststelling voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften, inzonderheid op het aanhangsel bij bijlage I; Gelet op Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat een betere spreiding van de aanvoer van wijting VII excl. VIIa bewerkstelligd kan worden door het uitvoeren van maximale vangsten per zeereis, gerekend per vaartdag aanwezigheid in het gebied in kwestie; Besluit : Artikel 1. Aan artikel 28 van ministerieel besluit van 21 december 2009 houdende tijdelijke aanvullende maatregelen tot het behoud van de visbestanden in zee worden de volgende §§ 11 en 12 toegevoegd : « § 11. In de periode van 10 maart 2010 tot en met 31 december 2010 is het in de i.c.e.s.-gebieden VII behalve VIIa voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van 221 kW of minder, verboden bij de wijtingvangsten per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 50 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis in de desbetreffende i.c.e.s.-gebieden. § 12. In de periode van 10 maart 2010 tot en met 31 december 2010 is het in de i.c.e.s.-gebieden VII behalve VIIa voor een vissersvaartuig met een motorvermogen van meer dan 221 kW, verboden bij de wijtingvangsten per zeereis een hoeveelheid te overschrijden die gelijk is aan 100 kg, vermenigvuldigd met het aantal vaartdagen gerealiseerd tijdens die zeereis in de desbetreffende i.c.e.s.-gebieden. » Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 12 maart 2010 en houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2011. Brussel, 26 maart 2010. De Vlaamse minister voor Economie, Buitenlands beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, K. PEETERS
begin (#top) Publicatie : 2010-04-01
|
|
|