<mrtapril 2012mei>
madiwodovrzazo
      
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
      
Publicatie (pdf) van
donderdag 26 april 2012
Printversie.
VLAAMSE OVERHEID
30 NOVEMBER 2011
Besluit van de administrateur-generaal houdende vaststelling van het huishoudelijk reglement van de adviescommissie
De administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, gewijzigd bij het decreet van 2 juni 2006 en 21 december 2007, artikel 6, 2° ;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2007, artikel 36;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de intern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid, artikel 10,
Besluit :
Artikel 1. Het huishoudelijk reglement van de adviescommissie, opgericht overeenkomstig artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt goedgekeurd.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2011.
Brussel, 30 november 2011.
De administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
L. BURSENS

Bijlage
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Adviescommissie bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Afdeling 1. - Begrippenkader
Artikel 1. Dit huishoudelijk reglement regelt de werking van de adviescommissie bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht overeenkomstig het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
Art. 2. Indit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder :
1° het agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° de administrateur-generaal : het hoofd van het agentschap;
3° het oprichtingsdecreet van 7 mei 2004 : het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, zoals gewijzigd bij latere decreten;
4° het besluit van 24 juli 1991 : het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de inschrijving bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, zoals gewijzigd bij latere besluiten;
5° de HOC : één van de kamers van de adviescommissie, opgericht overeenkomstig artikel 29 en volgende, van het besluit van 24 juli 1991.
Afdeling 2. - Voorzitterschap en leden van de HOC
Art. 3. De voorzitter, vermeld in artikel 31 van het besluit van 24 juli 1991, zit de HOC voor. Als de voorzitter afwezig is, zit het lid met de meeste anciënniteit of, in geval van gelijke anciënniteit, het lid met de hoogste anciënniteit en de hoogste leeftijd, de HOC voor.
De voorzitter die verhinderd is om een vergadering voor te zitten, meldt dit onmiddellijk aan zijn plaatsvervanger en aan de secretaris van de HOC.
Art. 4. De voorzitter :
1° keurt de door de secretaris, overeenkomstig artikel 8 van dit reglement, opgemaakte planning van de vergaderingen van de HOC goed;
2° opent en sluit de vergadering, leidt de besprekingen, ziet er op toe dat ze waardig verlopen, handhaaft de orde, verleent of ontneemt het woord en waakt over de naleving van dit reglement;
3° bepaalt bij aanvang van elke vergadering of de HOC geldig kan vergaderen;
4° keurt de notulen op de wijze vermeld in artikel 17 van dit reglement goed;
5° stelt vast in welk geval een lid om deontologische redenen als ontslagnemend wordt beschouwd.
Art. 5. Het lid van de HOC dat verhinderd is om een vergadering bij te wonen, meldt dit onmiddellijk aan de secretaris van de HOC. Het lid kan worden vervangen door een plaatsvervangend lid.
Bij langdurige afwezigheid van een lid kan de voorzitter van de HOC uit de plaatsvervangende leden een vervanger aanwijzen.
Art. 6. De leden of hun plaatsvervangers :
1° nemen deel aan de beraadslaging over de uit te brengen adviezen en doen hun inbreng als deskundige;
2° formuleren op gemotiveerde wijze hun voorstel over de te adviseren punten aan de voorzitter en de secretaris;
3° hebben het recht om zich inzake deontologische kwesties die zichzelf betreffen zowel schriftelijk als mondeling te verdedigen.
Art. 7. De HOC kan een voorstel tot ontslag van een lid bij de minister indienen als :
1° het lid zich in een onverenigbaarheid bevindt als vermeld in het 4e lid van artikel 30, paragraaf 2, van het besluit van 24 juli 1991;
2° het lid gedurende een periode van meer dan één jaar kennelijk niet meer in staat is de vergaderingen bij te wonen;
3° het lid zonder voorafgaande kennisgeving drie opeenvolgende keren de vergaderingen niet bijwoont waarvoor hij is uitgenodigd;
4° het lid activiteiten verricht of functies vervult die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap of die een strijdigheid van belangen tot gevolg kunnen hebben;
5° over het lid overeenkomstig artikel 14, paragraaf 3 van dit reglement, een advies tot ontslag werd uitgebracht.
