|  |  |  |  | | FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG |  |  | | 28 DECEMBER 2011 | | Koninklijk besluit tot wijziging van het stelsel van loopbaanonderbreking |
| ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, inzonderheid artikel op 103quater, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002 en de wet van 27 december 2006; Gelet op het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen; Gelet op het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra; Gelet op het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden van toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen; Gelet op het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen; Gelet op het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht ter zijde staan; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 december 2011; Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 15 december 2011; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 16 december 2011; Gelet op het protocol 174/1 van 22 december 2011 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de begrotingsnotificatie van 2012 voorziet met ingang van 1 januari 2012 dat de toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor de werknemers wordt beperkt tot een maximum van 60 maanden gedurende de beroepsloopbaan. Om de voorziene besparing van 52 miljoen euro in het kader van loopbaanonderbreking in de openbare en private sector in 2012 te realiseren, moet deze maatregel effectief in werking treden op 1 januari 2012. Ook de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening moet tijdig de nodige aanpassingen kunnen doorvoeren om deze maatregel effectief te laten starten op 1 januari 2012. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening kan pas starten met deze nodige aanpassingen eens ze over de rechtszekerheid beschikt dat deze maatregel effectief zal worden doorgevoerd; Op de voordracht van de Minister van Werk en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. In artikel 5 van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 2. Artikel 8, § 1 van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 augustus 1998, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Het recht op onderbrekingsuitkeringen voor de werknemers bedoeld in artikel 7 wordt beperkt tot maximum 60 maanden gedurende de beroepsloopbaan vóór de leeftijd van 50 jaar. Voor de berekening van de 60 maanden wordt geen rekening gehouden met de vermindering van de arbeidsprestaties gedurende de periodes bedoeld in artikel 7bis. » Art. 3. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra, vervangen bij het koninklijk besluit van 4 juni 1999, worden de woorden "72 maanden" vervangen door de woorden "60 maanden". Art. 4. In artikel 116, § 1, van het koninklijk besluit van 19 november 1998 betreffende de verloven en afwezigheden van toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, vervangen bij het koninklijk belsuit van 10 juni 2002, worden de woorden "tweeënzeventig maanden" vervangen door de woorden "zestig maanden". Art. 5. In artikelen 4 en 6, § 3 van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, worden de woorden "72 maanden" vervangen door de woorden "60 maanden". Art. 6. In artikel 64, § 1 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht ter zijde staan, vervangen bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, worden de woorden "tweeënzeventig maanden" vervangen door de woorden "zestig maanden". Art. 7. In artikel 93 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 14 juli 2004, worden de woorden "tweeënzeventig maanden" vervangen door de woorden "zestig maanden". Art. 8. Dit besluit is van toepassing op alle eerste aanvragen of verlengingsaanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die ingaan na 31 december 2011. In afwijking van het vorige lid, blijven de bepalingen toepasselijk vóór de inwerkingtreding van onderhavig besluit, van toepassing op alle eerste aanvragen of verlengingsaanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die vóór 24 december 2011 werden ontvangen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, voor zover de werkgever vóór 28 november 2011 schriftelijk op de hoogte werd gebracht door de werknemer. Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2012. Art. 10. De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken, de Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Begroting en de Minister bevoegd voor Werk, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 28 december 2011. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister, belast met Ambtenarenzaken S. VANACKERE De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Minister van Begroting, O. CHASTEL De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK De Staatssecretaris voor Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Diensten, H. BOGAERT _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 22 januari 1985, Belgisch Staatsblad van 24 januari 1985. Koninklijk besluit van 2 januari 1991, Belgisch Staatsblad van 12 januari 1991. Koninklijk besluit van 12 augustus 1991, Belgisch Staatsblad van 27 augustus 1991. Koninklijk besluit van 19 november 1998, Belgisch Staatsblad van 28 november 1998. Koninklijk besluit van 7 mei 1999, Belgisch Staatsblad van 29 mei 1999. Koninklijk besluit van 16 maart 2001, Belgisch Staatsblad van 3 april 2001.
begin (#top) Publicatie : 2011-12-30
|
|
|