|  |  |  |  | | VLAAMSE OVERHEID |  |  | | 18 MEI 2010 | | Ministerieel besluit houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake onderwijs aan ambtenaren van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming |
| De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Gelet op het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen, artikel 22; Gelet op het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003, de artikelen 3 en 4; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de Vlaamse ministeries, de artikelen 17 en 18; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid, artikel 18; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, artikel 22, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 en 24 april 2009; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap voor Onderwijsdiensten" gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 en 23 november 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Hoger Onderwijs Volwassenenonderwijs en Studietoelagen", gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2007; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming"; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2009 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, artikel 14; Gelet op het ministerieel besluit van 1 april 2006 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake onderwijs aan ambtenaren van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 5 juli 2006, 2 april 2007, 13 juli 2008, 6 augustus 2009 en 22 oktober 2009; Overwegende dat voor een efficiënte, klantvriendelijke en slagvaardige vervulling van de taken, de delegatie van beslissingsbevoegdheden op operationeel vlak aan het hoofd van het departement en de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen onontbeerlijk is; Overwegende dat de gedelegeerde beslissingen steeds genomen moeten worden binnen de perken en met inachtname van de voorwaarden en modaliteiten zoals vastgelegd in de desbetreffende reglementering die door het beleidsbepalend niveau is uitgevaardigd; Overwegende dat de delegatie van beslissingsbevoegdheden gepaard moet gaan met een adequate interne controle en het afleggen van verantwoording over het gebruik van de delegatie door het hoofd van het departement en de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen; Overwegende dat de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan het hoofd van het departement en van de intern verzelfstandigde agentschappen het principe van de responsabilisering met verantwoordingsplicht van de administratie concretiseert en zodoende een verdere optimalisering van haar werking beoogt te bewerkstelligen; Overwegende dat deze delegatie van beslissingsbevoegdheden de minister in staat stelt zich vooral toe te spitsen op de beslissingen van beleidsbepalende aard en aansturing en opvolging op hoofdlijnen van het departement en de agentschappen, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de volgende entiteiten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming : - departement Onderwijs en Vorming; - agentschap "Agentschap voor Onderwijsdiensten"; - agentschap "Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen"; - agentschap "Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming". Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de minister : het lid van de Vlaamse Regering dat bevoegd is voor het onderwijs; 2° het hoofd van het departement : het personeelslid dat belast is met de leiding van het departement; 3° het hoofd van het intern verzelfstandigd agentschap : het personeelslid dat door de Vlaamse Regering belast is met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap. Art. 3. De bij dit besluit verleende delegaties worden ook verleend aan het personeelslid dat met de waarneming van het ambt van de titularis is belast of dat hem vervangt bij tijdelijke afwezigheid of verhindering. In geval van tijdelijke afwezigheid of verhindering plaatst de betrokken ambtenaar, boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening en onverminderd de bepaling van artikel 5, § 2, de formule "voor de (graad van de titularis), afwezig". HOOFDSTUK 2. - Specifieke delegaties Art. 4. § 1. Het hoofd van het departement is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot : 1° de ondertekening in naam van de minister van de overeenkomsten en de addenda bij die overeenkomsten die in uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1994 betreffende de projecten van het Onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek afgesloten worden met de opdrachthouders; 2° de ondertekening van de voorstellen van de promotoren tot verlenging van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek voor zover die geen financiële consequenties met zich meebrengen; 3° het antwoord op verzoeken om een wetenschappelijke paper over de methodologische aspecten inzake het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek; 4° de verandering van uitgavencategorie en de vervanging van personeel tijdens het laatste jaar zoals bedoeld in de artikelen 3.4 en 4.4 van de overeenkomst als bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 1994 tot regeling van de procedure voor de projecten van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek; 5° de vrijgave tot publicatie van de resultaten van het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek als de minister twee maanden na overhandiging van het definitieve eindrapport met advies geen ontvangstmelding stuurt; 6° de ondertekening van addenda bij door de minister ondertekende overeenkomsten voor onderzoeks- en studieopdrachten in het kader van de beleidsvoorbereiding voor zover die geen verandering van het voorwerp inhouden, noch financiële consequenties met zich meebrengen; 7° het antwoord op verzoeken om een wetenschappelijke paper over methodologische aspecten inzake onderzoeks- en studieopdrachten in het kader van de beleidsvoorbereiding; 8° de vrijgave tot publicatie van de resultaten van onderzoeks- en studieopdrachten in het kader van de beleidsvoorbereiding