Afdeling 3. - Totstandkoming van de agenda
Art. 8. Om de adviezen binnen de termijn, vermeld in artikel 10bis van het besluit van 24 juli 1991, uit te brengen, stelt de secretaris jaarlijks een planning op van de zittingen voor het komende jaar. Deze planning wordt uiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de planning wordt opgemaakt, ter goedkeuring aan de voorzitter voorgelegd.
Deze planning kan door de secretaris, naargelang de noodwendigheden, na goedkeuring door de voorzitter, worden aangepast.
De secretaris nodigt de leden en de voorzitter van de HOC uit om op de dag en het uur die overeenkomstig het eerste of het tweede lid zijn vastgesteld, samen te komen.
Art. 9. De oproepingen worden, ten minste acht dagen vóór de datum die voor de vergadering is vastgesteld, toegezonden aan de voorzitter en de leden van de HOC. Deze termijn kan, bij hoogdringendheid, op voorstel van de secretaris, door de voorzitter worden ingekort wanneer de datum van de volgende vergadering niet toelaat om de termijn van acht dagen te eerbiedigen.
De oproepingen vermelden de plaats, de datum en het uur van de vergadering evenals de punten die op de agenda zijn geplaatst.
De documenten betreffende de op de agenda geplaatste punten worden bij de oproeping gevoegd.
In afwijking van het derde lid kunnen de documenten betreffende de op de agenda geplaatste punten, in spoedeisende gevallen, ter tafel gelegd worden. Onder spoedeisende gevallen wordt onder meer het geval verstaan waarin de documenten pas na het versturen van de oproeping door de secretaris werden ontvangen.
Afdeling 4. - Werking van de HOC
Art. 10. De voorzitter en de leden van de HOC tekenen bij elke vergadering een aanwezigheidslijst die door de secretaris wordt opgemaakt en bijgehouden. De uitkering van presentiegelden en vergoedingen gebeurt enkel op basis van die aanwezigheidslijst.
Art. 11. De HOC brengt haar adviezen uit bij consensus. Als er geen consensus kan gevonden worden, wordt het advies uitgebracht bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De stemming gebeurt mondeling.
Art. 12. Op verzoek van de voorzitter of van een lid van de HOC kunnen minderheidsadviezen en de overwegingen die hiertoe geleid hebben opgenomen worden in de notulen van de vergadering.
Art. 13. Als de HOC van oordeel is dat een dossier onvoldoende gegevens bevat om een advies uit te brengen over een agendapunt, kan de HOC bijkomende informatie opvragen of beroep doen op één of meerdere deskundigen. De HOC bepaalt de punten waarop de inbreng van één of meerdere deskundigen betrekking heeft.
De HOC kan het lid, zetelend als ambtenaar zoals vermeld in artikel 30, paragraaf 2, van het besluit van 24 juli 1991, verzoeken om een materie eigen aan het agentschap of de werkwijze van het agentschap te onderzoeken en daarover verslag uit te brengen.
Afdeling 5. - Deontologie
Art. 14. § 1. De voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers :
1° blijven niet zonder voorafgaande kennisgeving afwezig op de vergaderingen van de HOC waarvoor ze zijn uitgenodigd;
2° verstrekken publiekelijk geen inlichtingen over de behandelde dossiers of de gevoerde debatten. Ze kunnen met de diensten die ze vertegenwoordigen wel overleg plegen over de behandelde onderwerpen;
3° maken de adviezen niet bekend of duiden ze niet vooraleer het agentschap de beslissing, genomen overeenkomstig artikel 10bis van het besluit van 24 juli 1991, aan de betrokken persoon heeft betekend;
4° zijn niet aanwezig bij een beraadslaging als ze daarbij rechtstreeks belang hebben, hetzij persoonlijk, hetzij als lasthebber, of als bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad;
5° treden niet op als advocaat, notaris, aangestelde of gerechtelijk expert in een gerechtelijke procedure waarbij het agentschap betrokken is.
§ 2. Klachten op het vlak van deontologie worden behandeld door de HOC en de beslissing erover wordt bij meerderheid van stemmen genomen.
