<mrtapril 2011mei>
madiwodovrzazo
    
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
 
Publicatie (pdf) van
woensdag 6 april 2011
Printversie.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG
13 MAART 2011
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 september 2010, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, betreffende de verhoging van de vormingsinspanningen op sectorniveau (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 20 september 2010, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, betreffende de verhoging van de vormingsinspanningen op sectorniveau.
Art. 2. De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 maart 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Subcomité voor de betonindustrie
Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 september 2010
Verhoging van de vormingsinspanningen op sectorniveau
(Overeenkomst geregistreerd op 25 november 2010 onder het nummer 102413/CO/106.02)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeid(st)ers van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de betonindustrie.
Art. 2. Om op vlak van de sector de doelstelling van 1,9 pct. inzake vormingsinspanningen te behalen, mocht dit nog niet het geval zijn, zal het « Sociaal Fonds van de betonindustrie » de nodige acties ondernemen.
Dit door ofwel de opleidingsinspanningen jaarlijks te verhogen met minstens 0,1 pct. van de totale jaarlijkse loonmassa van het geheel van werkgevers die tot de sector behoren ofwel te voorzien in een jaarlijkse relatieve toename van de participatiegraad aan vorming en opleiding met minstens 5 pct.
De actie die het grootst verwachte positieve effect zal hebben wordt hierbij gekozen.
Art. 3. Vanaf 2011 dienen alle bedrijven die minstens 20 werknemers tewerkstellen de gegevens conform de bepalingen sociale balans in te vullen en deze gegevens te bezorgen per 1 april volgend op het kalenderjaar aan het « Sociaal Fonds van de betonindustrie ». Hiervoor zal een webapplicatie ontwikkelt worden onder www.fondsbeton.be
Deze gegevens moeten niet enkel opgesplitst naar de verhouding m/v zoals voorzien in sociale balans, maar ook naar de verhouding arbeiders en bedienden.
Art. 4. Het secretariaat van het « Sociaal Fonds van de betonindustrie » stelt, op basis van de globale sectorgegevens, een jaarlijks rapport op over aan de raad van beheer van het « Sociaal Fonds van de betonindustrie » en legt dit neer bij het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar dat volgt op het betrokken jaar.
Art. 5. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 20 september 2010 en is gesloten voor onbepaalde duur.
Ze kan door één van de ondertekenende partijen opgezegd worden met een opzegtermijn van drie maanden, bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2011.
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET


begin (#top) Publicatie : 2011-04-06