als de minister twee maanden na overhandiging van het eindrapport met advies geen ontvangstmelding stuurt; 9° de afwijkingen aan de voorwaarden om te kunnen genieten van collectief of individueel vervoer, zoals bepaald in artikel 4 van het koninklijk besluit van 7 februari 1974 betreffende de wijze waarop de reiskosten van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs ten laste genomen worden door de Staat; 10° de toelating om gebruik te maken van het individueel vervoer, zoals bepaald in artikel 11 van het koninklijk besluit van 7 februari 1974 betreffende de wijze waarop de reiskosten van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs ten laste genomen worden van de Staat; 11° de toelating om gebruik te maken van een ander individueel vervoermiddel, zoals bepaald in artikel 14 van het koninklijk besluit van 7 februari 1974 betreffende de wijze waarop de reiskosten van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs ten laste genomen worden van de Staat; 12° de vaststelling en de toekenning van de toelagen voor de busbegeleiders zoals bedoeld in artikel 55 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen; 13° de vaststelling en de toekenning van de onkosten voor het individueel vervoer zoals bedoeld in artikel 15 van het koninklijk besluit van 7 februari 1974 betreffende de wijze waarop de reisonkosten van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs ten laste genomen worden door de Staat; 14° de vaststelling en de toekenning van de onkosten voor het individueel vervoer zoals bedoeld in artikel 25 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 15° de vaststelling en de toekenning van de onkosten voor het individueel vervoer zoals bedoeld in artikel 4 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving; 16° de vaststelling van de personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten, zoals bedoeld in artikel 16 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; 17° de vaststelling en de toekenning van de werkingstoelagen aan de pedagogische begeleidingsdiensten, zoals bedoeld in artikel 18 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; 18° de vaststelling en de toekenning van de werkingstoelagen aan de erkende instanties en de erkende vereniging, zoals bedoeld in artikel 27 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken; 19° de vaststelling en de toekenning van de nascholingskredieten zoals bedoeld in de artikelen 50 en 51 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de lerarenopleiding en de nascholing; 20° de vaststelling en de toekenning van de subsidies aan de door de Vlaamse Regering gesubsidieerde ouderkoepelverenigingen zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet van 20 juni 1996 betreffende de subsidiëring van ouderkoepelverenigingen; 21° de aanduiding van een school die dient als examencommissie, zoals bedoeld in artikel 56 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 22° de vaststelling en de toekenning van de werkingsuitkering aan de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie met toepassing van het decreet van 2 april 2004 houdende goedkeuring van het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse onderwijs, ondertekend te Den Haag op 3 september 2003; 23° de aanwijzing van de ambtenaar, die fungeert als secretaris van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, zoals geregeld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 juni 2004 houdende benoeming van de leden van de raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen bevoegd voor het hoger onderwijs. § 2. Het hoofd van het Agentschap voor Onderwijsdiensten is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot : 1° de erkenning van scholen na een positief inspectieverslag zoals bedoeld in de artikelen 62 en 63 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 2° de opname in de financierings- of subsidiëringsregeling van structuuronderdelen met toepassing van artikel 68 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 3° de opname in de financiering of in de toelageregeling van structuuronderdelen met toepassing van de artikelen 6, 24 en 24bis van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving; 4° de financiering of subsidiëring van het ambt van directeur zoals bepaald in artikel 127 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 5° de vaststelling en de toekenning van lestijden volgens de schalen zoals bepaald in artikel 132 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 6° de vaststelling en de toekenning van aanvullende lestijden zoals bepaald in de artikelen 138 en 139 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 7° de vaststelling en de toekenning van bijkomende lestijden aan de gefusioneerde school bij een vrijwillige fusie, zoals bedoeld in artikel 146 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 8° de vaststelling en de toekenning van het urenpakket voor het ambt van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs, zoals bepaald in artikel 146bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 9° de vaststelling en de toekenning van uren paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel volgens de richtgetallen in het buitengewoon basisonderwijs, zoals bepaald in de artikelen 148 en 149 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 10° de vaststelling en de toekenning van de puntenenveloppe voor administratieve ondersteuning zoals bedoeld in artikel 153quinquies, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 11° de vaststelling en de toekenning van de puntenenveloppe voor ICT-coördinatie zoals bedoeld in artikel 153quinquies, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 12° de vaststelling en de toekenning van vervangingseenheden voor korte afwezigheden zoals bedoeld in artikel 153undecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de vervangingen van korte afwezigheden; 13° de toekenning van lestijden of uren voor projecten buitengewone onderwijsontwikkelingen, zoals bedoeld in artikel 172bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 