§ 3. Nadat de voorzitter heeft vastgesteld dat een lid om deontologische redenen als ontslagnemend wordt beschouwd, licht hij de betrokkene daarover in en hoort hij de betrokkene. De voorzitter maakt op basis daarvan in voorkomend geval een advies tot ontslag op en deelt dit mee aan het betrokken lid. Het betrokken lid beschikt na de ontvangst van het advies tot ontslag over een termijn van twintig dagen om een bezwaarschrift in te dienen bij de voorzitter. Na ontvangst van het bezwaarschrift of na verloop van de termijn wordt het advies tot ontslag, desgevallend samen met bezwaarschrift door de voorzitter voorgelegd aan de HOC.
Bij gebrek aan een bezwaar binnen de gestelde termijn wordt het advies tot ontslag door de voorzitter voorgelegd aan de HOC. Het betrokken lid kan zich laten bijstaan door een raadsman. Als de HOC het advies tot ontslag bevestigt, overhandigt de voorzitter het voorstel tot ontslag aan de administrateur-generaal die het aan de minister bezorgt.
§ 4. Een lid van een HOC dat zich in een situatie bevindt als vermeld in paragraaf 1 of in artikel 7 van dit reglement, brengt de voorzitter daarvan onmiddellijk op de hoogte en neemt in overleg met de voorzitter de best passende houding ter zake aan.
Afdeling 6. - Secretariaat
Art. 15. Het secretariaat van de HOC wordt waargenomen door een hiervoor door de administrateur-generaal aangeduid personeelslid van het agentschap. De secretaris neemt deel aan de vergaderingen van de HOC maar heeft geen stemrecht.
De secretaris maakt het voorlopig verslag van de vergadering op en notuleert de door de voorzitter en de leden van de HOC uitgebrachte gemotiveerde adviezen.
Art. 16. De verslagen van de vergadering bevatten ook een samenvatting van de verklaringen die door de bezoeker tijdens de vergadering werden afgelegd en het besluit over elk agendapunt. Bovendien bevatten ze de elementen waarvan een lid van de HOC vraagt om ze te notuleren.
Art. 17. Het voorlopig verslag, dat de notulen bevat, wordt per e-mail aan de voorzitter bezorgd die zijn goedkeuring, en desgevallend zijn opmerkingen, per e-mail aan de secretaris bezorgt. Na ontvangst van de goedkeuring van het verslag door de voorzitter, keurt de secretaris de notulen elektronisch goed in de applicatie « FENIKS » waarna de notulen naar de administratie van het agentschap worden verzonden.
Afdeling 7. - Gezamenlijke vergadering van de HOC's
Art. 18. Op initiatief van een HOC, en na goedkeuring van de andere HOC's, kan een gemeenschappelijke vergadering plaatsvinden als de te onderzoeken aangelegenheden dit vereisen.
Het voorzitterschap van de gezamenlijke vergaderingen van de HOC wordt waargenomen door de voorzitter van een HOC die hiervoor in onderling overleg tussen de voorzitters wordt aangeduid. Als geen consensus gevonden kan worden, neemt de voorzitter van de HOC die de hoogste anciënniteit of, in geval van gelijke anciënniteit, de voorzitter met de hoogste anciënniteit en de hoogste leeftijd, het voorzitterschap waar.
De plaats, de dag en het uur van de gezamenlijke vergaderingen van de HOC's wordt bij gemeenschappelijk akkoord vastgesteld door de voorzitters van de HOC's.
De bepalingen van artikel 2 tot en met artikel 17 zijn van toepassing op de gezamenlijke vergadering van de HOC.
Afdeling 8. - Slotbepalingen
Art. 19. Elke betwisting die verband houdt met dit huishoudelijk reglement wordt aan de administrateur-generaal voorgelegd en door de administrateur-generaal beslecht.
Art. 20. De gezamenlijke vergadering van de HOC's kan, bij gewone meerderheid van stemmen, elk voorstel tot wijziging van dit huishoudelijk reglement dat het nuttig acht, aan de administrateur-generaal voorleggen. De administrateur-generaal is echter niet aan dit voorstel gebonden.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de administrateur-generaal houdende vaststelling van het huishoudelijk reglement van de adviescommissie.
Brussel, 30 november 2011.
De administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap,
L. BURSENS


begin (#top) Publicatie : 2012-04-26