14° de vaststelling en de toekenning van de puntenenveloppe ter ondersteuning van de werking van de scholengemeenschappen basisonderwijs, met toepassing van artikel 125duodecies, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs; 15° de vaststelling en de toekenning van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid, met toepassing van artikel 125duodecies, 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en van het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 betreffende de puntenenveloppen voor de scholengemeenschappen basisonderwijs; 16° de vaststelling en de toekenning van de puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid in het gewoon gefinancierd of gesubsidieerd kleuter-, lager- of basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 194quater van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 17° de vaststelling en de toekenning van het ambt van directeur in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs zoals bepaald in titel IX van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; 18° de vaststelling en de toekenning van het pakket uren-leraar in het voltijds secundair onderwijs zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket uren-leraar in het voltijds secundair onderwijs en in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 betreffende de oprichting en instandhouding van betrekkingen in het ambt van leraar secundair onderwijs, belast met het geven van praktische vakken, die voor de verzorging en het onderhoud van de teelten en de veestapel in het voltijds gewoon secundair onderwijs worden ingezet; 19° de vastlegging en de toekenning van de globale puntenenveloppe in het secundair onderwijs zoals bepaald in titel XI van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; 20° de vaststelling en de toekenning van een forfaitaire puntenenveloppe aan de Raad voor het Gemeenschapsonderwijs zoals bepaald in titel XIbis van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; 21° de vaststelling en de toekenning van een forfaitaire puntenenveloppe aan instellingen die binnen het studiegebied Maritieme opleidingen de optie Rijn- en Binnenvaart organiseren zoals bepaald in titel XIter van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; 22° de vaststelling en de toekenning van een betrekking van topsportschoolcoördinator aan de topsportscholen zoals bepaald in titel XIquater van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; 23° de vastlegging en de toekenning van de middelen geïntegreerd ondersteuningsaanbod zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2002 betreffende het geïntegreerd ondersteuningsaanbod in het gewoon voltijds secundair onderwijs; 24° de vaststelling en de toekenning van een specifiek pakket uren-leraar onthaalonderwijs zoals bepaald in artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs; 25° de vaststelling en de toekenning van de middelen voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs zoals bepaald in de artikelen 86 tot en met 92 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse gemeenschap; 26° de vaststelling en de toekenning van het lesurenpakket in het buitengewoon secundair onderwijs zoals bepaald in het koninklijk besluit nr 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen van het buitengewoon onderwijs; 27° de vaststelling en de toekenning van het urenpakket paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel in de secundaire scholen voor buitengewoon onderwijs zoals bepaald in het koninklijk besluit nr. 67 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel worden bepaald in het buitengewoon secundair onderwijs; 28° de vaststelling en de toekenning van GON-eenheden zoals bepaald in hoofdstuk IIbis van de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs; 29° de vaststelling en de toekenning van de omkadering voor de studierichting beeldende kunst zoals bedoeld in de artikelen 28 tot en met 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting beeldende kunst; 30° de vaststelling en de toekenning van de omkadering voor de studierichtingen muziek, woordkunst en dans zoals bedoeld in de artikelen 41 tot en met 43 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen muziek, woordkunst en dans; 31° de vaststelling en de toekenning van lesuren in het kader van onderwijs aan huis zoals bepaald in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2007 betreffende het onderwijs aan huis voor zieke kinderen en jongeren; 32° de toekenning van bijkomende lestijden of bijkomende uren voor het onderwijzend, paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel zoals bepaald in artikel 155 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982 tot vaststelling van de wijze waarop voor de Rijksinstituten voor buitengewoon onderwijs en de tehuizen van het Rijk de ambten worden bepaald van het paramedisch personeel en van het personeel toegekend in het kader van het internaat, artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in de inrichtingen van het buitengewoon onderwijs en artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 67 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel worden bepaald in het buitengewoon secundair onderwijs, na positief advies van en in overleg met de verschillende onderwijsnetten en de minister of zijn vertegenwoordiger; 33° de vaststelling en de toekenning van aanvullende lestijden of lesuren onderwijzend personeel, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs; 34° de vaststelling en de toekenning van het paramedisch personeel en van het personeel in het kader van een internaat of tehuis zoals bepaald in het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982 tot vaststelling van de wijze waarop voor de Rijksinstituten voor buitengewoon onderwijs en de tehuizen van het Rijk de ambten worden bepaald van het paramedisch personeel en van het personeel toegekend in het kader van het internaat; 35° de vaststelling en de toekenning van het werkingsbudget met toepassing van : - de artikelen 76 tot en met 87 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; - de artikelen 2 tot en met 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 houdende de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs; 36° de vaststelling en de toekenning van werkingstoelagen met toepassing van : - het artikel 32 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving; - titel I van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II; - hoofdstuk III van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft; - het besluit van de Vlaamse Regering van 27 maart 1991 tot vaststelling van het puntengewicht per leerling, student of interne, bedoeld in artikel 3, § 2, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs II; 37° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor anderstalige nieuwkomers met toepassing van artikel 67, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 1998 betreffende de toelage voor anderstalige nieuwkomers in het basisonderwijs; 38° de toekenning van de vergoeding aan schoolbesturen van scholen die fungeren als examencommissie met toepassing van artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 1998 betreffende de regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het vastleggen van de vorm ervan; 39° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor geïntegreerd onderwijs zoals bepaald in artikel 11 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 40° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor geïntegreerd onderwijs zoals bepaald in artikel 19 van het decreet van 4 juli 2008 betreffende de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 wat de werkingsbudgetten betreft; 41° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor bedrijfstage zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende personeelsleden in het secundair onderwijs die op bedrijfsstage gaan; 42° de vaststelling en de toekenning van de toelage zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs; 43° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor vervoerskosten betreffende het tijdelijk en permanent onderwijs aan huis zoals bepaald in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2007 betreffende het onderwijs aan huis voor zieke kinderen en jongeren; 44° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor ICT-coördinatie zoals bedoeld in de artikelen X.52 tot met X.55 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende onderwijs XIV en in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 betreffende de ICT-coördinatie in het onderwijs; 45° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor nascholing met toepassing van de artikelen 8 tot en met 11 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; 46° de vaststelling en de toekenning van de toelage voor mentorschap in toepassing van het decreet van 16 april 1996 betreffende het mentorschap in Vlaanderen; 47° de vaststelling en de toekenning van een toelage voor leerplichtige kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben met toepassing van artikel 27quater van het decreet basisonderwijs van 23 februari 1997; 48° de vaststelling en de toekenning van middelen zoals bedoeld in hoofdstuk VIII van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I en in het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende tijdelijke projecten inzake kunstinitiatie voor kansarme en/of allochtone minderjarigen; 49° de vaststelling en de toekenning van reis- en verblijfkosten zoals bedoeld in artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 1997 over de bevoegdheid, de samenstelling en de werking van de commissies van advies voor het buitengewoon onderwijs; 50° de toekenning van de vergoeding aan de voorzitters van de lokale overlegplatforms zoals bepaald in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2002 betreffende de lokale overlegplatforms inzake gelijke onderwijskansen; 51° de toekenning van de vergoeding aan de voorzitter en de vaststelling en de toekenning van de reis- en verblijfskosten aan de andere leden zoals bepaald in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 september 2002 betreffende de Commissie inzake leerlingenrechten; 52° de opname in de financierings- of subsidiëringsregeling van de centra voor leerlingenbegeleiding met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2000 tot vaststelling van de procedure voor opname in de financiering of subsidiëringsregeling van de centra voor leerlingenbegeleiding; 53° de vaststelling en de toekenning van de werkingsbudgetten van de centra voor leerlingenbegeleiding en de permanente ondersteuningscellen met toepassing van artikel 53 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding; 54° de vaststelling van de omkadering van de centra voor leerlingenbegeleiding met toepassing van de artikelen 67 tot en met 71 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding; 55° de vaststelling en de toekenning van de subsidie aan de centra voor deeltijdse vorming zoals bepaald in artikel 95 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap; 56° de vaststelling en de toekenning van de subsidie-enveloppe voor K-diensten zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 betreffende de diensten met onderwijsbehoeften; 57° de vaststelling en de toekenning van de bijkomende financiering in toepassing van artikel 9 van het decreet van 18 november 2005 houdende diverse bepalingen inzake onderwijs; 58° de vaststelling en de toekenning van de jaarlijkse werkingsmiddelen voor de Koninklijke Beiaardschool in Mechelen zoals bedoeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2004 houdende de organisatie en de financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen; 59° de afwijkingen op de verplichting om gevestigd te zijn in eenzelfde complex van gebouwen of in elk geval in eenzelfde of aangrenzende gemeente of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad zoals bepaald in artikel 62 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 60° de toelating om leerlingen wegens uitzonderlijke redenen tijdelijk onder te brengen in gebouwen in gemeenten waar de instelling geen vestigingsplaatsen of filialen heeft, zoals bepaald in artikel 93, § 4, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende onderwijs II; 61° de toelating om leerlingen tijdelijk buiten de bestaande vestigingsplaatsen onder te brengen wegens uitzonderlijke redenen van tijdelijke aard, zoals bepaald in artikel 108 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; 62° de afwijkingen op de leeftijdsgrens in het buitengewoon onderwijs, met toepassing van het artikel 4 van de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs; 63° de afwijking op de vastgestelde groepsgrootte voor leerlingen die gegroepeerd worden, zoals bepaald in artikel 10, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting "Beeldende kunst" en artikel 11, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "Muziek", "Woordkunst" en "Dans"; 64° de afwijkingen op de verlof-, de vakantie- en uurregeling, met toepassing van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap; 65° de afwijkingen op de verplichting om de inschrijvingsgelden uiterlijk op 15 oktober over te maken, overeenkomstig artikel 12, § 3, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving; 66° de afwijkingen op de voorwaarden aangaande het statuut van anderstalige nieuwkomer met toepassing van artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 inzake de organisatie van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs; 67° de individuele toetsing van de redenen van afwezigheid die als geldig kunnen worden aanvaard met toepassing van het artikel 3, § 3, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht; 68°de aanstelling van de deskundigen bij de lokale overlegplatforms, zoals bedoeld in afdeling 3 van het besluit van de Vlaamse regering betreffende de lokale overlegplatforms inzake gelijke onderwijskansen; 69° de toekenning van speciale onderwijsleermiddelen zoals bepaald in artikel 91 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in de artikelen 67 en 68 van het decreet van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs VII; 70° de toelating om uren-leraar om te zetten in uren-opsteller a rato van één uur-leraar per twee uren-opsteller, op basis van artikel 57 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 houdende organisatie van het deeltijds kunstonderwijs, studierichting "Beeldende kunst"; 71° de toekenning van verloven wegens opdracht zoals bedoeld in : - artikel 77quater, § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs; - artikel 51quater, § 3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; 72° de toekenning, mits het respecteren van de door de minister gedane toewijzingen, van de verloven zoals bedoeld in : - artikel 77quater, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs; - artikel 51quater, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; - artikel 18 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel; - artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingcomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs; - artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een Gemeenschaps- of Gewestregering, van een lid van de Federale Regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding; - artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen; - artikel 156 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; - artikel 166 van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; - artikel XI.8 van het decreet van 4 juli 2008 betreffende het onderwijs XVIII; 73° de vrijstellingen zoals bedoeld in : - artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs; - artikel 28, § 1, 1° en 2°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving; 74° de tijdelijke afwijking op de vereiste taalbekwaamheid zoals bedoeld in : - artikel 17sexies, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs; - artikel 19sexies, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; 75° de bepaling van de vakpraktijk zoals bedoeld in artikel 1, 4°, van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs; 76° de erkenning van de nuttige ervaring voor de bepaling van het bekwaamheidsbewijs en voor de toepassing van artikel 17, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende de bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs; 77° de verhaalprocedure zoals bedoeld in artikel 9, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling in het gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs; 78° de verhaalprocedure zoals bedoeld in artikel 10, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldiging in het buitengewoon onderwijs; 79° de verhaalprocedure zoals bedoeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars; 80° het verhaal zoals bedoeld in artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs; 81° de beroepsprocedure tegen de aanwerving van een houder van een "ander" bekwaamheidsbewijs, zoals bepaald in artikel 9, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichting "beeldende kunst" en artikel 9, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinstellingen voor deeltijds kunstonderwijs, studierichtingen "muziek, woordkunst en dans"; 82° de wijziging en het voortijdig einde van de loopbaanonderbreking met toepassing van artikel 17, § 1 en § 4, en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 1997 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; 83° de juridische erkenning van arbeidsongevallen en van ongevallen op de weg naar en van het werk voor alle onderwijspersoneel en de toekenning van een schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector; 84° de goedkeuring van staten van verschuldigde sommen betreffende kosten in verband met arbeidsongevallen en beroepsziekten voor alle onderwijspersoneel; 85° de bepaling van het modelformulier voor de mededeling aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten van iedere toelating tot de proeftijd of vaste benoeming aan de hand van een formulier, met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van vaste benoeming aan het departement Onderwijs; 86° de afwijkingen in geval van laattijdige aanvragen van terbeschikkingstelling en de beëindiging van reaffectatie en wedertewerkstelling zoals bedoeld in de artikelen 25, § 3, en 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage; 87° de aanstelling van de effectieve en plaatsvervangende leden en van de secretarissen in de Kamers van Beroep voor het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs, met toepassing van de artikelen 70 en 71 van het decreet rechtspositie van 27 maart 1991 betreffende sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en van de artikelen 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; 88° de afwijkingen op de cumulatiebeperking, namelijk het optrekken van de grens van een derde tot twee derde van de opdracht, enkel voor het verleden, zoals bedoeld in het artikel 4 van het koninklijk besluit van 7 december 1978 ter uitvoering van het artikel 77, § 2, van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 en houdende afwijking van sommige bepalingen van de koninklijke besluiten tot vaststelling van de voorwaarden vereist voor het oprichten van betrekkingen in de rijksinrichtingen voor technisch en kunstonderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; 89° de vaststellingen van hoofdambt en bijbetrekking, enkel voor het verleden, met toepassing van : - het artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 tot regeling van de cumulatie van een activiteit als zelfstandige met een ambt in het onderwijs; - het artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 1993 tot regeling van de cumulatie van een andere bezigheid of een pensioen met uitzondering van het overlevingspensioen, met een ambt in het onderwijs; 90° het verhaal tegen een aanstelling in bijbetrekking, enkel voor het verleden, zoals bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot uitvoering van het artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; 91° de afwijkingen op de cumulatie, enkel voor het verleden, zoals bedoeld in artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan. De uitdrukking enkel voor het verleden kan geen betrekking hebben op de periode waarop artikel 18 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III van toepassing is; 92° het verhaal tegen de toewijzing van een betrekking op grond van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot uitvoering van artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; 93° het verhaal tegen de toewijzing van een betrekking aan een personeelslid dat opnieuw in actieve dienst treedt in uitvoering van artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs; 94° het verhaal tegen de toewijzing van een betrekking aan een personeelslid dat als gepensioneerde in het onderwijs in dienst treedt in uitvoering van artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs; 95° de vaststelling en de toekenning van de vervoerskosten met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juli 1993 betreffende de tegemoetkoming van de werkgevers in de onderwijssector in de vervoerskosten van hun personeelsleden; 96° de vaststelling en de toekenning van de toelagen bedoeld in de artikelen 190, § 3, en 195 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, voor de personeelsleden van de Centra voor Leerlingenbegeleiding die met brugpensioen zijn; 97° de beslissing op basis van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 1997 betreffende de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; 98° de individuele aanvragen tot het bekomen van terugbetalingsfaciliteiten bij terugvorderingen van salaris of salaristoelagen; 99° de aanstelling van de effectieve en plaatsvervangende leden en van de secretarissen van de Kamers voor het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs van het College van Beroep in toepassing van artikel 73septiesdecies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, van artikel 47septiesdecies van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en van de artikelen 3 en 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 betreffende de procedure in beroep na een evaluatie met eindconclusie "onvoldoende" en betreffende de werking van het college van beroep; 100° de aanstelling van de effectieve en plaatsvervangende leden en van de secretaris van de Kamer van Beroep voor het personeel van het gemeenschapsonderwijs in toepassing van de artikelen 72 en 73 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs en van de artikelen 33ter en 33quinquies van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en tucht in het gemeenschapsonderwijs, zoals ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009. § 3. Het hoofd van het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot : 1° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan de hogescholen met toepassing van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap; 2° de vaststelling en de toekenning van de subsidies voor hogere instituten voor schone kunsten en andere instellingen voor schone kunsten met toepassing van artikel 340sexies van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap; 3° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan de universiteiten en sommige instellingen van academisch onderwijs en onderzoek met toepassing van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap; 4° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan de universiteiten voor de financiering van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek met toepassing van : - het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap; - het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 betreffende de financiering van de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap; 5° de vaststelling en de toekenning van de toelage aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel met toepassing van : - het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap; - het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 1993 houdende de voorwaarden tot financiering door de Vlaamse Gemeenschap van de "Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel"; 6° de vaststelling en de toekenning van de toelagen aan sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening met toepassing van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening; 7° de vaststelling en de toekenning van de dotaties aan het Universitair Ziekenhuis Gent met toepassing van : - het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot de begeleiding van de begroting 1992; - het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de Rijksuniversitaire Ziekenhuizen van Luik en Gent; - het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 tot uitvoering van artikel 13, § 1, van het koninklijk besluit nr. 542 van 31 maart 1987 houdende de organisatie, de werking en het beheer van de Rijksuniversitaire Ziekenhuizen van Luik en Gent; - het besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot de exploitatie van het UZ Gent; 8° de vaststelling en de toekenning van de subsidies aan de door de Vlaamse Regering gesubsidieerde studentenkoepelverenigingen zoals bedoeld in artikel 4 van het decreet van 30 maart 1999 houdende de subsidiëring van studenten- en leerlingenkoepelvereningen; 9° de individuele aanvragen tot het bekomen van terugbetalingsfaciliteiten bij terugvorderingen van wedde of weddentoelagen; 10° de bekrachtiging van de leden van het college van beroep inzake tucht zoals bedoeld in artikel 85 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap; 11° de aanstelling en de vergoeding van de mentor en de hernieuwing hiervan met toepassing van artikel 91, § 1 en § 3, van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs; 12° de vrijstellingen zoals bedoeld in : - artikel 17, § 1, 1° en 2°, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs; - artikel 19, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; - artikel 28, § 1, 1° en 2°, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving; - artikel 106, § 1, 1°, a en b, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 13° de toekenning van de vrijstelling van nationaliteit en burgerlijke en politieke rechten voor het personeel van de centra voor basiseducatie zoals bedoeld in artikel 88, § 2, 1°, a en b van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 14° de taalafwijking voor het personeel van de centra voor basiseducatie zoals bedoeld in artikel 128sexies, § 2 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 15° de tijdelijke afwijking op de vereiste taalbekwaamheid van het personeel van de centra voor volwassenenonderwijs zoals bedoeld in : a) artikel 17sexies, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs; b) artikel 19sexies, § 2, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; c) artikel 128sexies, § 2, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 16° de erkenning van de nuttige ervaring voor de bepaling van het bekwaamheidsbewijs en voor de toepassing van artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende de bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs; 17° de afwijking op de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor individuele gevallen in het in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding, op basis van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de prestatie- en bezoldigingsregeling voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs; 18° de wijziging en het voortijdig einde van de loopbaanonderbreking met toepassing van artikel 17, § 1 en § 4, en artikel 19 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 1997 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; 19° de afwijkingen in geval van laattijdige aanvragen van terbeschikkingstelling en de beëindiging van reaffectatie en wedertewerkstelling zoals bedoeld in de artikelen 25, § 3, en 41, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage; 20° het verhaal tegen een aanstelling in bijbetrekking bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 1993 tot uitvoering van het artikel 10, § 6, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan; 21° het verhaal tegen een aanstelling van een personeelslid uit een centrum voor volwassenenonderwijs dat opnieuw in actieve dienst treedt zoals bedoeld in artikel 11, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd; 22° het verhaal tegen een aanstelling van een personeelslid van een centrum voor volwassenenonderwijs dat als gepensioneerde terug in het onderwijs in dienst treedt zoals bedoeld in artikel 14, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende bepaalde aspecten van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde personeelsleden van het onderwijs die opnieuw in actieve dienst treden of prestaties leveren die als overwerk of bijbetrekking worden beschouwd; 23° de beslissing op basis van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 1997 betreffende de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; 24° de vastlegging en de toekenning van de toelage voor ICT-coördinatie aan de centra van het volwassenenonderwijs zoals bedoeld in de artikelen 49 tot en met 55 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende onderwijs XIV en in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 betreffende de ICT-coördinatie in het onderwijs; 25° de afwijking op de vakantieregeling zoals bedoeld in artikel 8septies van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 26° het verhaal zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2001 betreffende de bekwaamheidsbewijzen en de prestatie- en bezoldigingsregeling voor de personeelsleden van de centra voor volwassenenonderwijs en artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het volwassenenonderwijs; 27° de bepaling van de vorm voor de mededeling aan het Agentschap Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen van iedere toelating tot de proeftijd of vaste benoeming in toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 1995 betreffende de mededeling van vaste benoeming aan het departement Onderwijs; 28° de terugbetaling van de BIS-inschrijvingsgelden aan categorieën van cursisten volgens artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het Begeleid Individueel Studeren; 29° de vaststelling en de toekenning van de nascholingskredieten voor de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie zoals bedoeld in artikel 9 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; 30° de toekenning van de subsidie aan de consortia zoals bedoeld in artikel 77 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 31° de toekenning van de werkingstoelage voor de centra voor basiseducatie zoals bedoeld in artikel 89 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 32° de toekenning van de subsidie aan het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het Volwassenenonderwijs, zoals bedoeld in artikel 47 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs; 33° de toekenning van de subsidie voor de VZW Samenwerkingsverband Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten, zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs; 34° de goedkeuring van het maatwerk zoals bedoeld in artikel 30 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de organisatie van het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs; 35° de goedkeuring van de aanvragen gecombineerd onderwijs zoals bedoeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 betreffende de organisatie van het opleidingsaanbod in het volwassenenonderwijs; 36° de toekenning, afwijzing en terugvordering van school- en studietoelagen met toepassing van de wet van 19 juli 1971 betreffende de toekenning van studietoelagen, alsmede van aanvragen tot studiefinanciering in het raam van het decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap; 37° de opvolging van de leningen en de uitbetaling van de rentelasten van de leningen die de VZW "De Gezinsbond" onder waarborg van de Gemeenschap uitgeeft voor haar studiefonds, overeenkomstig de bepalingen opgenomen in het decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; 38° de individuele aanvragen tot het bekomen van een afbetalingsplan of uitstel van betaling van terugvorderingen van school- of studietoelagen. § 4. Het hoofd van het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming is gemachtigd om elke beslissing te nemen met betrekking tot : 1° de gelijkwaardigheden zoals bedoeld in artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 tot vaststelling van de voorwaarden tot en de procedure van het verlenen van de gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften; 2° de erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's van de academische graden zoals bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 1992 houdende vaststelling van de voorwaarden tot en van de procedure van de erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's en studiegetuigschriften met de diploma's van de academische graden met uitzondering van de academische graden van de eerste cyclus; 3° de erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's of studiegetuigschriften, zoals bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 1997 houdende de vaststelling van de voorwaarden voor en de procedure tot individuele erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse diploma's of studiegetuigschriften met de diploma's, uitgereikt door de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap; 4° de opmaak van conformiteitsattesten voor wervingsambten in het onderwijs en sommige functies in de basiseducatie ter uitvoering van de Europese Richtlijn 2005/36, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 betreffende de omzetting van de Europese Richtlijn 2005/36 voor wervingsambten in het onderwijs en voor sommige functies in de basiseducatie; 5° de aanstelling van de voorzitter, de juryleden, de secretaris en adjunct-secretaris van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 houdende de oprichting van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs; 6° de organisatie en de aanduiding van de secretaris van het toelatingsexamen arts-tandarts, zoals geregeld bij artikel 68 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen en het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2001 houdende nadere regels met betrekking tot het toelatingsexamen voor de opleiding arts en tandarts; 7° de aanwijzing van de voorzitter, de leden van de raad van beroep en hun plaatsvervangers, de secretaris en zijn plaatsvervanger, zoals vermeld in artikel 20 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken; 8° de aanwijzing van de voorzitter, de leden van de raad van beroep en hun plaatsvervangers, zoals vermeld in artikel 137 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. HOOFDSTUK 3. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 5. § 1. De hoofden van het departement en van de intern verzelfstandigd agentschappen subdelegeren de hiervoor in aanmerking komende bevoegdheden aan de ambtenaren van hun entiteit tot op het meest functionele niveau. Elke subdelegatie wordt meegedeeld aan het Rekenhof en aan de minister. § 2. Bij gebruik van de in de hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit bedoelde delegaties plaatst de delegatiehouder boven de vermelding van zijn graad en zijn handtekening de formule "Namens de Vlaamse minister, bevoegd voor het beleidsdomein onderwijs en vorming". Art. 6. Over het gebruik van de in de hoofdstukken 2 en 3 bedoelde bevoegdheden wordt jaarlijks gerapporteerd door middel van een activiteitenverslag dat aan de minister wordt meegedeeld, uiterlijk binnen drie maanden nadat het kalenderjaar verstreken is. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen Art. 7. Het ministerieel besluit van 1 april 2006 houdende delegatie van sommige bevoegdheden inzake onderwijs aan ambtenaren van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 5 juli 2006, 2 april 2007, 13 juli 2008, 6 augustus 2009 en 22 oktober 2009, wordt opgeheven. Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 13 juli 2009. Brussel, 18 mei 2010. De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, P. SMET
begin (#top) Publicatie : 2010-06-01
|
|
|